26.10 - 28.10 'Rondje' Ysselmeer
op de klipper ' de Eenhoorn'
Claire en Sjoerd hadden we voor het laatst gezien in Falmouth, waarvandaan
zij redelijk snel naar NL zijn teruggekeerd en wij nog wat zijn 'blijven
hangen'. Eind oktober kregen we een uitnodiging van ze om mee te komen
zeilen op hun ruim 30 meter lange klipper de Eenhoorn.
(www.sail-atlantis.com/www.zeilvaart.com)
Een geweldig initiatief natuurlijk en 't werd ook een topweekend!
We waren met zijn vijftienen: Moja/Eenhoorn, Wateraap, Mooncaryne, Tarpan,
Blijmetje, Bagheera, Gekko en de Klef.
Vrijdag de 26e kwamen we een voor een bij de Eenhoorn, die in Enkhuizen
langs de kade lag. Zaterdagochtend zijn we vertrokken naar Lemmer en zondag
waren we om een uur of 5 weer terug.

Klik hier voor meer foto's.
15.09 Thuiskomst in
Scheveningen
Helaas bleek de wind anders dan voorspeld te zijn. De eerste uren kwamen we
kruisend nog redelijk goed vooruit, maar de wind draaide steeds verder naar
het oosten en begon ook in kracht af te nemen. Gevolg was dat we bijna de
hele weg op de motor hebben gevaren. Vanaf dat we de stroom tegen kregen
echter liepen we nog 4 knopen! Met rimpelloos water, maar wel hoge golven,
staken we om half vier de Maasmond (Nieuwe Waterweg) over. De stroom was al
gedraaid en onze snelheid liep tegen die tijd weer op.
Om ongeveer half zes kwamen we dan eindelijk bij de Scheveningse haven aan.
Al van ver konden we zien dat er iets gaande was op de zuidpier en toen we
dichterbij kwamen bleek het voor ons te zijn! Fantastisch!
Op drie plaatsen stonden mensen langs de havenentree, voordat we in de 2e
haven aankwamen waar nog eens een groep mensen stond te zwaaien.
Da's lekker thuiskomen! (de laatste groep, die in de haven zelf stond ben ik
zelfs helemaal vergeten te fotograferen, ik was te druk met zwaaien en
proberen iedereen te herkennen ;-))
Overal waar we keken bekenden! (voor de foto's dank aan Anita en Thom )
Het was heerlijk iedereen weer te zien en spreken. Ook de bitterballen en
frikandellen waren heerlijk. Een mooie afsluiting van een mooi avontuur.

12.09 - 15.09
Blankenberge
In Blankenberge hebben we nog wat kleine klusjes gedaan en 'gewacht' op
wind. En het leek te gaan lukken; de voorspelling voor zaterdagochtend was
Noordwesten wind 3-4, afnemend naar Noord 2-3.
's Morgens om 04:15 uur vertrokken we van de gastensteiger in Blankenberge,
op naar Scheveningen!
10.09 - 12.09 St Vaast - Blankenberge
(Belgie)
Zodra de ('haven'-)deuren 's avonds weer opengingen, de 10e, zijn we
vertrokken. Er zou maar weinig wind staan, dus we hadden de Genua laten
staan en waren al voorbereid op een hele nacht motoren. Tot en met de
volgende avond echter hebben we heerlijk gezeild (en tussendoor de kotterfok
gehesen en de genua af en aan erbij gehad). Weliswaar draaide de wind steeds
meer naar het Noordoosten, waar we heen moesten, waardoor we moesten kruisen.
Dinsdagavond echter was de wind toch echt op. Jammer, maar aan de andere
kant ook maar goed. We waren bijna aangekomen bij Boulogne, waar een drukke
TSS (Dover Straight Western part) vlak langs de kust van Frankrijk loopt. Om
daar in het pikkedonker op dat smalle stuk 'Inshore Traffic Zone' (ITZ) te
gaan kruisen...Wel weer spannend, al die grote schepen zo dichtbij en af en
toe 'afslaand verkeer' dat de ITZ kruist. De stroom hielp ons echter wel
weer om hierdoorheen te speren. Bij Cap Gris-Nez (waar het land naar het
oosten afbuigt, tussen Boulogne en Calais) liepen we weer 10 knopen en om 4
uur waren we voorbij Calais.
Woensdag liepen we precies met hoog water de haven van Blankenberge binnen,
onze eerste stop in het buitenland vorig jaar begin augustus.
Van hieruit gaan we zaterdag rechtstreeks naar Scheveningen.
09.09 - 10.09 St Vaast
la Hougue, Frankrijk
Na 8 uur afwisselend op motor en op zeil te hebben gevaren komen we aan bij St.
Vaast. De haven is nog 'dicht'. (ook nu waren we weer razendsnel door de
goede stroom mee vanaf Alderney) I.p.v. een sill doen ze hier twee stalen
deuren dicht om het water in de haven op peil te houden. We wachten in de
baai voor de haven, achter Ile Tatihou voor anker.
De entree van de haven van St. Vaast. (tweede foto bij laag water)
St. Vaast Seaman's Chapel, kapelletje voor de zeevarenden. Sinds 1982 weer
voldoende opgeknapt na vernieling tijdens WO II. Binnen zijn vele
boodschappen opgehangen ter nagedachtenis aan de dorpelingen van St Vaast die
op zee zijn omgekomen, de laatste ca. 25 jaar.
Op sommige van de '
wandtegels' worden vissersschepen genoemd die in de haven liggen.
Tijdens de lunch rijden er allemaal tractors langs die op weg zijn naar de
oesterbanken/oestervelden (?) net buiten de haven. De mannen lopen met lieslaarzen tussen de
oesterbanken door en vullen zakken met oesters, die met de
tractor worden vervoerd. Bij hoog water is hiervan niks zichtbaar en varen
er dus ook gewoon kleine bootjes overheen. We hebben nog even overwogen om
oesters te gaan eten, maar na onze teleurstelling in Tyrrel Bay (Carriacou,
06.03.07) zien we dat toch niet zo zitten. (we proberen het in NL wel weer
een keer)
We besluiten snel weer weg te gaan uit St Vaast. De prijzen zijn hier hoog
en het dorp is een beetje saai. (misschien is het in het hoogseizoen beter)
En vanwege onze geplande thuiskomst de 15e slaan we de rest van Frankrijk
over en plannen in een stuk door te varen naar Blankenberge, onze laatste
stop voor Scheveningen.
07.09 - 09.09 Braye Harbour, Alderney
(English Channel Islands)
De eerste ochtend bij Alderney was heerlijk wakker worden; geen buren, zon
in de kuip en een mooi uitzicht. Na de koffie moesten we uiteraard wel de
brommuh weer uitpakken en oppompen..maar 't is het waard. Nadat de 'havenmeester'
ons een weerbericht en plattegrond had verschafd (en wat geld ontvangen
uiteraard voor het gebruik van de mooring) zijn we Alderney gaan bekijken.
We zijn eerst vanaf de haven naar
St. Anne gelopen, de stad van Alderney. Alderney is ongeveer even groot als Sark, maar
hier rijden wel auto's en het is meer bebouwd. (Althans, wat St. Anne betreft,
want daaromheen is het nog leeg op wat vakantiehuizen na)
We zijn langs de kust gaan lopen vanaf Braye Harbour naar 'Alderney
Lighthouse'. Onderweg zagen we overal vervallen bunkers uit WO II.
We waren net op tijd bij de lighthouse om met een groep Duitsers van een
georganiseerde reis mee te lopen, voor een rondleiding in de vuurtoren.
Klein kerkje met begraafplaats, midden in St. Anne.
'Het station van St. Anne' een klein schuurtje met wat luie stoelen om in te
wachten. De trein bestaat uit een locomotiefje met twee karretjes van de
Londense metro (met de route van de Circle Line er nog in.) Aangezien St
Anne het enige dorp is op Alderney, is er maar 1 station. De overige
stopplaatsen van de 'trein' zijn mooie uitzichtpunten op de beide einden van
de route. (10 minuten de ene kant op en 15 de andere, met een slakkegang)
Alderney Lighthouse. Bestaande uit vier verdiepingen (incl. BG) en daarbovenop de
ruimte met het prisma. De elementen van de oude techniek zijn nog aanwezig,
maar zijn inmiddels vervangen door modernere technieken. Zo is er in het
midden van de vuurtoren een stalen buis van onder naar boven, waarin de
slingers van het uurwerk naar beneden zakten. In de buis zitten luikjes,
waardoor de vuurtorenwachter kon kijken om na te gaan of hij de slingers
weer naar boven moest takelen. Het uurwerk regelde het draaien van het
prisma. Het prisma weegt
4000 kilo en draait (heel soepel) op een laagje kwik.
Tot 1950 brandde het licht op olie, dit moest eerst door de vuurtorenwachter
met jerrycans naar boven worden gesjouwd over de trappen, later had hij
hiervoor een handpomp tot zijn beschikking. Nu zit er een 400 W lamp met
onder 90 graden een reserve lamp die automatisch in de juiste positie draait
mocht de eerste het begeven (zie vierde foto boven). Er gaat dan ook een
signaal naar Harwich (centrale post voor alle vuurtorens in Engeland) zodat
een monteur opgetrommeld kan worden om de lamp te vervangen.
De misthoorn werd oorspronkelijk handmatig in werking gezet. Inmiddels is
alles geheel geautomatiseerd, zit er een mistdetector aan de buitenkant van
het bijgebouwtje en wordt uit speakers een pieptoon gegeven. Vroeguh echter
kregen de grote zwarte misthoorns op het dak van het bijgebouw luchtdruk uit de compressoren die nog steeds
onderhouden worden en klaar zijn voor gebruik.
07.09 - St.Helier - Braye Harbour,
Alderney
Rekening houdend met het tij (zoveel mogelijk stroom mee hebben) wilden we
om een uur of 12 vertrekken van Jersey. Dan is het laag water en kun je de
haven niet meer uit. Daarom hadden we de wekker gezet (jawel, het is
begonnen! kunnen we vast wennen) om 6 uur
's morgens en tien minuten later gleden we van onze steiger over de sill naar
de waitingpontoon. We wilden daar natuurlijk nog even ons warme nestje
induiken...maar iedereen begon heel fanatiek te roepen dat ze op korte
termijn weg zouden gaan (m.a.w. kom maar niet langszij!)
We zijn naast een iets kleinere boot gaan liggen, waarvan de opvarenden een
instructeur en cursiste bleken te zijn die graag wilden praten.
Ik ben nog even naar bed teruggegaan en Edo is in de kuip blijven zitten.
Na twee keer te hebben moeten gaan verliggen en tussendoor te hebben gegeten
hebben we de Fransman naast ons gevraagd om aan onze buitenkant te gaan
liggen, zodat we i.i.g. konden gaan douchen zonder ook weer op hem te moeten
wachten. Teruggekomen bij de boten bleek hij nog niet weg te zijn...veranderde
plannen. Maar nu wilden wij wel weg.
Nog even belastingvrij getankt (wat maar goed was, want we hebben bijna de
hele weg op de motor moeten varen) en toen op weg.
We gingen door 'The Race of
Alderney', beroemd en berucht om de stroomsnelheden. Het water wordt tussen
het vasteland van Frankrijk en Alderney door geperst en bereikt daar hoge
snelheden. Edo had ons zeilplan uiteraard zo berekend dat we deze stroom mee
hadden; onze snelheid (met bijna geen wind) liep makkelijk op tot 10 knopen (waarvan max. 5,5 knoop stroom mee).
In Braye Harbour pikten we een mooring op (lekker, geen buren!).
29.08 - 07.09 St. Helier,
Jersey
Met een lekker windje en 2 knopen stroom mee bliezen we in ruim twee uur naar
Jersey. Weer te vroeg om meteen de haven in te kunnen. Het verval hier
bedraagt maximaal 11 meter. Om iets meer water in de haven te houden bij eb
komt op de drempel ('the sill') nog een plaat omhoog. We moeten nog een paar
uur wachten totdat het water hoog genoeg staat.
Bij het wachten aan de waitingpontoon in de voorhaven kwamen we in gesprek
met onze buren, Sarah & Ian, een Engels stel. Algauw zaten we met een pilsje
in de kuip...en later kwamen ze naast ons liggen in de haven. Na nog wat
drankjes zijn we bij de Italiaan wat gaan eten.
Zo ziet een haven eruit met 11 meter verval en geen sill.
We zijn naar de 'Jersey War Tunnels' gegaan. In St. Lawrence,
15 minuten met de bus van St. Helier vandaan, zijn tijdens de tweede
wereldoorlog door gevangenen tunnels gemaakt, waarin H08 (kort voor 'Hohlgangsanlage
8'), een ondergronds ziekenhuis zou zijn ondergebracht. In de tunnels is een
tentoonstelling opgezet over de tweede oorlog en de positie van Jersey
hierin.

Na afloop zijn we bij de buren wat champagne gaan drinken en zijn daar
uiteindelijk ook blijven eten. Niet lang daarna zijn wij ons mandje in
gerold..Totdat we opeens wat rumoer hoorden bij een motorboot aan de andere
kant van de steiger en Ian op ons luik roffelde dat hij de politie ging
bellen.....er werd gevochten! De hele avond hadden ze dronken staan dansen
op het achterdek, maar blijkbaar had iemand iets verkeerd gezegd..? Niet
lang daarna kwam de politie langs en werden er een paar meegenomen en kon de
rest het bloed wegpoetsen...Sensatie!
Zondag zou onze laatste dag op Jersey zijn. Aangezien we hier zo stil liggen
hees ik Edo de mast in om alles te checken. Gelukkig maar, want zo kwam hij
erachter dat een van de stagen kapot is! En daar kom je dan natuurlijk op
zaterdagmiddag achter. Maandag konden we pas navraag doen bij een workshop.
Gelukkig kunnen ze hier wel nieuwe stagen maken, maar we kunnen niet weg
voor donderdag/vrijdag....
Maar
goed, we mogen blij zijn dat we er zo achter komen en niet tijdens een
oversteek.
Konden we wel zondag nog naar Elizabeth Castle lopen bij eb...
04.09 St. Malo, Frankrijk
We zitten nu een week op Jersey en zo groot is het eiland nu ook weer niet...We
besluiten met de ferry een dagje naar Saint Malo in Frankrijk te gaan. 's
morgens om kwart voor zeven melden we ons bij de ferryterminal en anderhalf
uur later zetten we voor het het eerst sinds Cascais (5 nov.'06) weer voet
op het Europese vasteland.
Eerst Nederlands nieuws met een koffietje!
Het leukste deel van St. Malo vinden wij de ommuurde stad, Intra-Muros.
We lopen weer veel te veel, onder andere naar Solidor (1e foto), langs alle
havens, en onder het
havengebied door naar het Grande Plage (mooi gezicht, die rij stammen bij
wijze van golfbrekers).
We eten mosselen in een van de kleine straatjes in de ommuurde stad en
vertrekken om 10 uur plaatselijke tijd (9 uur Jersey-tijd) weer terug naar
Klef na een heerlijke dag in Frankrijk.
26.08 - 29.08 Havre Gosselin, Sark
's Ochtends werden we wakker met het geluid van de misthoorn....er was 1
mijl zicht. 10 uur vertrekken zat er dus niet in!
We hebben tot 1 uur gewacht, toen lukte het de zon om voorzichtig meer en
meer mist te doen verdwijnen...
En een uurtje later draaiden we om wat rotsen heen de baai Havre Gosselin
in. We passeerden het eiland Brecqhou, dat prive-eigendom is van twee broers
(eigenaars van o.a. het Londense Ritz hotel) met daarop een protserig
kasteeltje.
In Havre Gosselin liggen 20 moorings, die allemaal in gebruik zijn. We
gooien het anker uit (het is hier 16 meter diep!), maar kunnen al snel een
vrijgekomen mooring oppakken. Het is een mooie baai, omgeven door hoge
kliffen waarvandaan een slingerpaadje naar boven loopt.
Op het eiland Sark, 5*2,5 kilometer groot, zijn auto's niet toegestaan. Het
eiland telt circa 500 inwoners, waaronder twee agenten.
Wel zijn er tractors, fietsen en paarden(karren). De wegen zijn veelal
onverhard en i.i.g. niet glad.
Het werd in 1565 door koningin Elizabeth gekoloniseerd en sindsdien voor het
symbolische bedrag van 1 pond 79 door de Britse kroon verhuurd.
Er is een Seigneur aangesteld die het land onder de veertig gezinnen
verdeelde, die een deel van hun opbrengsten aan hem af moesten staan. De
grondbezitters kregen een zetel in het parlement. Dit eeuwenoude systeem is
nog steeds van kracht en daarmee is Sark de laatste feodale staat van Europa.
(info d.d. 2004)
De huidige Seigneur was als ingenieur elders werkzaam, maar toen zijn moeder
overleed moest hij naar Sark komen om zijn taak uit te voeren.
Hij schat de jaarlijkse 'belastingen' persoonlijk in. Formeel heeft hij
recht op een dertiende van de opbrengsten van de bewoners en een levende
kip per boer. In het bezoekerscentrum staat een door hem gemaakte macquette
van de windmolen van Sark... (hij zal zich wel vervelen?;-) )
Op Sark is geen AOW, bijstandsuitkering of ziekenfonds. Als je niet
werkt heb je geen eten. Stemrecht ontbrak nog in 2004 en echtscheiding was
verboden. Door het ontbreken van inkomstenbelasting zijn er duizenden
buitenlandse bedrijven alleen in naam op Sark gevestigd.
Het is een heel rustig, mooi eiland. Ze zijn wel heel erg voorzichtig dat je
ook op je fietsje of lopend niets overkomt....
Een paar borden over gevaarlijke bochten en paadjes...
Laat in de middag besluiten we een biertje te gaan doen. We gaan met de
dinghy naar de trap onderaan het slingerpaadje en klimmen de 229 steps op.
Helaas staat er bovenaan de trap geen cafe, zoals in de pilot beloofd werd....we
moeten naar het grootste gehucht op het eiland lopen, the Hill (op de top
van de heuvel). Geen probleem, want het is mooi weer en het is een mooie
wandeling. Op alle bordjes staat aangegeven hoelang het lopen is in minuten,
we hebben een klein halfuurtje te gaan. (zie op de foto: van Havre Gosselin
tot the Harbours (west-oost op het breedste deel van het eiland is een
wandeling van een uurtje) In de hoofdstraat, Avenue, aangekomen echter
blijkt alles dicht te zijn... (zondagavond?) We besluiten door te lopen naar
de oostkant van het eiland, waar het Harbour Cafe zou zijn. Daar aangekomen
komen we bij een klein haventje waar we aan de kade gaan zitten. Het Harbour
Cafe blijkt een soort portocabin te zijn behangen met foto's van
plaatselijke vissers met hun buit. Edo gaat kijken of we ook twee biertjes
buiten kunnen drinken. Op zijn vraag of hij twee biertjes mag antwoordt de
dame achter de counter "I don't think you'll find a beer anywhere on Sark on
a sunday...". Hahahahaha geen bier op zondag dus op Sark!
Met een colaatje genieten we van de laatste zonnestralen in het haventje en
klimmen weer terug te heuvel op...
Maandag huren we twee fietsen om het eiland te bekijken. Dat ging bijna nog
niet door; het is Bank Holiday en vanaf Guernsey en Jersey zijn veerboten
vol met dagjesmensen aangevoerd die allemaal een fiets willen huren/gehuurd
hebben. Gelukkig kunnen we bij de derde (en laatste) fietsverhuur nog wel
twee fietsen krijgen. (voor 5 pond ieder en als je ze 's avonds in de tuin
terugzet is het goed, ze vragen geen borg of gegevens....)
We fietsen vanaf the Hill naar het zuiden, naar Little Sark, over de smalle
landtong 'La Coupee'.
Daarna terug naar het noordelijke punt en nog langs de west en oostkust. We
proberen een glimp op te vangen van de vuurtoren, maar kunnen die niet
bereiken, want de omliggende grond is privebezit. Aan het einde van de dag
gaan we naar het enige terras van het eiland (i.i.g. open terras). En
gelukkig blijkt deze Bank Holiday niet als een zondag beschouwd te worden!
;-)
20.08 - 26.08 St. Peter Port, Guernsey
Dinsdagavond om een uur of elf (wij lagen al in bed...!?)
was er nog een boot langszij gekomen, maar het enige wat Edo hoefde te
zeggen was 'I've to inform you that we're leaving at five...' En weg waren
ze!
En zoals gezegd, om vijf uur 's nachts vertrokken wij muisstil van de deep
water pontoon north in the River Dart. Toen we de zeilen hesen besloten we
er toch maar vast een rif in te leggen, ondanks dat er toen een lekkere
bries stond van zo'n 15 knopen. En dat is maar goed geweest ook, want de
uren daarna liep dit heel rap op naar 25+ knopen (met uitschieters van 35
knopen) met een ruwe zee. (ik had toen niet graag Klef tegen de golven en
wind in gestuurd om er een rif in te leggen, 't was zo al ruig genoeg!)
Onderweg zagen we een haai (basking shark?) rustig langszwemmen en zwom een
groep dolfijnen een stukje met ons mee.
Edo had een zeilplan gemaakt, uitgaande van een gemiddelde snelheid van 5
knopen en de geldende stroming op dat moment.
'Helaas' liepen we ruim 6,5 knoop gemiddeld (de maximum
snelheid die we zagen was 11,8 knopen. Onze instrumenten gaven achteraf een
wel heel mooie snelheid aan, maar die kan niet kloppen!) en waren we
daardoor veel te vroeg bij 'Little Russel', het kanaal tussen Guernsey
en Herm/Jethou. Als we daar toch door zouden gaan, met dertig knopen in de
rug en ruim twee knopen stroom tegen zouden we waarschijnlijk hele nare
golven krijgen, dus besloten we langs de west- en zuidkust te zeilen en zo
St. Peter Port van de andere kant te benaderen.
Op de zuidwestpunt van het eiland staat Les Hanois
lighthouse. In de pilot omschreven als een van de ruigste zeeen rond
Guernsey, vanwege de vele rotsen die net wel en net niet zichtbaar zijn
boven zeeniveau....maar ruim ronden dus!
Dat laatste stukje was eigenlijk nog het lekkerste stuk van de hele dag in
de beschutting van het eiland, ware het niet dat we met de haven al in zicht
nog een flinke regenbui overkregen. Om een uur of vijf (wanneer we eigenlijk
ten noorden van Little Russel zouden zijn, volgens het plan) lagen we aan de
steiger.
Ook in St. Peter Port liggen we aan een steiger in een havenkom, 'the Pool'
genoemd, zonder connectie met het land. Je kunt van hieruit een van de
marina's in, als het water hoog genoeg staat*, maar wij vinden het wel prima
zo. Kunnen we de brommuh nog eens gebruiken!;-)
*De marina's vaar je rond hoogwater binnen over een drempel. Deze drempel
zorgt ervoor dat wanneer het eb wordt (en het verval is hier best pittig, 8
mtr. bij springtij), er voldoende water in de marina blijft staan (=niet de
haven uitstroomt) zodat de boten niet droogvallen.
De tweede dag is het alweer stralend weer en gaan we eropuit om Guernsey te
bekijken. Je kunt voor 60 pence pp met de bus mee, dus we hadden wat
plaatsen bedacht waar we heen wilden en met een timetable op zak vertrokken
we met bus 4 naar 'the Little Chapel' in Les Vaubelets.
The Little Chapel bleek wel heel klein te zijn! Dat hadden ze mooi weten te
verbloemen in het gidsje! hahaha. 't Moet wel een monnikenwerk zijn geweest
om dit bouwwerk helemaal van binnen en buiten te bekleden met schelpen en
gebroken tegeltjes en kopjes.
Gelukkig hadden we vanaf hier ook nog een leuke wandeling tot waar we op bus
7 konden stappen die ons naar de meest westelijke punt van het eiland zou
brengen.
Pleinmont Point, waar we weer een leuke wandeling maakten langs de kliffen,
met weer zicht op de Hanois lighthouse. Op de rechter foto is in de verte
Fort Grey te zien, waarin het shipwreck museum is gevestigd, waar we
natuurlijk even zijn gaan kijken. Er zijn hier nogal wat schepen vergaan de
laatste tweeënhalve
eeuw. Daar waren ook Nederlandse schepen bij, maar gelukkig hebben ook
vooral de Nederlandse bergingsmaatschappijen hier goed aan verdiend!
Zondag willen we weer gaan zeilen. En wel 6 Nm naar het volgende eiland,
Sark!
17.08 - 20.08 Dartmouth
De eerste nacht, van vrijdag op zaterdag, komt de eerste gale over. Gelukkig
liggen we aan hoger wal, want het gaat goed los! Om een uur of vier is Edo
de lijnen gaan checken. Hij had al gezien dat er een zeilboot heen en weer
aan het varen was op de rivier....en ja hoor! een kwartier later veel rumoer
naast ons, ze komen langszij! Edo weer in de kleren en helpen om ze vast te
leggen.
Die ochtend blijven we lekker lang in bed liggen. Buiten is het K-weer en
buiten het bed veel te koud! 's Middags klaart het op en probeert Edo alsnog
de brommuh aan de praat te krijgen. Niet dus, we hebben een nieuwe bougie
nodig en bellen
weer de watertaxi die ons naar een chandlery brengt van Darthaven Marina
in Kingswear (oostelijke oever van de River Dart). Daar hebben ze geen bougies
en verder zijn alle winkels gesloten tot maandag, maar de jongen achter de
balie denkt dat ie wel iets heeft in zijn gereedschapskist die bij zijn oma
om de hoek staat.....en jawel, 5 minuten later krijgen we een passende
bougie in ons handen geduwd...gratis! Waar maak je dat nog mee?!
Met het pontje gaan we naar de westelijke oever, naar Dartmouth. In het park
aan de kade zijn nl openbare douches...en ze vallen 100% mee!
Lekker warm gedouched duiken we nog maar eens de pub in. Nog voordat we eten
heeft Edo de bougie geprobeerd en hij start!
Zondag gaan we eerst met de brommuh (die 't nog steeds klasse doet!) naar
Kingswear.
We hebben namelijk al een paar keer een stoomlocomotief voorbij zien komen
en die moeten we even van dichtbij gaan bekijken!
Vanuit Kingswear lopen we richting zee over een leuk wandelpad. (3e foto:
uitz. op Dartmouth)
Vanaf de dinghysteiger in Kingswear steken we recht over naar Dartmouth,
waar we ook langs de oever lopen naar Dartmouth Castle. Verder kijken we wat
rond in Dartmouth.
Maandag regent het de hele dag en komt er flink wat wind over zetten. (jammer
van de Scilly's, maar dus wel goed dat we niet tot maandag in Falmouth zijn
blijven liggen). Misschien
dat we woensdag naar de kanaaleilanden vertrekken.
16.08 - 17.08 Falmouth -
Cawsand Bay (Plymouth) - Dartmouth
Donderdag de 16e vertrokken we weer voor eindelijk weer een stukkie
strietsen. Als we zo lang op een plek liggen begint het wel te kriebelen...we
wilden weer zeilen! De 40 Nm naar Cawsand Bay waren dan ook fantastisch.
Eerst uiteraard even kijken bij Eddystone Rock, een vuurtoren met helicopterplatform
ver uit de kust. (zie ook 29.08.06)
Om een uur of vier gooiden we het anker uit in Cawsand Bay (zie ook
26.08.06 t/m 28.08.06)
De volgende ochtend vertrekken we bijtijds (het is niet zo heel erg ver,
maar we willen graag van de stroom profiteren) voor het tweede deel van de
tocht richting Dartmouth. Helaas is dit een minder fijne zeildag. 2/3 van de
tocht varen we op de motor, alleen de laatste paar uur is de wind genoeg
toegenomen om te kunnen zeilen. En 't regent veel. (fijn he, weer in Europa!?)
Het opvaren van Dart River is wel bijzonder; eerst langs een paar
kasteeltjes en dan Dartmouth zelf. Overal op de rivier boten aan moorings,
steigers en voor anker. Daartussendoor krioelt het van de watertaxis. Om een
uur of 4 liggen we aan een steiger midden in de rivier (zonder connectie met
t land). De uren erna komen nog veel boten binnen en wordt het weer steeds
guurder....
We hebben wel zin om Dartmouth te gaan verkennen, dus Edo gaat vol goede
moed de brommuh oppompen en probeert te starten....niks @#$%
Goed om een uur of 7-8 hebben we de watertaxi gebeld (=marifoon) en die heeft ons (voor
3 pond, maar wel zonder 'dinghy-butt' (een natte kont van het water dat over
de rand van de dinghy komt)) aan de wal afgezet. We hebben wat rond gekeken
en lekker gegeten en een pint genomen in een pub waar vanwege het extreem
lage plafond ook heel lage tafeltjes en stoeltjes stonden. Daarna uiteraard
weer met de watertaxi terug...ktsjing!
04.08 - 16.08 Falmouth
4 Augustus 2007 kwamen
we aan in Falmouth nadat we hier 4 september 2006 losgooiden voor de
oversteek van de Golf van Biskaje.
Het rondje is 'af'. Dat, en de eerste oversteek van Willem hebben we gevierd
met champagne.
Na een heerlijke pint en curry op het terras van de pub aan de haven zijn we
allemaal ons eigen weg weer gegaan. Wij douchen in de voorzieningen van de
haven en Willem gaat met Inge en Timo naar het huisje dat ze hier hebben gehuurd.
Douchen en naar bed.
De baarden zijn weer verdwenen. (is dat nu een baard van 10 dagen mannuh?......
;-)))
In Falmouth duiken we geregeld de pub in, omdat 't gezellig is, maar ook
omdat 't de eerste (en de laatste-) dagen veel regent
In de kom waar een paar kleine bootjes liggen zien we geregeld een grote
zeehond die even een kijkje komt nemen....grappig
(foto:'onze kroeg', de Quayside Inn en de Chainlocker)
Falmouth Visitors Yacht Haven
Woensdag komen ook Claartje en Pascal naar Falmouth. Heerlijk om weer als
vanouds te tanken in de kroeg en daarna bij wijze van shoarma een vette
fish&chips te halen.
Claartje en Pascal slapen aan boord.
Donderdagochtend komt een RIB (superdinghy)
van customs langsvaren. Twee aardige mannen aan boord met volle bepakking...
Ze vroegen waar we vandaan komen en wat we allemaal gedaan hadden voordat we
op de Azoren waren..."Ah West Indies! Dan moeten we toch even aan boord
komen..." Daar ging ons full english breakfast!
Een dik halfuur later, nadat alle gegevens waren overgeschreven en de
vloerplaten opgetild, kastjes doorgespit en de huid beklopt vertrokken ze
weer. Waar ze helemaal blij mee waren, was het netjes bijgehouden (in t
Engels?!) logboek. Het enige wat niet helemaal oke was, waren sommige van de
schelpen die ik verzameld heb....maar ik mocht ze gelukkig houden. Ook leuk
om eens mee te maken!
We vroegen ons wel af waarom ze ons 'verdachten'.....
Donderdag zijn we met zijn allen gaan BBQ'en in de tuin van het huisje van
Inge en Willem. Errug gezellig en lekker. En gelukkig is 't alweer een paar
dagen mooi weer.
Vrijdag zijn we met de huurauto van Pascal en Claartje richting Lands End
gereden, langs allerlei leuke kustplaatsjes, the Lizard, St. Michaels Mount
en Mousehole. Ook de weggetjes zelf waren leuk om te zien; ze werden steeds
smaller zodat op het laatst aan beide zijden de begroeing op de muurtjes
tegen de ruiten aanzwiepte.
The Lizard, lighthouse en lifeboat station.
St. Michaels Mount, de Engelse versie van Mont St. Michel.
Genieten jullie wel van het uitzicht?
Mousehole, een leuk klein dorp met hele nauwe straatjes om een haventje heen
wat grotendeels droogvalt.
Lands End, mooi als je met je rug naar de toeristische kermis toestaat...
Zaterdag zijn Inge en Willem en Claartje en Pascal weer naar huis vertrokken.
We zijn weer met zijn tweeen.
Fijn ze weer te hebben gezien en gesproken. Nu weten we weer waarom we niet
door het Panamakanaal zijn gegaan.
Vanwege slecht weer besluiten we om iig nog tot en met woensdag in Falmouth
te blijven. Gelukkig hebben we nog genoeg boeken te lezen en een eeuwig
groeiende 'to-do-list'.....Als woensdag echter voorspeld wordt dat een
nieuwe gale deze kant op komt waardoor we (mogelijk) op zijn vroegst pas
maandag naar de Scilly's kunnen gaan, besluiten we om niet meer naar de
Scilly's te gaan.
Donderdagochtend vertrekken we richting Dartmouth.
26.07 - 04.08 De
oversteek van Ponta
Delgada naar Falmouth (UK)
Donderdag de 26e
vertrokken we om een uur of drie, vrijwel gelijk met de Lientoo (Daan, Paul
en Daan's vader en een vriend) voor de oversteek van circa 1240 Nm naar
Falmouth. De weersverwachting was goed, het zou 'schipperen' worden tussen
een hoog en een laag drukgebied, maar wel met de wind in de rug.
De eerste dagen houden we via de VHF nog contact met de Lientoo. Ze geven ons na twee
dagen nog een aangepast weerbericht dat ze met hun Iridium hebben
binnengehaald en omdat zij kiezen voor een iets noorderlijke koers dan wij
verliezen we contact. (Inmiddels
weten we dat ze zijn aangekomen in Ierland, maar dat ze meer wind en ruige
zee hebben gehad dan wij.)
Wij hebben een hele rustige oversteek gehad, bijna 'saai'. We hebben tot de
voorlaatste dag veel dolfijnen langs de boot gehad en twee keer walvissen
heel dichtbij. Maar helaas hebben we niet een keer een vis gevangen (dus die
wasabi en zeewier zijn ongebruikt een rondje meegegaan).
Doordat we nu met zijn
drieen waren konden we een wachtsysteem van 4 uur op 8 uur af toepassen. Een
aanrader!! Dat scheelt met de 3-3 die Edo en ik anders altijd hebben.
De gemiddelde snelheid was 5,8 knoop. (niet veel dus...) In totaal legden we
1290 Nm af. We hebben in totaal 43 uur op de motor gevaren, waarvan elke dag
een uur om de accu's op te laden.
Kort per dag: (posities om 0:00 h en vertrek)
26 juli (vertrek: 37°44.4'N/25°39.5'W)
De eerste middag leggen we slechts 48 Nm af.
Kort nadat we om Sao Miguel draaien zien we twee potvissen die ons voorlangs
passeren (dubbelklikken op afbeelding).
Waanzinnig! Daar hebben we nu al die tijd voor over het water zitten turen
en zo dichtbij.
Er staat niet veel wind, we verlaten Ponta Delgada op de motor en houden
deze aan tot circa 7 uur 's avonds. En voordat ik om 12 uur mag gaan slapen
en Edo het overneemt, laten we de zeilen weer zakken en gaan we op de motor
verder. We hebben contact met de Lientoo over de VHF, zij zitten ongeveer 18
Nm achter ons.
27 juli (38°19.9'N/25°28.8'W)
Bijna de hele dag blijft de motor aan. De koperen ploert doet 't goed,
maar geen wind. Gelukkig heeft Willem heel veel Nederlands leesvoer
meegenomen, dus we hebben wat te doen. (En Willem maar smeren...)
Om een uur of 5 's middags komt er eindelijk meer wind, dus hijsen we de
zeilen en kan de motor uit. Rust...We leggen vrijdag 131 Nm af.
Als de motor eindelijk uit is roken Willem en Edo een
sigaartje in de kuip. (let ook op de 'baarden' (3 dagen oud))
28 juli (40°07.4'N/23°53.8'W)
Om een uur of twaalf vertelt Paul via de VHF wat zij op de nieuwe
gribfiles zien die ze hebben binnengehaald. Aan de hand daarvan besluiten we
een wat meer noordelijke koers te gaan varen om meer wind op te pakken. In
de loop van de dag besluiten we de spinnaker te hijsen.
Dit is voor 't eerst, dus 't is best even puzzelen hoe en wat...maar
als 'ie dan staat....
Dagtotaal 139 Nm, maar wel eindelijk een hele dag geen plokplok en
dieselstank.
29 juli (42°13.4'N/22°45.9'W)
Eindelijk is de wind toegenomen tot zo'n 20 knopen. De wind komt bijna
pal van achteren, dus we hebben de genua uitgeboomd en lopen lekker. Totaal maken
we deze dag 166 Nm. Aan het einde van de dag neemt de wind nog meer toe, dus
we draaien de genua voor een deel weg.
30 juli (44°45.0'N/21°21.9'W)
We leggen in totaal 162 Nm af.
's Morgens om een uur of zeven is de
wind zoveel gedraaid, dat ons waypoint niet meer bezeild is. (we zeilen
inmiddels hoog aan de wind!) We gaan dus laverend verder.
31 juli (46°54.5'N/19°07.1'W)
Op de HA (High Aspect fok) kunnen we hoger varen dan met een deels
ingerolde genua. Edo en Willem verwisselen de genua voor de HA.
(fijn dat je erbij bent Willem!)
Gelukkig draait de wind in de loop van de middag/avond verder door en
kunnen we weer een steeds ruimere koers varen (i.a. minder hoog aan de
wind). We worden langzaam gek van het geklapper van de zeilen en het geram
van de giek waardoor de mast en daardoor de hele boot gaat beven. De wind
neemt weer af. Dagtotaal 130 Nm.
1 augustus (47°29.5'N/16°56.8'W)
Tsja....de wind nam nog verder af en besloten werd dat we beter de genua
weer konden hijsen.....Nog even en jullie worden er handig in!
Weer zien we walvissen niet ver voor ons. De hele avond komen er dolfijnen
met de boot meezwemmen. Zouden dit de laatste zijn?
Er komt een tanker
langs en we besluiten 'm op te roepen op kanaal 16 voor een weerberichtje.
Voor het eerst in een jaar roepen we iemand op en juist deze is net een
bakkie aan het doen oid, hij reageert niet.
Totaal legden we vandaag 138 Nm af.
2 augustus (48°12.9'N/13°43.6'W)
Tegen vier uur in de nacht van 1-2 aug. hoor ik Edo in en uit lopen, de
radar aanzetten en met de VHF in de weer gaan. Recht op ons af komen twee
schepen met knipperende rode lichten, en we zijn dicht bij de dumping zone
voor explosieven....
Ze reageren niet op de VHF-oproep en als we dichterbij komen blijkt i.i.g.
een van hen een viskotter te zijn. Vals alarm, maar wel even afleiding.
De rest van de dag gaan we langzaam, maar wel onder zeil, richting ons
waypoint. Totaal 131 Nm afgelegd.
In de loop van de dag verwisselt Edo het squidje (de mannuh
hebben een theorie waarom de vissen niet bijten, jawel! Het ligt aan de
kleur......... en daarom wordt er een ander nepvissie aan de lijn geklust,
deze keer een blauw/witte). Hij ziet ook dat er
iets aan het roer hangt. Staand op het zwemtrapje trekken we het met de
pikhaak los. Het blijkt cellofaan te zijn met de tekst 'fragile' erop. Nu
dat eraf is moeten we wel harder lopen! ;-)
3 augustus (48°54.6'N/10°36.9'W)
In de nacht van 2-3 augustus komen we op het continentaal plat. In
plaats van een paar duizend meter diepte hebben we nu nog 170 meter en
minder onder de kiel. De wind neemt gedurende de dag toe tot een lekkere 20-24
knopen.
Edo sluit de Navtex (zie 'leven aan boord'), die 't al niet meer doet sinds
Portugal, aan op een van de draden van de di-pool antenne (zie ook 01.07) en
jawel! bericht. Verwachting is dat we een windkracht 6-7 achterop gaan
krijgen voordat we in Falmouth zijn. Voor we de nacht ingaan minderen we
zeil.
Voor het laatst hebben we 's middags een groep dolfijnen bij de boeg.
Dagtotaal 155 Nm.
4 augustus (49°26.1'N/6°45.9'W)
Als we allemaal weer op zijn beginnen we met oversteken van de TSS (soort
denkbeeldige verkeersbanen voor grote schepen). In totaal zien we zo'n 6
schepen op afstand langsgaan. De wind neemt af en de koperen ploert is weer
helemaal terug. Als we de vuurtoren bij Lizzard Point al in zicht hebben
horen we op de VHF dat later vandaag en de komende dagen slecht weer met
veel wind (gale) deze kant opkomt....en wij maar smeren! De laatste paar uur
varen we op de motor, er is geen wind meer. Om kwart voor vijf leggen we aan
in de Falmouth Visitors Yacht Haven.
Een uurtje later stappen Inge en Timo aan boord. Zij zijn al een week
vakantie aan het vieren in Falmouth en omstreken.
18.07 - 26.07 Ponta
Delgada
Ponta Delgada is minder aantrekkelijk dan Horta of Angra, maar een groter
dorp is ook wel weer eens lekker.
Nadat we zijn bijgeslapen beginnen we met klussen en de voorbereidingen. Als
Willem de 23e is aangekomen willen we daarna zodra 't weer er goed uitziet
kunnen vertrekken.
De Lientoo loopt ook binnen, dus 't is weer gezellig met Sylvia en Pascal
(die twee gasten aan boord hebben en z.s.m. willen vertrekken) en Daan en
Paul (die gasten verwachten die ongeveer tegelijk met Willem aan zullen
komen).
Vaak gaan we naar 't zelfde cafeetje, Cantinho dos Anjos, waar de barman ons
lootjes laat trekken en elke avond voor een van ons een glas graveert met je
naam en taak aan boord.
Samen met Paul en Daan huren we twee dagen een autootje om Sao Miguel te
bekijken. In de haven worden we aangeschoten door 'Carlos', die ons een
huurauto voorschotelt voor
€
25,-/dag. Dat klinkt aantrekkelijk. De avond vantevoren horen we al van de
Wateraap dat dit allemaal een lokkertje is. €
25,- is de prijs voor een A-klasse auto, maar ze hebben geen A-klasse (trouwens
ook geen B!). En als we eenmaal de volgende ochtend in het kantoortje zitten
blijken we ook allemaal extra's te moeten neertellen voor verzekeringen etc.
die we niet willen. We geven aan dat we ons niet laten verneuken en lopen weg.
Hebben we mooi even laten zien dat met ons niet te sollen valt.....we hebben
alleen geen auto.
Gelukkig is een ander verhuurbureau ook open op zondag en kunnen we om 3 uur
die middag een auto ophalen. (waar we overigens bijna net zoveel voor betalen als
voor de auto van Carlos, maar goed!)
Caldeira Velha. Een 'warm water' waterval. Het badje onder aan de waterval
is niet helemaal natuurlijk, en 't
stinkt een beetje....maar we mogen niet klagen!
Op een bord (linker foto) zien we wat ons uitzicht had kunnen zijn. Maar we
zien niet zoveel......
Sete Cidades. Aan de noordzijde het blauwe meer (lagoa azul) en zuidelijk het
groene meer (lagoa verde,
tweede foto). Helaas was hiervan weinig zichtbaar op het moment dat wij er
waren.
Vuurtoren op meest westelijke punt van Sao Miguel, Ponta da Ferraria.
Furnas, fumaroles (zwavelbronnen/ pruttelende en stinkende modderpoelen) in
het oosten van Sao Miguel. In enkele van de
bronnen werden pannen met eten gezet waar het eten dan een paar uur in kon 'stoven'
(Cozida oid?) We zijn het later in het
dorp ook gaan eten. Leuk om een keer te doen, maar
geen aanrader. Tenzij je van veel vet vlees,
bloedworst (ja Edo, dat is bloedworst!) en stukgestoofde kool houdt..?
We zijn een heel klein stukje gaan lopen, tussen de regenbuien door, langs het
Lagoa das Furnas.
Dit kerkje staat langs het meer. (projectje Jaap?)
Maandag de 23e om een uur of elf 's avonds landt Willem en pikken we hem op
met de huurauto. Goed om elkaar weer te zien na een jaar! de dagen erna
kletsen we bij, doen de laatste inkopen en klussen en douchen voor 't laatst
met warm water en hopelijk ook voor t laatst met kakkerlakken. (de thermostaatkraan hebben we te lang niet meer gebruikt en
die geeft nu alleen maar bloedheet water.....Het zeewater is hier nog 20
graden, maar dat zal wel minder worden richting de UK. Dan is het wel koud
douchen met zout water en dan afspoelen met koud water uit jerrycans...brrrr)
17.07 - 18.07 Horta -
Ponta Delgada (Sao Miguel, Acores)
Dinsdagmiddag vertrokken we naar Ponta Delgada. Dat was weer moeilijk, om
afscheid te nemen van Jaap en Laura. Wanneer zullen we ze weer zien?
Laatste keer de 'Dutch gang' bij elkaar? vlnr: Jaap & Laura (Margalliti),
wij twee en de schildering van Marco & Holly (Dalliance, zie ook Las Palmas,
5 dec.)
Zoals gepland zijn we eerst op de motor om Pico heen gevaren om zo ten
noorden van het eiland richting Sao
Miguel over te kunnen steken. Helaas bleek door de invloed van de eilanden de wind
tussen Pico en Sao Jorge weer anders te zijn dan de algemeen geldende
windrichting, waardoor we tussen de eilanden moesten laveren.
Nadat we voorbij Pico waren werd de zee steeds ruiger en nam de wind toe tot
max. 28 knopen (Bft 7).
Sao Miguel was maar net bezeild, met als gevolg dat we niet sliepen en
beukend tegen golven en zo hoog mogelijk aan de wind zeilend ruim 20 uur na
vertrek bij Sao Miguel waren. Het heeft nog zo'n 4 uur geduurd
voordat we de haven van Ponta Delgada binnenliepen.
De Wateraap II ligt er ook, maar er is niemand aan boord. Na een tosti en een
kop koffie crashen we en slapen vanaf 's middags aan een stuk door.
13.07 - 17.07 Horta (Faial,
Acores)
Op zich viel het nog mee. Nadat we bij Vila da Praia tussen het Pointa de
Restinga en de Ilheu de Baixa (rots vlak bij het land, waar je tussendoor
kunt zeilen) door waren rolden we de Genua uit en kregen we zo'n 10-13
knopen in de rug mee. Dat ging lekker! Er was behoorlijk wat mist en we
zagen de Margalliti niet meer, die zo'n uur voor ons was vertrokken. Jaap
riep ons op op de VHF, hij had helemaal geen wind en was inmiddels op de
motor recht op Horta af aan het stomen. Helaas nam bij ons ook de wind na
ongeveer anderhalf uur zover af dat we de rest van de dag op de motor hebben
gevaren...wat een dag!
Om 4 uur legden we weer aan de receptionpontoon van Horta, waar we 17 juni
ook aankwamen na de oversteek vanaf St. Maarten.
Na een paar wijntjes te hebben gedronken om bij te kletsen met Jan en
Joanneke van de Witte Raaf (waar Jaap en Laura eerder in de Azoren mee waren
opgetrokken, ook vertrekkers 2006) zijn we een vleesspies gaan eten bij
Peter. (Cafe Sport/Peters' bar)
De zaterdag regende het en hebben we voornamelijk geklust en geshopt.
Zondag zijn we met Jaap en Laura naar Pico gegaan, met een missie; 10 jaar
geleden waren Jaap en Laura ook op Pico en hebben toen onder andere een
klooster bezocht. Ze werden toen door een taxichauffeur rondgereden waarvan
de vrouw Maria heette. Jaap heeft zich toen voorgenomen om, als hij meer
tijd zou hebben en het klooster zou er nog steeds vervallen bij staan, zou
gaan zoeken naar investeerders en een nieuwe bestemming voor dit klooster te
gaan realiseren. Nu dus.
Uiteraard hebben we allemaal grappen gemaakt over het op zoek gaan naar de
taxichauffeur met de snor en naar Maria en naar een klooster waarvan je het
adres niet meer weet... We waren echter nog niet op Pico of Jaap dacht de
taxichauffeur te herkennen en liep op hem af. Hij stond te praten met een
vrouw...en jawel! Maria!! Ontzettend toevallig natuurlijk, wel jammer dat ze
ons konden vertellen dat het klooster sinds drie maanden verbouwd wordt tot
jeugdherberg...Vorig jaar is de renovatie ervan onderwerp van de
verkiezingen geweest. Als je toch 1 jaar eerder was geweest!
We zijn er nog wel gaan kijken...het is een mooi gebouw in een mooie
omgeving met fantastisch uitzicht. En met heel veel potentie (en dan een
jeugdherberg? ;-() Misschien moet je gewoon over een jaar weer gaan
kijken wat er terecht gekomen is van de mooie plannen van de overheid...? Of
een nieuw project zoeken.
We zijn het hele eiland rondgereden, langs de
kust en door heuvels. Het merendeel van de dag met mooi weer.
Maandag staat weer in het teken van (preventief) klussen en alvast e.e.a.
aan voorbereidingen doen voor de oversteek naar Engeland.
Dinsdag 17 juli willen we vertrekken naar Sao Miguel en dus is maandag ook
weer de laatste dag met Jaap en Laura (en voor hoelang dit keer?)...
10.07 - 13.07 Vila de
Praia (Graciosa, Acores)
De 10e vertrokken we om een uur of 10 richting Graciosa, 40 Nm van Terceira.
Tussen het op de motor varen door waren er
stukken bij dat we best lekker konden zeilen. Onderweg zagen we een walvis
op zijn dooie gemak achter ons langs zwemmen en vlak bij Graciosa kwam er
een grote groep van heel grote dolfijnen voor de boeg zwemmen. Bij de haven
van Graciosa aangekomen bleek er nog net een klein stukje kademuur
beschikbaar te zijn voor ons om aan aan te leggen. De haven is heel klein en
ligt vol met vissersschepen.
Graciosa is zo'n 13 bij 7 km groot. Vila da Praia ligt in het Noordoosten.
Het is
een klein vissersdorpje rondom de haven, met witgeverfde huizen en kerkjes.
Er wordt door opvallend veel mensen goed Engels gesproken. Veel inwoners
zijn
geboren in of hebben een groot deel van hun leven in Canada gewoond. (en ze
komen weer terug om te ontkomen aan de drukte en werkdruk van het leven in
Canada)
De windmolens in het dorp worden opgeknapt en verhuurd als vakantiehuisje
of als B&B.
De eerste ochtend kwam een boze visser bij ons aankloppen. We lagen voor de
opgang die hij altijd gebruikt om zijn buit aan land te krijgen! Gelukkig
wist Jaap de man een beetje te sussen en konden we de Margalliti zo van de
kant krijgen dat de vissersboot alsnog bij de trap kon komen. Toen alle vis
in bakken op de pickup werd geladen heeft Jaap nog even geholpen. Hij kreeg
van de man twee vissen, een "nee dank u" werd niet geaccepteerd.
Terwijl Jaap en Laura een rondje over het eiland deden bleven Edo en ik aan
boord (we lagen niet lekker genoeg vonden we om de boten alleen te laten).
We hebben de vissen (Rouria?) vast schoongemaakt en 's avonds met zijn
vieren toch nog bijna helemaal opgekregen. Toen Jaap en Laura weer terug
waren, hebben Edo en ik dezelfde taxichauffeur gevraagd om ons naar Furna de
Enxofre te rijden.
Furna de Enxofre. In een van de kraters op Graciosa kun je via een
wenteltrap afdalen
(75 m/183 steps, tweede foto) om in een ruimte beneden te komen waarin nog
een meer (130 meter breed en minstens 15 meter diep, regenwater) staat en
waar hier en daar sulferbronnen (fumeroles) aan het oppervlak komen
pruttelen en die hier en daar gele pleken achterlaten op de rotsen om de
bronnen heen. Toen wij er waren was het sulfergehalte te hoog (je rook het
goed) om er dichtbij te komen (en de man die met ons meeliep wilde graag
naar huis...) dus na een blik in de grot zijn we weer omhoog geklauterd.
Donderdag de 12e zou het ongeveer 20 knopen waaien, dus we vertrokken vol
goede moed met tweemaal gereefd grootzeil en kotterfok op richting Faial.
Het eerste rak, tot ongeveer het midden van Sao Jorge (eiland dat tussen
Graciosa en Faial inligt) ging lekker. We liepen ruim 7 knopen. Echter nadat
we overstag waren gegaan en tegen wind en golven in probeerden te boksen
liep de wind op en werden de golven heftiger. Na twee uur ploeteren zagen we
de wind toenemen tot zo'n 30 knopen en werden we regelmatig bijna stilgelegd
door de hoge golven waar we tegenop liepen. We riepen de Margalliti op, die
iets achter ons lag en besloten terug te keren naar Vila da Praia. Voor de
wind surften we in no-time terug.
We konden niet meer op ons oude plekkie terug, want daar lag nu een andere
zeilboot. We gingen voor anker.
We lagen nog niet toen we een oproep kregen van de pilot om te verkassen,
want er kwam een groot schip aan dat moest lossen. Toen we eindelijk goed
lagen heeft Edo Laura en Jaap opgehaald met de dinghy om bij ons te komen
borrelen en eten.
Dat opblazen van de dinghy is een rotklus, maar hij had wel zin om even weer
met de brommuh te spelen....Totdat hij de sleutel omdraaide in het slot
waarmee de brommuh op de boot vastzit.....en de sleutel brak!? Afijn wat
geklooi later (zo'n 20 minuten, goed slot!) konden we de brommuh met slot en
al van het plankje wrikken en viel het slot eraf...
Echt rustig lagen we niet, die avond en nacht, aangezien er nog zo'n vijf
visserschepen om ons heen en vlak naast ons voor
anker gingen. Tijdens de borrel heeft Jaap met de VHF in de hand gezeten,
klaar om de eikels wat te zeggen die wel heel dicht
bij de Margalliti hun anker uitgooiden! (waar ze waarschijnlijk zelf heel
veel lol om hadden)
Vrijdag de 13e (bijgeloof onder zeilers: 'vertrek nooit op een vrijdag!' en
dan ook nog de 13e? lef hebben niet?) gingen we om een uur of zeven weer
opnieuw op weg......deze keer geheel zonder wind! (foto: ronden van Sao
Jorge, met op de achtergrond Pico)
01.07 - 10.07 Angra
de Heroismo (Terceira, Acores)
Angra de Heroismo is een leuk klein stadje met kleurige huisjes en leuke
pleintjes. Het is het eerste Europese stadje in de Atlantische Oceaan
geweest. Terceira was een belangrijke tussenstop voor de
ontdekkingsreizigers die de Atlantische Oceaan overstaken. Aan het einde van
de 16e eeuw was bijna de gehele kustlijn bebouwd met Spaanse forten, in
totaal 40, waarvan er nog relatief veel overeind staan.
Angra do Heroismo
Overdag gebruiken we voor klussen en bijkletsen met Jaap en Laura en we gaan
's avonds lekker uit eten en borrelen met Jaap en Laura (Margalliti), Sylvia
en Pascal (Wateraap) en Helga en Rene (Vagebond).
Eigenlijk zou ik overboord gaan om de anodes te checken, maar gelukkig wilde
Pascal wel even kijken toen hij toch overboord
ging om zijn eigen onderwaterschip te bekijken en schoon te maken. Thanks!
('t is ff wennen, water van nog geen 20 graden)
Vrijdag zijn we met een aantal (Pascal & Sylvia, Rene en ik) gaan duiken bij
de geitenrotsen (Ilheus das Cabras) voor de kust. Dat was lang geleden voor mij! De anderen
hebben twee duiken gedaan, maar ik heb het bij een gelaten (eerst maar een
opfriscursus doen ;-$). Er stond behoorlijk wat stroming en het was ook nieuw
voor mij om in een grot te duiken. Was wel weer heerlijk om te doen!
Met een bus zijn Edo en ik zaterdag langs de westkust naar Biscoitos gegaan
en weer terug, door allerlei leuke kleine dorpjes en langs de kust.
In Biscoitos aangekomen regende het de hele middag. Goede reden om i.i.g. de
plaatselijke kroeg te bezoeken!
We zijn naar de vissershaven gegaan en naar de natuurlijke
baden waarvoor ze de lavaresten benutten. (incl. badmeester)
(lekker Europees weer he?!)
We hebben zelfs nog het wijnmuseum bezocht,
waar deze keer wel meer uitleg gegeven werd dan in het museum op Pico en
waarvandaan we na het proeven een lekker tafelwijntje hebben
meegenomen. (wat we bij thuiskomst met Jaap en Laura nogmaals 'geproefd'
hebben).
01.07 Oversteek van
Faial naar Terceira en weerzien met Margalliti
Om 7 uur 's morgens vertrok de Wateraap en wij een halfuur later, op weg
naar Terceira (70 Nm). Na eerst anderhalf uur op de motor gevaren te hebben,
konden we een paar uur heerlijk zeilen. Totdat we bij het eiland Sao Jorge
kwamen en de wind afnam. Pas voorbij het eiland kwam deze weer een beetje
terug. Vlak voor aankomst bij Terceira werden we opgeroepen door Jaap (Margalliti),
hij had ons al gezien toen hij over het eiland reed met een huurauto.
Aangekomen bij de reception pontoon van Angra do Heroismo werden we meteen
verwelkomd door Jaap en Laura. Top om ze weer te zien!
Watervallen aan de zuid-oostkust Sao Jorge.
Nadat we Klef hadden aangelegd en hadden opgeruimd, zijn we naar de
Margalliti gegaan om bij te kletsen. Zij hadden champagne vanwege onze 'verloving'
(volgens ons een ouderwets begrip, maar ja...)! Erg leuk, erg gezellig en
errug veel alcohol...We hadden al een maand lang e-mailcontact over het
drinken van emmers bier, wat Jaap en Laura wel heel serieus hadden genomen.
Edo en Jaap hebben uit wijnkoelers bier gedronken (emmers met opschrift,
die we vervolgens als cadeautje hebben gekregen, top!) Om 12 uur werden we
vanwege het afsluiten van het Terceira-festival getrakteerd op vuurwerk.
Daarna zijn we nog 'even' doorgegaan.
En wat doe je als je gelijk opzeilt met een ander? Foto's maken van elkaar
;-) Dank je Pascal!
18.06 - 30.06 Horta, Faial (Azoren)
De eerste ochtend werden we wakker van stemmen en een boot vlakbij. Edo is in zijn kleren
geschoten om te helpen. Buiten gekomen zag hij een boot langszij komen
zonder mast met een losbungelende railing. Van de drie mannen aan boord
zagen er twee uit of ze redelijk in shock waren...
Vier dagen uit de kust was een stag gebroken. Tot 60 Nm uit de kust konden
ze nog zeilen met alle beschikbare vallen i.p.v. die stag, maar toen ving de
fok opeens iets meer wind en knakte de mast om en verdween met alle zeilen
en rigging de zee in...
's Avonds hebben we een paar biertjes met ze gedaan. Ze lijken de eerste
schrik al redelijk teboven te zijn gekomen. De eigenaar echter zit nog met
wat bedenkingen waar hij de middelen vandaan moet halen om e.e.a. te gaan
fixen....(inmiddels (27 juli) weten we dat hij zijn schip heeft verkocht en
binnenkort terugvliegt naar de USA, einde avontuur voor hem)
We liggen inmiddels drie dik aan de kade in het 'North basin' waar veel
cruisers liggen die we eerder deze trip hebben gezien. (1e foto v.l.n.r.
Schoonheyt, Klef, Wateraap II)

Onze tweede dag hier zijn we met een groep van 8 Nederlanders (Daan en
Paul van de Lientoo, Helga en Rene van de Vagebond, Ab en Agaath van de Schoonheyt en wij) met de ferry naar Pico (ander eiland, half uur met de
ferry) gegaan. Daar hebben we ons eerst met de taxi naar 700 meter hoogte
laten brengen en zijn toen teruggelopen. Erg leuk en gezellig. (was alleen
niet goed voor mijn voeten om na een half jaar teenslippers in sokken en
wandelschoenen zo'n 9 km. te gaan lopen...vanwege grote blaren loop ik de
komende tijd gewoon weer op slippuhs!)
We zijn begonnen bij een waanzinnige grot (mwah..klein tunneltje onder gras
door) en na afloop van de wandeling hebben we in Madalena (hoofdstad van
Pico) wijn geproefd. (maar dat was niet echt heel fantastisch...zoals nog net te zien op het gezicht van de
mevrouw die ons inschonk (laatste foto)...) Onderweg liepen we tussen koeien
en wijnranken door over voornamelijk gravelpaden.
We zijn begonnen met schoonmaken, wassen en klussen ....moet ook
gebeuren. We hebben contact gehad met de Margalliti die we voor het laatst
op de kade achterlieten in Las Palmas (begin december 2006). Over een paar
dagen gaan we ze weer zien!. En elke dag komen er nieuwe Nederlandse boten
binnen waarmee natuurlijk even bijgepraat moet worden (komen we hier nog weg?!).
(haven van) Horta
De 25e was Sylvia jarig! Taart en borrel op de Wateraap (en later op de
kade).
De 27e zijn we samen met Pascal en Sylvia van de Wateraap (www.wateraap.com)
met een auto het eiland rondgereden.
Faial beslaat in totaal ongeveer 170 km2 en telt 16.000 inwoners. In een
goede dag kun je het hele eiland bekijken.
Eerste stop, Morro de Castelo Branco. Edo en Pascal zijn de rots
opgeklauterd.
Molens bij Conceicao.
Tussen verschillende 'landjes' zijn heggen van hortensia geplaatst.
De hortensias zijn door de Chinezen in de 18e eeuw hiernaartoe gehaald.
Hieraan dankt het eiland haar bijnaam 'Ilha Azul' (blauw eiland).

Caldeira y Volcao dos Capalinhos, het meest westelijke punt van Faial. In
september 1957 vond een vulkanische uitbarsting plaats, onder water ,
ongeveer 1 km uit de kust bij het westelijkste punt van Faial. Hierop
volgden nog ongeveer 200 aardbevingen. Een schiereiland ontstond en zonk
weer in zee, maar werd weer opgebouwd toen in november opnieuw uitbarstingen
plaatsvonden. Eind december '57 was anderhalve vierkante kilometer nieuw
land toegevoegd aan het eiland. Ben benieuwd hoe dit stuk land er over nog
eens 50 jaar uitziet...
Op het meest westelijke punt stond een vuurtoren, die nog bestaat, maar
uiteraard nu op de verkeerde plek staat. Bouwwerkzaamheden zijn in volle
gang om hier een informatiecentrum te maken over de vulkaanuitbarstingen en
het landschap.
Caldeira do Faial. Midden op het eiland ligt een krater van 2 km. breed (omtrek
ca. 6 km) en zo'n 400 meter diep. (hoogste punt 1.040 meter) Het is een
overblijfsel van eerdere uitbarstingen die ongeveer tweederde van het eiland
met puin bedekten. De schatting is dat dit proces zo'n 1000 jaar geleden tot
een eind is gekomen. Je kunt om de krater heenlopen, maar aangezien het
tegen de tijd dat we er waren al tegen vijven liep, hebben we maar een (heeeel)
klein stukje van deze wandeling gedaan.
Goed plan van Daan en Paul om een kadebbq te houden. Gelukkig begon het pas
echt te plenzen toen we al aan de koffie waren en konden we verder borrelen
bij ons aan boord.
Het is traditie om een muurschildering achter te laten met de naam van je
schip en bemanning. De hele kademuur en -weg en inmiddels ook alle andere
muren en stoepranden om de haven heen zijn volgeschilderd. Ook wij hebben
ons best gedaan. (en wat had ik een spijt van die biertjes bij Cafe Sport,
de avonden ervoor ;-))
01.06 - 17.06 De
oversteek van St. Maarten naar Faial (Azoren)
Na een prachtige oversteek zetten we na 16 dagen op zee weer voet op aarde
in Europa. De eerste week hebben we weinig wind gehad, maar dat is het
tweede deel van de reis weer goedgemaakt. De watertemperatuur hebben we
terug zien lopen van 29.9C tot net iets onder de 20C (dat is best koud om
onder te douchen!) en de binnentemperatuur in de boot is van 35C naar 23C
gezakt....Voor het eerst sinds de Canarische Eilanden slapen we weer onder
een dekbed (en da's nou weer best lekker! ;-))
Bijna elke dag hadden we dolfijnen bij de boot. In totaal hebben we (sommige
heel ver aan de horizon, nooit echt dichtbij) 8 schepen gezien.
Voor het weerbericht luisterden we om beurten naar een netje over de SSB,
dat wij ontvangen op ons wereldontvangertje. Gelukkig zeilde er een schip
redelijk in onze buurt, zodat we aan de hand van de weersverwachting en
adviezen die dit schip kreeg konden bepalen wat wij konden verwachten.
Om 19:40 uur UTC geeft 'Herb' het weer en adviezen over de te volgen route
aan zeilboten die zich bij hem melden. (12.359 kHz) Wel lachen om naar te
luisteren. Hij heeft een beetje last van grootheidswaan, maar heeft ook wel
vaak (wat onze positie betrof iig) gelijk gehad. Wij hebben geen SSB radio
aan boord, maar hebben voor het afluisteren een wereldontvanger gekocht in
Las Palmas voor 50 euro. Hans Elias de Bree geeft in zijn boek '400
maandagen' (hij heeft samen met zijn vriendin ditzelfde rondje gedaan in
2002 en heeft hierover een boekje geschreven) een tip over hoe je een di-pool
antenne klust en daarmee konden we toch elke dag meeluisteren. (foto's:1.
Edo met oordopjes in aan het luisteren en noteren. 2. Aan de coaxkabel die
eerder navtexantenne was heeft Edo twee kabels verbonden, waarvan een aan de
railing wordt bevestigd en de andere (antenne) met het vlaggetouwtje omhoog
gehesen wordt.)
De stuurautomaat heeft het top gedaan. We hebben dagelijks apparatuur,
zeilen en lijnen gecheckt. We hebben geen problemen gehad.
Onze gemiddelde snelheid is 6.0 knopen geweest. Maximum snelheid (eenmalig
hoor, surfend op een golf!) is 13 knopen geweest, maar we hebben ook vaak 2
knopen (SOG) op de meters gezien.
Kort per dag: (posities om 0:00 h, vertrek en aankomst)
1 juni (vertrek: 18°06.09'N/62°58.6'W)
Als de wind rond een uur of een 's middags boven de 10 knopen wordt
besluiten we te vertrekken. We hebben een heerlijke zeildag. Binnen in de
boot is het 35C en buiten ook. Dagafstand zo'n 80Nm.
2 juni (19°11.0'N/62°39.9'W)
Dagafstand 151Nm. De watertemperatuur is een graad gezakt en de
binnentemperatuur 2 graden.
We kruipen weg onder de geimproviseerde bimini om niet helemaal weg te
fikken en lezen tijdschriften die we van Atty hebben
gekregen.
3 juni (21°33.2'N/61°46.3'W)
Dagafstand 158 Nm, dat gaat lekker zo. Het is overdag nog steeds heet, 's
nachts zitten we nog in een T-shirt en korte broek.
Als we eens achter ons kijken (allebei verdiept in ons tijdschrift) zien we
opeens een boei vanonder de boot omhoog komen
(net naast de hendel van de brommuh)....daar zijn we dus precies overheen
gevaren! (misschien moeten we toch wat vaker
voor ons kijken....)
4 juni (24°01.0'N/60°47.0'W)
De wind loopt sterk terug, maar de dagafstand is toch nog 137 Nm. We checken
elk half uur ons squidje, waar elke keer weer een bos wier aan
hangt. Zo gaan we natuurlijk niks vangen! 's avonds eten we boerenkool met
worst! ;-)
Om ons heen zien we heel veel portugese oorlogsschepen (die kwallen met een
zeiltje bedoel ik dan uiteraard).
Advies van Herb aan de schepen om ons heen om vooral nog Noord te blijven
gaan de komende dagen, dat doen wij dan ook maar.
5 juni (26°03.4'N/59°40.2'W)
De hele nacht klappende zeilen gehad. Als overdag de wind afneemt tot onder
de 7 knopen halen we het grootzeil naar beneden en hijsen de gennaker. Als
ook deze weinig wind vangt bomen we de genua uit en dobberen verder. Van
18:00 -23:00 varen we op de motor over een bijna gladde zee. De dagafstand
is 116 Nm (inclusief vijf uur op de motor 5,5 knots)
Herb geeft aan dat deze wind waarschijnlijk aanhoudt tot en met vrijdag (het
is nu dinsdag...)
6 juni (27°48.1'N/58°45.9'W)
Halverwege de middag komt er gelukkig weer wind en varen we uren met een
snelheid van circa 7 knopen. Dagafstand 145 Nm.
's morgens is het in de boot nog een aangename 28C, maar die loopt gedurende
de dag weer 'lekker' op..
Luisterend naar Herb horen we dat de drie boten die dicht achter ons zitten
al twee dagen op de motor varen en er waarschijnlijk nog drie te gaan hebben...hmmm.
We gooien het squidje niet meer uit, dat heeft geen zin met al die bossen
wier die lans drijven en eraan blijven hangen.
Alle tijdschriften en boeken zijn uit. Gaat de verveling nu toch echt
toeslaan? Ik ben op de Sudoku overgegaan...
7 juni (29°44.6'N/57°09.3'W)
's nachts hebben we nog goede wind, maar vanaf 4 uur 's morgens zakt deze
tot rond de 5 knopen. Om 05:00 passeren we de 30 graden Noorderbreedte.
We besluiten om voor de volgende nacht het dekbed erbij te gaan pakken...het
wordt koud!
Het is frustrerend om zo langzaam te gaan (4 knopen ong.) maar zolang de
zeilen en giek niet klapperen houden we het wel even zo vol.
Edo bakt een brood (wat opeens weer lukt, raarmaarwaar) en 's avonds bak ik
een pizza.
Dagafstand 96 Nm.
(filmpje, dubbelklikken) 30 graden Noorderbreedte om 5 uur 's morgens met 5
knopen wind...(zo gaat het heel lang duren)
8 juni (30°52.9'N/55°52.0'W)
Dagafstand 125 Nm, in de loop van de dag is de wind gelukkig weer een beetje
teruggekomen. Na het luisteren naar Herb besluiten we recht op Horta
aan te koersen, hij verwacht dat we dan over een dag of twee veel wind
krijgen (20-25 knopen en raadt sommige van de schepen aan om daar dus weg te
blijven. Maar dat willen we graag!)
9 juni (32°10.1'N/53°58.9'W)
's Nachts is het koud, we zitten in een lange broek en trui onder een
slaapzak. De 'binnentemperatuur' (voor zover je daarover echt kunt spreken
in een boot die continu open staat..) komt niet hoger dan 28C.
Om half zes, als de zon op is, besluit ik het squidje weer uit te gooien en
even later kruip ik in een voorverwarmd bed.
Helaas wordt ik daar anderhalf uur later weer uitgehaald door Edo.
We hebben beet! Een lekkere mahi-mahi (dorade/dolphin fish) is erin getrapt...
Dagafstand 150 Nm (dag van 23 uur, we zetten de klok een uur vooruit), ons
waypoint komt nu snel dichterbij.
10 juni (33°07.8'N/51°16.2'W)
We lopen lekker, nog 1100 mijl te gaan. Om te vieren dat we halverwege zijn
trekken we een pak speculaasjes open. Voor het bakken van de taart die we
gepland hadden schommelen we echt te veel.
Dagafstand 145 Nm. Douchen in de kuip is een uitdaging, het water is
inmiddels 23,5 graad koud!
11 juni (33°57.3'N/48°36.1'W)
In de middag zie ik opeens het knotsentouwtje waaraan de vislijn is
bevestigd oprekken...we hebben weer beet! Samen beginnen we aan het
binnenhalen. Helaas weet de vis zichzelf van de haak los te werken als we
even bezig zijn met het vieren van de zeilen om zo de snelheid even uit de
boot te halen...Dagafstand 112 Nm.
12 juni (34°11.5'N/45°34.5'W)
Na weer een waterkoude nacht was ik net van plan om bij Edo in bed te
kruipen (waar hij dan 5 minuten later echt uit moet...ik gun het hem echt om
te blijven liggen...maar ik heb zo'n zin om te liggen en het weer warm te
krijgen!) Opeens een harde knal en luid gesis...
Een van de reddingsvesten is spontaan opgeblazen! @$^*()(_*^&$ We hebben
gelukkig nog 1 reservepatroon.
Lekkere zeildag, dagafstand 152 Nm. Het schiet lekker op, maar we worden wel
gek van het geschommel.
's nachts spoelt een squidje aan dek...
13 juni (34°44.4'N/42°34.7'W)
Dagafstand 155 Nm. We hebben goede wind, maar wel recht van achteren en er
staan hoge golven (dubbelklikken op foto). Voor de zekerheid hebben we de
schotten in de companionway (ingang van de kuip naar de kajuit) gedaan. Wat
geen slecht idee blijkt te zijn geweest, want we worden 's avonds en 's
nachts twee keer 'gepooped'. (een grote brekende golf loopt over de kont van het
schip heen en spoelt zo de kuip in).
We zien snelheden van negenenhalve knoop (surfend, maar toch) en minderen
zeil.
(zie voor nog twee korte filmpjes
film vd maand)
14 juni (35°30.8'N/39°36.2'W)
Tijdens mijn wacht van 9-12 uur (13 juni) hoor ik een raar geluid uit het
achteronder (stuurautomaat en roer...) komen. Voorzichtig vertel ik het aan
Edo als hij mij aflost...Twee uur later open ik een oog omdat Edo op zo'n 20
cm. van mijn hoofd iets zegt als: '...is niet goed.....mis met het roer ..'.
Da's niet fijn wakker worden!
We halen de bakskist leeg en Edo checkt de lagers. Daarmee is gelukkig-op
het eerste gezicht- niets aan de hand.
Al snel vindt Edo de oorzaak van het bonken dat overigens steeds vaker en
harder klinkt. Alle zes de bouten waarmee de constructie van het roer aan
het dek vastzit zijn los. Steeksleutel erbij, aandraaien en stilte.....Eric,
we hebben aan je gedacht die nacht! ;-$
We krijgen de hele dag buien over en de zee is ruw. 's Nachts worden nu ook
de zeilpakken gedragen....(nadat die zeker een half jaar werkloos in de kast
hadden gehangen!) Dagafstand 154 Nm (dag van 23 uur, we zetten de klok weer
een uur vooruit).
15 juni (35°43.1'N/36°31.6'W)
's Nachts krijgen we een paar squalls over, maar de maximum wind die daarbij
komt is 35 knopen, dus 't valt mee. We hebben het grootzeil tweemaal gereefd
en de kotterfok op. Binnen in de boot is het nog 23 graden. Ook overdag
hebben we een lange broek en trui aan...
Dagafstand 154 Nm, watertemperatuur 21,5 graden.
Wat was het ook weer 'red at night....'?
16 juni (36°41.7'N/33°37.2'W)
Er is weer zon en we hebben allemaal sms'jes op de Iridium (dank jullie
Karin, mama, Martijn en Jildou en Jaap en Laura! Jammer dat we alleen kunnen
ontvangen en niet reageren..), de dag kan niet meer stuk! En om een uur of
vier hebben we ook nog beet!
Edo trekt de lijn meter voor meter binnen en ik zit achter hem en wikkel de
lijn om die haspel. Beiden kijken we verwachtingsvol achter ons of we al een
glimp op kunnen vangen van onze vangst. Twee vleugels surfen achter de boot
aan en komen langzaam dichterbij... Uhm..niegoe?
Er zit een meeuw aan onze haak en hij leeft nog! Terwijl hij met zijn
laatste kracht probeert Edo te bijten maakt deze de haak los uit zijn
pootjes en laat de meeuw los. Toen we omkeken leefde hij nog, maar of dat zo
blijft na 10 minuten met hoge snelheid op je kont door het water te zijn
getrokken...? (da's nog eens een klisma) Dom beest!
17 juni (37°48.8'N/30°40.2'W)
Vandaag gaan we aankomen. Om 5 uur gooi ik het vissie weer uit. Ik voel me
goed en besluit Edo te laten liggen i.p.v. hem om 06:00 uit bed te trekken.
'Helaas' hebben we iets na zessen weer beet! De lijn staat superstrak en we
hebben grote moeite om de eerste tientallen meters binnen te halen totdat de
lijn opeens los voelt en we een meeuw op het water zien komen drijven met
zijn vlegels alle kanten op....Wat is dat toch met die beesten hier! We
gooien geen vislijn meer uit, vanavond hopen we toch aan de beroemde
vleesspiezen van Cafe Sport te gaan.
Om drie uur krijgen we land in zicht, nog zo'n 20 Nm te gaan tot Horta (eiland
Faial, Azoren (Portugal)).
Om 20:00 plaatselijke tijd (tussen begin en eind van onze oversteek zit vier
uur tijdsverschil) stappen we weer aan wal, in Europa. De receptie gaat net
dicht en we worden verzocht om aan de receptionpontoon te blijven liggen, de
rest komt morgen wel. De Lientoo (zagen we heel even in La Coruna), Tarpan (zagen
we in Simpson Bay) en Vagebond (wel over gehoord, nog niet ontmoet) komen
vragen hoe we het gehad hebben. Wat een gezelligheid hier! Na een rondje
door de haven om te kijken wie er voor de rest allemaal lagen zijn we in
Cafe Sport beland.
Om 1 uur 's nachts kropen we -samen- in een heerlijk schoon en warm bed. De
oversteek is voorbij en was goed!
De watertemperatuur
is hier onder de 20C, maar gelukkig hebben ze hier douches. (die overigens
dicht waren toen we aankwamen. En we hadden ons er zo op verheugd!)
20:00 uur, Aankomst in Horta (38°31.9'N/28°37.5'W)
Pico is goed zichtbaar vanaf de haven van Horta (voor het eerst
sinds tijden, blijkt, en
met typische wolken).
31.05 - 01.06 Simpson Bay - Tintamarre (St. Maarten)
Om een uur of vier vertrokken we. Het was mooi weer, droog en een beetje
wind....Die al snel afnam naar ongeveer 4 knopen en niet van plan was om
weer terug te komen. Tegen schemering besloten we dat we niet de eerste
nacht al wilden motoren* en gooiden ons anker uit bij Tintamarre, een
eilandje tegenover Ile Pinel, waar we eerder waren.(10.04)
*We hebben in totaal voor 4 volle dagen op de motor varen diesel bij ons. Om
daar nou meteen de eerste nacht (er kunnen er zomaar nog zo'n 20 volgen..)
al een deel van te gebruiken.
De volgende dag hebben we tot een uur of twee gewacht voor de wind weer een
beetje toenam.
19.05 - 31.05 Simpson Bay Lagoon (St.
Maarten)
We hadden aan Atty (moeder van Edo, die met haar vriendin Greet in een hotel
in Philipsburg verblijft) doorgegeven dat we de brug van half zes zouden
nemen. We zouden ze dan zien bij de jachtclub naast de brug. Toen we echter
om ongeveer half vier ankerden voor de brug, werd er van de kant al geroepen
en geschreeuwd. Atty stond al naar ons te zwaaien!
Leuk om zo onthaald te worden!
We kletsen natuurlijk bij met Atty en Greet, diner (en bitterballen!) in hun hotel in Philipsburg en BBQ
bij ons in de kuip.
Arie, Diane, Kevin, Carlijn en Jasmijn (Achterneef van Edo met gezin) komen
nog borrelen aan boord van Klef. Was gezellig om ze hier op St. Maarten te
hebben ontmoet en we hebben ze nog de boot kunnen laten zien!
In Simpson Bay Lagoon doen we nog de nodige klussen voordat we gaan
oversteken.
We hebben onder andere het grootzeil weggebracht om enkele versterkingen aan
te laten brengen, we verversen de olie van de motor, vervangen een diesel
filter, laten de koelkast nakijken,
vervangen ons waterfilter, checken wat lieren en maken die schoon, vervangen
de Genua door de HA en meer
van dat soort klusjes.
Zondag begint het te regenen en dat gaat de hele maandag door. Sommige
klussen kunnen we niet goed doen in de regen en we besluiten dus iets langer
te blijven liggen en wachten tot het droog wordt.
Uiteindelijk zijn we nog tot en met de 30e blijven liggen. De 31e nog de
dinghy schoonmaken en de laatste jerrycans vullen en weg!
Slecht weer, maar mooie zonsondergangen, de laatste dagen in Simpson Bay.
17.05 - 19.05 Gustavia, St. Barts (St.
Barthelemy)
Heerlijk voor de wind -op alleen de Genua- zeilen we een volle dag (61 Nm)
van Barbuda naar St. Barts. Daar halen we weer gevulde gastankjes (dat is
namelijk nogal moeilijk te krijgen op St. Maarten) en genieten op het terras
van ' Le Select'. Toen we de vorige keer in Gustavia waren lag het vol met
megajachten. Nu liggen er nog twee, waarvan er een gelijk met ons vertrekt.
Ook Gustavia loopt leeg....
13.05 - 17.05 Cocoa
Point en ergens langs het '11 Mile Beach' (Barbuda)
Vanuit Jumby Bay is het ruim 30 Nm zeilen naar Barbuda. Vanwege de
fantastische wind (kleine 20 knopen, halve wind) zijn we er in een paar uur.
Onderweg hebben we beet! Toen de buit bijna binnen was zagen we dat het 'weer'
een baracuda was.
Na alle verhalen over hoe ziek je kunt worden door hier Baracuda's te eten (vanwege
de bacterien van rifvissen die door de Baracuda worden gegeten) en het feit
dat we toch echt over een dikke week aan de oversteek willen beginnen,
hebben we besloten hem/haar weer terug te gooien. Zonde!! maar toch...
Hopelijk overleeft 'ie t wel....hij heeft wat rubber ingeslikt...
Nadat we netjes onze waypoints gevolgd hebben om de vele ondieptes heen,
ankeren we aan een prachtig wit strand met wuivende palmbomen en wat
pelikanen. Naast ons liggen nog drie andere boten, die de ochtend erna
allemaal vertrekken. Weer een paradijs 'for ons eiguh'!.
Als we naar links kijken zien we het strand achter de horizon verdwijnen en als we rechts
kijken zien we het strand de bocht omgaan en kunnen tussen de bomen door
zelfs nog een stuk zee aan de andere kant zien (dit is Cocoa Point). We maken een lange
strandwandeling, waarbij we vissen met lange vinnen boven water vlakbij ons
zien rondjes zwemmen
(voor filmpje dubbelklikken op woord zwemmen).
en een rog die onbekommerd naar onze voeten toezwemt. (Call me chicken, maar ik
ben even uit het water gestapt...)
Op een gegeven moment probeert een kleine stern ons met duikvluchten naar
ons hoofd iets duidelijk te maken.....
we stonden bijna op haar eieren!
Even plaatsvervangende schaamte voor de Nederlander die dit hier laat
aanspoelen...
De laatste dag en nacht hebben we doorgebracht aan 11 Mile Beach (wat een
beetje rare benaming is, want de hele kustlijn van Barbuda lijkt wel een
aaneengesloten rand zand!), ter hoogte van Codrington, de hoofdstad (en
enige stad) van Barbuda.
Om uit te checken tillen we de brommuh over een dijk(je) en steken
Codrington Lagoon over (circa 20 minuten met onze 4 pk) naar Codrington. De
wind stuwt het water lekker op; drijfnat komen we aan in Codrington (handig
cadeau Joost, die waterdichte tas!).
Een klein dorp, bestaande uit wat
instortende pandjes en nieuwbouw, een onverharde en een verharde weg met wat
paadjes ertussen. De verharde weg volgend komen we bij het centrum met bar
en supermarkt en Immigration. De dienstdoende immigratieambtenaar wil ons
eerst de volgende dag terug laten komen....jadag!. Eindelijk akkoord geeft 'ie
aan dat we eerst bij het postkantoor langs moeten om uit te checken. Daar
aangekomen staren zes vrouwen die bonen uit plastic bekertjes zitten te
peuzelen ons aan. Uitchecken? De mevrouw die dat altijd doet is er vandaag
niet. (een zit te zingen, vier zitten te kletsen en een doet
kruiswoordpuzzels) Maar als we in het gebouw ertegenover naar meneer John
vragen, doet die dat vast wel. In het betreffende kantoor zitten twee mensen
te bellen en ligt er een, geleund op het bureau, te slapen... meneer John
ligt languit op een tafel in het eraan grenzende kantoortje. Hij is niet in
staat ons uit te klaren (daar is 'ie jaren geleden al mee gestopt) en we
moeten terug naar immigration. (goed, de stemming verandert enigszins...)
De man bij Immigration belt verontwaardigd wat mensen hier en daar (weten
wij veel waarom niemand hem vertelt dat die mevrouw vandaag niet werkt?) en
biedt zijn excuses aan. (of we vooral wel een keer terug willen komen) We
worden toch uitgecheckt, geven onze laatste East Carribean Dollars uit aan
rum en ander lekkers en gaan weer terug naar het 11 mile Beach, waartegen
ondertussen een flinke noorden swell kapotslaat....
Die nacht aan 11 Mile Beach was iets minder lekker.... (door de wind bleven
we met de neus richting strand liggen, maar als de wind weg zou vallen,
zouden de golven ons zo op het strand zetten.....met die gedachte slaap je
toch wat minder goed, althans wij)
12.05 - 13.05 Jumby Bay (Antigua)
We hadden met Luke en Emma (Engels stel, zie Deep Bay) een beetje zitten
geinen over een wedstrijdje naar Jumby Bay, door het "Boon Channel".
De volgende ochtend echter zijn wij aan hat afwassen en opruimen als zij
opeens voorbij komen zetten, ze hebben zich zeker bedacht?!
We drinken nog een bakkie en gaan dan ook weg. Eerst een stuk halve
wind naar het noorden waarbij we nog flink moeten uitwijken voor een
ondiepte waar volgens de kaart twee boeien bij moeten liggen. Niet dus. Voor de noordkust van Antigua ligt een groot rif
(Horse Shoe Reef). Tussen Antigua en het rif ligt een kanaal (The Boon
Channel), waarin ook weer allerlei ondiepten liggen. Een uitdagend stukkie
strietsen dus! Edo achter het roer en uitkijkend naar verandering van kleur
van de bodem en brekers op ondiepten en ik achter de kaartentafel met de
elektronische kaart voor me. En dan op het juiste moment over stag gaan, of nog net
even niet. Nog spannender werd het (voor ons dan) omdat we de Engelsen bijna
inhaalden. Na een leuk stuk door het kanaal gelaveerd te hebben, werden we
nog even getrakteerd op een klein paradijsje:
we gooiden het anker uit bij een uitgestorven resort in Jumby Bay.
Om
ons heen zwemmen wat schildpadden en op de bodem 'krioelt' het van de
zeesterren. De bodem bestaat uit hele lichte klei, waardoor het water
ongelooflijk lichtblauw lijkt.
11.05 - 12.05 Deep Bay
en Sandy Island (Antigua)
Ook Antigua heeft een Sandy Island en we willen kijken of we daar kunnen ankeren. Daar aangekomen blijkt het niet beschut te zijn en de zee is
er te onrustig om de nacht door te brengen. We gooien er wel het anker uit en
blijven een paar uur liggen om te zwemmen en lunchen. We hebben het eiland
helemaal voor onszelf (met een paar pelikanen dan). Er ligt een wrak half te
vergaan en een nog redelijk vers aangespoeld schip op het strand.
Vanaf Sandy Island varen we op de motor naar het nabijgelegen Deep Bay,
voordat de zon onder gaat. Daar aangekomen gooien we het anker uit achter
het Engelse koppel dat we in Falmouth Harbour hadden ontmoet.
In de (ingang van de) baai ligt het wrak van het schip 'the Andes' dat maar
net onder water ligt, twee van de drie masten komen met laag water nog boven
water uit. Het stalen schip was onderweg vanaf Trinidad met een lading teer,
in 1905. Toen het schip in de fik bleek te staan werd hun de toegang tot St.
John's (hoofdstad Antigua) geweigerd. Toen ze de luiken openden om de brand
eventueel te blussen sloeg het vuur om zich heen en het schip is
rechtstreeks naar de bodem gezakt.
We snorkelen eromheen. Vooral de boeg, met een mega-anker en ankerlier zijn
nog goed te herkennen. En de masten natuurlijk.
Gelukkig is er weinig wind in Deep Bay. We halen de oude 'grootzeil-trimlijn'
(hoe heet die lijn die van achter in het grootzeil naar boven en voorlangs
weer naar beneden gaat, waarmee je het voor- en achterlijk van het zeil kunt
trimmen?) eruit en vervangen deze door de lijn die we hiervoor al sinds
Portugal hebben liggen.
07.05 - 11.05 Falmouth
Harbour (Antigua)
Vorige week was het Antigua Raceweek. Wanneer wij aankomen liggen er nog
enkele schepen die aan de race hebben meegedaan. Verder zijn Falmouth en het
ernaast gelegen English Harbour redelijk uitgestorven (we zijn weer ' laat
in het seizoen').
We gaan voor anker in Falmouth Harbour en lopen naar Nelsons Dockyard
(English Harbour) en Shirley Heights. We doen wat voorbereidende klussen
voor de oversteek die nu toch wel dichtbij komt....(en wel heel erg voelt
alsof we teruggaan. Er wordt steeds meer over werk en huizen gesproken enzo...)
Om van het mooie uitzicht vanaf Shirley Heights (linker foto, achter
Falmouth Harbour, daarvoor
English Harbour) te kunnen genieten moesten
we een wandelingetje van een paar kilometer maken, in de
brandende zon. Doordat de swamp droog lag
konden we een stukje afsteken.
De laatste avond maken we kennis met vier stellen uit Noorwegen, Engeland,
Ierland en Amerika, die zich klaarmaken voor de laatste etappe van hun
wereldreis van drie tot vier jaar. Allemaal ongeveer van onze leeftijd.
Mooie verhalen en natuurlijk de vraag waarom wij niet doorgaan......hmmmm
dat zet je aan het denken (alweer). Een van hen (Noors) was in dienst
gebleven bij zijn vorige werkgever en kon zo weer aan de slag in zijn oude
functie, een ander (engels) had al die jaren nog wat gewerkt tijdens het
zeilen, voor zijn (oude) werkgever. Hij had nu een dienstverband voor 1 dag
in de week, dat bij terugkomst weer teruggeschroefd zou worden naar 5 dagen
per week. Anderen hadden nog niet gewerkt voor vertrek (studie) of wisten
absoluut nog niet wat ze echt willen ... (ook dat klinkt bekend...).
Ze hadden met z'n allen aan de race vorige week meegedaan met de Swan 46 van
het Amerikaanse stel (deze boot is al eerder de wereld rond geweest en de
site daarvan werd toen, jaren geleden, al uitgebreid bestudeerd door Edo). In de lokale sportsbar zoeken we nog naar een shot met hun schip
erop in de film van de antigua raceweek....maar waarschijnlijk hadden ze de
cameraman wat toe moeten schuiven, want twee keer een seconde was alles wat
we zagen.
03.05 - 07.05 Little Bay
(Montserrat)
De wind (25 knopen, voor de verandering eens wat meer wind) stond recht op
de neus, dus toen we om een uur of 11 vertrokken van Nevis voor de 30 mijl
naar Montserrat wisten we dat we
een volle zeildag te gaan hadden. Er stonden flinke golven waardoor we nog
eens flink werden afgeremd.
Ongeveer halverwege tussen Nevis en Montserrat ligt het eiland Redonda, of
eigenlijk 'Kingdom of Redonda, part of Antigua'.
Een kale rots van een mijl (kleine 2 kilometer) lengte en ruim 300 meter
hoogte. Steile wanden met daarop alleen maar vogels en cactussen.
In 1865 werd gestart met het delven van fosfaten op Redonda. In 1872 heeft
Engeland Redonda geannexeerd als onderdeel van Antigua. Antigua is inmiddels
onafhankelijk en alle mijnen zijn gesloten, maar Redonda is nog steeds
onderdeel van Antigua.
In 1865 besloot een koopman uit Montserrat, ene Matthew Dowdy Shiell, dat
zijn eerste en enige zoon (na zes dochters die allemaal uitgehuwelijkt
moesten worden) een koninkrijk moest krijgen. Niemand had op dat moment nog
Redonda geclaimd, dus dat heeft hij maar gedaan. In 1880, toen de zoon 15
jaar oud was zijn ze met de bisschop van Antigua en vrienden naar het eiland
gevaren en heeft de bisschop de zoon gekroond tot 'King Filipe I of Redonda'.
De zoon is schrijver geworden in Engeland (M.P.Shiel). Hij heeft de Engelse
regering verzocht de titel te erkennen en voordat hij in 1947 overleed heeft
hij een andere schrijver tot zijn opvolger benoemd, King Juan I. Deze
probeerde de rots en titel te verkopen, maar heeft hem uiteindelijk
overdragen aan weer een andere schrijver. Momenteel, sinds 1998, heeft
Robert Williamson (woont op Antigua, is ook schrijver) de titel en geeft op
naam van het 'literaire kingdom' een literatuurprijs uit...
Om een uur of negen 's avonds lieten we het zeil zakken en gingen in een
donkere baai met slecht-/niet verlichte boten voor anker, vlak naast
een hoge rotswand. Vlak voordat we bij de baai waren hadden we een harde
bons gehoord, alsof we ergens tegenaan gevaren waren. De dieptemeter
gaf aan dat het meer dan 100 meter diep moest zijn. Wat de ff......!.
We hadden de motorruimte en de bilge gecontroleerd maar konden niks vinden
dat op lekkage o.i.d. wees.
Bij het openen van het ankerluik bleek de ankerbak echter vol te staan met water.
Hmmmmm niet goed! Meteen alles eruit gehaald en de huid aan de buitenkant
gecheckt, maar het bleek de afvoer te zijn die was verstopt! In plaats van ons welverdiende koude drankje zijn we
nog een uur bezig geweest met doorprikken van de afvoer en leegpompen van de
bilge.
Bij het wakker worden was dit ons uitzicht vanuit bed; indrukwekkend. Na het inklaren zijn we toch maar gaan verliggen.
We hebben met Sam's Taxi (op te roepen op VHF 16) een rondrit over het eiland gemaakt. We zijn naar
het observatory gegaan, waar je het dichtst mogelijk als toegestaan is bij
de vulkaan en de voormalige hoofdstad van het eiland 'Plymouth' kunt komen.
Na een toelichting in het observatory over de uitbarsting (1995-1997), hoe
het er ervoor uitzag en hoe men momenteel de activiteiten van de vulkaan
monitoort zijn we naar de oostkant van het eiland gereden. Hier en daar zie
je nog woningen of de restanten ervan staan, alles bedolven onder as en
stenen. Van het voormalige vliegveld is nog een deel van de startbaan
zichtbaar, de gebouwen zijn weggevaagd.
Door de overheid, geadviseerd door een team van experts, is een groot deel
van het eiland tot ' exclusion zone' verklaard (tot en met 2 Nm buiten
de kust) en is verboden terrein voor iedereen. Dit is niet alleen vanwege
het gevaar van een nieuwe eruptie, maar ook vanwege de as die overal ligt en
nog steeds valt. Toen we aan kwamen varen zagen we een donkere 'veeg' vanaf
de top van de vulkaan met de windrichting mee. Het is daarom ook aan te
raden om altijd ' bovenlangs' het eiland te varen, anders zit je hele
boot onder de as.
Sam, onze chauffeur, gaf uitleg over de veranderingen sinds de uitbarsting.
Momenteel wonen er nog maar zo'n 4.000 mensen op de noordelijke helft van
Montserrat, voor de uitbarsting 15.000 (voornamelijk tegen en rond de
vulkaan). Alle Amerikanen en veel Engelsen die woningen hadden op Montserrat
zijn weggetrokken. Nu wonen er met name veel mensen van Afrikaanse afkomst
en nog enkele mensen van voor de uitbarsting. De jeugd trekt weg om elders werk te zoeken. De overgebleven dorpen en
nieuwe (met EU geld) uit de grond gestampte wijken doen erg troosteloos aan.
We hebben wat rubber van het teakdek vervangen waar het open was gaan staan
en we hebben de sumptank* opengemaakt, schoongemaakt, de ontluchtingsslang vervangen en alles -met heel veel moeite @#$%*^%^&- weer
dichtgemaakt. Het begon de laatste tijd steeds meer te stinken, dus we
hadden besloten dit smerige klusje toch maar eens op te pakken (wat op zich
niet raar is, voor het eerst sinds 2-3 jaar). Het vuil in de tank zelf bleek
heel erg mee te vallen, maar de ontluchtingsslang bleek volledig
dichtgeslibd te zijn. Maar goed, nu weten we zelfs hoe die er vanbinnen uit
ziet!
* 'grijswatertank' waar alle afvoerputjes van gootsteentjes (en douche, maar
die gebruiken we niet) op uit komen. Vanuit dat tankje wordt het afvalwater
met een elektrische pomp weggepompt.
We hebben met Maria en Pieter (Mamacocha) geborreld en zijn ergens wat gaan
eten met ze, voordat zij doorgingen naar het zuiden. Zij zijn onderweg naar
het Panamakanaal, voor het vervolg van hun wereldreis. Al dat afscheid nemen
van mensen die nog heel lang doorgaan en nog vele mooie dingen gaan zien en
meemaken zet je wel aan het denken. We kunnen natuurlijk.....maar we doen
het niet!
Wij gingen 7 mei 's morgens vroeg gewoon op weg naar Antigua.
23.04 - 02.05
Basseterre, Ballast Bay (St. Kitts), Pinney's Beach (Nevis)
We begonnen om een uur of zeven nog vol goede moed. De wind zou volgens ons
achter het eiland vandaan een beetje draaien en dan zou het met een beetje
laveren goed te doen zijn. Helaas draaide de wind wel bij inderdaad, maar
liep ook terug tot zo'n 4 knopen...
Motor aan en koers wijzigen. We doen het rondje andersom; St.
Kitts-Nevis-Montserrat-Antigua-Barbuda.
Halverwege de rit kwam de wind gelukkig terug en hebben we nog heerlijk
gezeild. Vlak voor we om St. Kitts heen zouden draaien haalde Edo de vislijn
binnen om er vervolgens achter te komen dat we ook ons laatste nepvissie
kwijt waren! dat gaat goed.
Achter het eiland hebben wij waarschijnlijk ook nog van anderen de vislijn
eraf gevaren. Sorry... (we zagen opeens verschrikt iemand uit de kajuit
omhoog schieten van de boot waarachter wij langs staken en meteen een hengel
grijpen die achterop de boot stond....daarna wat vertwijfelde blikken onze
richting uit...)
Bij St. Kitts (St. Christopher, 175 km2/ 35.000 inwoners) waren we van plan om weer voor anker te gaan, maar de twee
boten die er voor anker lagen lagen zo te rollen dat we besloten de marina in
te gaan. En daar lagen we prima!
We hebben twee scooters gehuurd (150 cc, lekkuh scheuruh) om het eiland te
bekijken. De verhuurder (Big Banana) vond het geen goed plan als wij samen
op zo'n ding gingen zitten, dus voor een 'for-you-sweet-deal' prijs krijgen
we er twee. Wel eerst even een tijdelijk rijbewijs halen bij de
brandweerkazerne voor maar 24 USD per stuk. Een klein roze papiertje met
naam, haarkleur, kleur ogen, lengte, gewicht en een prachtige stempel.........
St. Kitts doet op sommige stukken erg Engels aan, door de
voormalige plantagewoningen en de netjes aangeharkte parken en tuinen.
We zijn gaan kijken bij Romney Manor, een oude plantagewoning met een grote
tuin eromheen.
Op het terrein kun je ook kijken bij een kleine batikwerkplaats van
Caribelle Batik; hoe ze de
batik-kunstwerken voor aan de muur of om aan te trekken maken.
We zijn naar Brimstone Hill geweest, een door de
Engelsen in de 18e eeuw gebouwd fort.
Overal staken geiten en koeien onaangekondigd de weg over en af en toe
fladderde er opeens een haan. Een enkele aap (green vervet monkey, als je goed
kijkt zit er een tussen de geiten op de foto) zagen we in
de schaduw van een boom naar ons kijken langs de kant van de weg.
Onderweg reden we door kleine, arme, dorpjes en palmolie- en
suikerrietplantages (waardoor je de hele tijd een verschraalde dranklucht om
je heen rook...) Langs de oostkust terugrijdend besloten we een stuk
secundaire weg te nemen, om zo voor het donker terug te zijn en ook wat meer
binnendoor te rijden. Secundair betekent voor het grootste deel onverhard en
binnendoor betekent door de heuvels. We stonden ergens waar de suikerriet
huizenhoog om ons heen sloot bij een T-splitsing van twee zandweggetjes te
twijfelen toen er een aardige meneer stopte en ons
verzekerde dat als we links aanhielden, we uiteindelijk bij de stad uit
zouden komen.
Op een gegeven moment voelde ik de achterkant van de scooter alleen maar
onder me vandaan schieten.... Edo besloot mij te komen helpen en kwam een
stuk terug gereden....steil naar beneden dus. En ja hoor...voor we het
doorhadden rolde Edo's helm langs me naar beneden en gleed Edo met de
brommer half nog onder hem naar me toe. Brommer 'licht beschadigd' en Edo
ook.
De rest van de tocht was best indrukwekkend, over zandpaden en door een
dicht bos, maar we waren blij toen we weer op asfalt richting Basseterre, de
hoofdstad van St. Kitts, reden.
De volgende ochtend hebben we nog van Basseterre met de scooters het
zuidelijk schiereiland verkend. Overal op de weg geiten en koeien. Er was
bijna geen verkeer en het uitzicht was grandioos. We hebben bij Turtle Beach
wat gedronken, waar de apen nog even kwamen kijken op het terras..
Onderweg zien we een paar keer een 'mongoose' (soort marter/fret? (grote rat
met dikke staart)). Verhaal achter deze beesten is dat ze door de Engelsen
zijn geintroduceerd op het eiland om de ratten te vangen. Probleem echter
bleek te zijn dat ratten 's nachts jagen en mongooses overdag....nu hebben ze
naast het rattenprobleem ook een mongooseprobleem!
Basseterre 's avonds. (1e en 3e foto zijn van 't circus' (dorpsplein),
volgens de pilot een kopie
van Piccadilly Circus.....misschien als je heel veel rumpunch hebt gedronken..?)
Bij het inleveren van de scooters hebben we een klein leugentje verteld over
hoe die plastic handbeschermer was afgebroken. Over de rest van de
beschadigingen hebben we niks gezegd en niks meer gehoord.
We wilden diezelfde dag nog vertrekken om voor anker te gaan in een van de
baaien langs het schiereiland, maar we wilden wel eerst de watertanks en -jerrycans
optoppen...helaas had de haven tijdelijk problemen en konden we geen water
tappen. We hebben de hele middag gewacht of het op tijd gerepareerd werd,
maar tevergeefs. Wel mochten we gratis blijven liggen tot de volgende
ochtend om dan alsnog te tanken en weg te gaan.
De baai waar we voor anker gingen, Ballast Bay (naast twee baaien met de
prachtige namen 'Shitten Bay' en 'Bugs Hole', erg aantrekkelijk!), is erg
rustig en we liggen er beschut. Om de boot heen zwemmen wat schildpadden en
we snorkelen bij het rif bij Guanapoint (wat zoiets inhoudt als 'de
rost die onder de pelikanenschijt zit'). Hier blijven we drie dagen liggen.
Martijn en Jildou hebben kranten, tijdschriften en boeken achtergelaten die
we gretig verslinden.
De 29e gaan we naar het naastgelegen eiland Nevis (90 km2/ 11.000 inwoners).
We gaan voor anker bij Pinney's Beach, vlakbij het strand. Nevis is het
'armere' broertje van St. Kitts, wat het voor ons een aantrekkelijk eiland
maakt. We doen erg weinig anders dan relaxen en 2 mei zijn we vertrokken
naar Montserrat.
22.04 - 23.04 Anse de Colombier (St.
Barts)
Met de brug van 11:00 vertrekken we voor de tweede keer uit Simpson Bay
Lagoon. We
willen het anker uitgooien in Anse de Colombier (St. Barts) en van daaruit
's avonds laat beginnen aan de trip naar Barbuda om daar in de loop van de
ochtend aan te komen. De wind is echter niet zoals voorspeld, zowel in
richting als kracht niet, en we besluiten om in ieder geval te overnachten
in Anse de Colombier en de volgende ochtend vroeg te kijken hoe het er
voorstaat.
Anse de Colombier is een mooie baai, vlakbij Gustavia. Om ons heen zwemmen
schildpadden en we hebben lekker vlees op de BBQ.
We zeilen nog langs de zuidkust van St. Maarten, als Edo opeens ziet dat aan een
van de vispotten waar we voor uitwijken (zichtbaar door lege melkflessen etc.
die als boei gebruikt worden) een hele lange lijn drijft waar we toch nog overheen
varen. En jawel, hij blijft vastzitten!
Door handig manoevreren (en een beetje geluk?) schiet de lijn los en kunnen
we doorvaren. Helaas ziet Edo nog net de vislijn die overboord hangt
straktrekken en breken. Het enige wat we er nog van hebben is de haspel...
16.04 - 22.04 Simpson Bay Lagoon (St.
Maarten)
Helaas was voor Martijn en Jildou de vakantie al weer bijna over. De 17e
zijn ze weer met het vliegtuig vertrokken naar NL. Na eerst nog wel een
heerlijke tocht van Saba naar St. Maarten. Met goede wind (+/-15 knopen)
bliezen we in een paar uur naar Simpson Bay waar we ruim op tijd waren voor
de brug van 17:30 uur.
In de lagoon zien we meerdere Nederlanders die we of van verhalen kennen, of
nog van eerder deze reis. We borrelen bij ons aan boord, op de Mamacocha, bij Shrimpy's en de
Yacht Club met de mensen van Mamacocha, Drifter, Wateraap, Nenya, Fly Away, Gekko en
Moja. (hun sites: www.zeilen.com)
We vinden een goedkopere plaats om de was te doen (bij Shrimpy's $10,- voor
4 kilo, bij lagoon marina voor $3,- voor 7 kilo. Bij beide wordt 't niet
schoon, maar daar zijn we inmiddels aan gewend) en kopen toch weer het een
en ander bij Budget Marine. Ook maken we gebruik van Happy Hour bij de
Yacht Club bij de brug en bij Shrimpy's waar je gratis internet hebt.
We zijn een avond gaan eten bij Arie en Diane, een neef van Edo's moeder en
diens vrouw die
met kinderen voor een periode van vijf jaar op
St. Maarten wonen en werken. Over ongeveer een jaar gaan ze weer terug naar
Nederland.
In Philipsburg, waar we heen gingen om een vijfpinsstekkertje te vinden
(not) hebben we een middagje rondgekeken.
14.04 - 16.04 Ladder Bay en Wells Bay
(Saba)
Als we bij Ladder Bay aankomen blijken alle moorings bezet te zijn, behalve
een mooring die een beetje achteraf ligt met een heel dikke lijn eraan. Die
nemen we en de volgende ochtend om half acht verkassen we naar een legale
mooring die vrijgekomen is.
De ankerplaats aan de kant van The Bottom op Saba is Marine Park. Dit houdt in
dat je niet overal mag ankeren (vanwege koraal en duikactiviteiten) en dat
je een vergoeding moet betalen voor onderhoud van de kust en het koraal.
Door (gebrek aan) wind en stroming echter lig je de hele nacht tegen de boei
die aan de mooring zit te draaien met de boot....veel hebben we dus niet
geslapen...
Voordat we de volgende ochtend Mt. Scenery gaan beklimmen gaat Edo met de
brommuh naar Fort Bay (direct om de hoek maar wel met fijne golven..) en beklimmen
Martijn, Jildou en ik 'the Ladder'. Tot 1943 was dit de enige manier om
goederen en mensen aan wal te krijgen aan de kant van The Bottom.
The Ladder telt 600 nogwat treden. Vanaf 1943 kon, bij goed weer, ook de weg
gebruikt
worden die vanaf Fort Bay (stijl) omhoog loopt.
(op de linker foto, eenderde van The Ladder linksonderin van zeeniveau tot
aan het witte huisje)
Nadat we elkaar weer gevonden hadden in Fort Bay en daar hebben in- en
uitgecheckt zijn we met een taxi naar
de andere kant van het eiland gegaan, naar Windwardside.
Zowel in The Bottom als
in Windwardside viel de voor Saba typische architectuur op: houten witte
huizen op een basis van steen met oranje daken, symmetrisch de deur in het midden met ramen aan
beide zijden met groen-witte luiken en vaak een kleine veranda ervoor.
De anderen hebben de tocht van 1064 treden helemaal tot de top gemaakt (Mt.
Scenery, 877 meter hoog en het hoogste punt van het Koninkrijk der
Nederlanden). Zelf
ben ik halverwege lekker gaan zittten lezen en heb gewacht tot ze weer
terugkwamen. (ik vond 2200 traptreden meer dan genoeg voor 1 dag!)
In The Bottom bekijken we nog een kerk met waanzinnige (kitcherige) plafond-
en
muurschilderingen.
Tussen Diamond Rock en Torrens Point ligt een ondiepte ' Man O'War
Shoal'. Nadat we eerst hadden gesnorkeld bij de tunnel en grot langs de kust
bij Torrens Point gingen we ook daar even kijken. Bij Torrens Point hadden
we veel schildpadden gezien, een hardzwemmende gespikkelde murene (tot nu
toe zagen we die alleen met hun kop uit een rots steken), een slang, veel Parrot
fish en grote maanvissen en andere mooie koraalvissen.
Bij de Man O'War Shoal waren heel erg veel vissen te zien en zeer mooi
koraal. Martijn zag zelfs in de diepte een (grotere dan bij Fourchue) haai!
Naast ons in Wells Bay ligt de 'Zuiderkruis', een Nederlands
bevoorradingsschip van de Marine. Bij vertrek varen we om ze heen.
We hebben nog overwogen om te vragen of ze misschien frikandellen aan boord
hebben....
13.04 - 14.04 Oranjebaai
(Statia)
Onderweg naar Statia verwisselen Martijn en Edo de HA voor de genua (die
hadden we er in Camerinas (Spanje) afgehaald en in las Palmas laten
repareren, maar nooit meer teruggezet) waardoor we met de weinige wind die er
staat nog enigszins vooruitgaan, tot zo'n twee uur voor de kust van Statia.
De wind loopt terug tot 3 knopen, we zwemmen achter de boot en varen daarna
op de motor verder.
In de baai waar we aan een mooring gaan
liggen liggen nog zo'n zes schepen, waarvan het merendeel Nederlanders.
We beklimmen de krater van de Quill, een tocht van anderhalf uur met als
beloning een mooi uitzicht de krater in (die inmiddels dichtbegroeid is) en
naar Saba. Onderweg zien we slangen (black bellied racer snakes?) en heel veel soldiercrabs.
De Iguana heeft zich helaas te goed verstopt.
Er is beide dagen niemand aanwezig bij customs en bij navraag blijkt de
betreffende persoon ziek te zijn. Dan maar niet in- en uitchecken..en door
naar Saba.
Zou dit dan een greenflash zijn?
11.04 - 13.04 Gustavia
(St. Barts)
Al tijdens het zoeken van een geschikte ankerplek ('t is er nogal druk)
zagen we grote schildpadden om ons heen. Later zagen we ook grote vissen
over de bodem schuiven, die verdacht veel op haaitjes leken....
Gustavia is een sjieke havenplaats. In de haven liggen maxi's en grote
motorpramen, de havenmeester heeft een luxe kantoor met airco en er zijn
veel kledingwinkels en juweliers van merken die we lange tijd niet gezien
hebben. (wat toch wel leuk is om te zien na zo'n tijd)
Er was 1 bar waar 't wat minder sjiek was en daar hebben we dan ook vaak wat
gedronken of gesnackt.
Martijn en Jildou klimmen naar 't Lighthouse, terwijl wij (Edo en Marieke)
uitzoeken hoe we aan water en gas gaan komen.
Later gaan we met zijn vieren nog naar 't Fort en naar Shell Beach, waar we
blijven tot de zon ondergaat en we weer onder het genot van een rumpunch
wachten op die greenflash die niet komt....
(Vrijdag!) De 13e zeilen we naar St. Eustatius, Nederlandse Antillen. Jildou is jarig,
wat we vieren met een ontbijt met pannekoeken in een versierde kuip.
Voordat we vertrekken zien we nog even de Drifter die in Gustavia komt
uitchecken.
10.04 - 11.04 Ile
Fourchue (St. Barts)
We begonnen op de motor met regen en zonder wind, tussendoor hebben we
heerlijk gezeild op de Bolle Jan en kwamen aan bij Ile Fourchue met het
grootzeil en de HA op. Ile Fourchue is prive-bezit, bestaande uit een rots
die kaalgegeten is door geiten die er nu niet meer zijn (toen ze begonnen
elkaar op te eten omdat er geen groen meer was zijn ze weggehaald). Zeilers
mogen aan land en er zijn mooie snorkelplekken.
Edo, Martijn en Jildou hebben de top beklommen.
Tijdens het snorkelen (Martijn en Marieke) zagen we schildpadden, een haaitje,
barracuda's, inktvissen, roggen en veel koraalvissen.
De 11e zijn we in de loop van de middag naar Gustavia gezeild, op St. Barts.
Onderweg vingen we een barracuda. (Die we meteen die avond opaten. Later
hoorden we dat dit nogal risicovol was geweest aangezien de kans groot is
dat die barracuda een koraalvis heeft gegeten met een bacterie die ze opdoen
bij het eten van koraal...inmiddels zijn we zo'n twee weken verder en we
hebben geen van allen ergens last van gekregen. En hij smaakte prima!)
08.04 - 10.04 Ile Pinel
(St. Martin)
Om bij Ile Pinel te mogen ankeren moet je je weer inchecken bij het Franse
deel van St. Maarten, St. Martin. Dit wilden we doen in Marigot. Dus na een
lekker stukkie zeilen, waarbij we werden getrakteerd op azuurblauw water en
enkele schildpadden gooiden we het anker uit in Marigot Bay. Vanwege Pasen
was echter alles dicht, ook customs....
Ile Pinel is een klein eilandje, met een bountystrand met enkel een strandtent erop en mooie
snorkelplekken. We hebben er roggen gezien, veel koraalvissen en een murene.
's Avonds hebben we de son sien sakken onder het genot van een paar
rum-punches, vanaf het strand. Moet je indenken dat je drie dagen ervoor nog aan het werk
was....
Liftend en met busjes gaan we de dag erop alsnog in- en uitklaren in
Marigot. We vinden dat de Franse kant van 't eiland leuker aandoet dan de
Nederlandse kant (wat we ervan gezien hebben). Onderweg terug krijgen we nog
tips van een oud dametje over in de zon zitten en voorzichtig zijn met onze
portemonnaie...;-) En ondertussen zorgt ze er ook voor dat de bus ons toch
vlakbij waar we zijn moeten uitzet (hij vond eigenlijk dat zijn bus te groot
en zwaar was voor die steile weg die wij moesten hebben...).
Met regen en zonder wind zijn we na twee nachten vertrokken naar Ile
Fourchue bij St. Barts.
Martijn en Jildou hebben Nederlandse kranten en tijdschriften meegenomen.
Top !!!!
04.04 - 08.04 Simpson Bay Lagoon (St.
Maarten)
Bij vertrek vanuit Dominica stond er flink wat wind. We hadden besloten om,
als dat bezeild was, bovenlangs Montserrat te gaan om zo niet weer achter
het eiland met de wind te tobben. Ondanks dat we bovenlangs konden gaan,
hebben we toch van vijf uur 's nachts tot twee uur 's middags op de motor
gevaren, met 2,5 knopen wind. Daarna stak de wind weer op en konden we de
laatste anderhalf uur weer lekker zeilen.
Vlak voordat we bij St. Maarten waren hoorden we Holly ons over VHF 16
oproepen. Gaaf om eindelijk weer live iets van ze te horen! Toen Edo Holly's
oproep beantwoordde kon iedereen die VHF 16 aan had staan meegenieten van een
luid 'jiehoe!' van Holly...
De brug naar de Lagoon gaat pas open om 17:30, dus we hebben nog even buiten voor
anker gelegen, kijkend naar de vliegtuigen die hier heel laag en dichtbij
overkomen. Toen we om 17:30 door de brug gingen stonden Eric en Marieke (Lahaina)
en
Marco en Holly (Dalliance) op het terras van de Yacht Club al op ons te
wachten en roepen.
Direct nadat we geankerd hadden en er redelijk van overtuigd waren dat we
goed lagen zijn we ze gaan opzoeken en hebben we uitgebreid bijgekletst,
geborreld en gegeten. We zijn geeindigd met een borrel op de Lahaina, die we
sinds september 2006 niet meer hadden gezien.
De volgende dag hebben we wat rondgekeken in Simpson Bay en zijn Eric, Edo
en ik gaan kijken op het strand bij Maho Bay, waar de vliegtuigen heel laag overkomen.
De mannen (Eric,Edo en Marco) zijn na de borrel gaan stappen in de
Tietenbars in Simpson Bay. (een aantal werkneemsters hadden we al gespot op
Sunset beach, eerder die dag...duidelijk herkenbaar ;-))
De 6e kwamen Martijn (broer Marieke) en zijn vriendin Jildou aan op het
vliegveld. 10 Dagen varen zij mee om de 17e weer vanaf St. Maarten te
vertrekken. Leuk om die weer na zo'n lange tijd te zien. Helaas moesten we
ook afscheid nemen van Eric en Marieke en Holly en Marco, die we
waarschijnlijk niet meer gaan zien tijdens deze reis.
Aan bakboord in Simpson Bay Lagoon de Dalliance en de Lahaina.
St. Maarten/St. Martin algemeen
Het eiland is het kleinste grondgebied ter wereld dat gedeeld wordt door
twee landen. Bijnaam is 'The Friendly Island'. Wat wij hebben gezien van het
Nederlandse deel is dat het voornamelijk is ingericht voor toeristen (veel
Amerikanen). Er zijn veel eetgelegenheden en casino's.
Het eiland is in totaal 96 km2 groot, op St. Maarten wonen 34.000 mensen en
op St. Martin 35.000.
29.03 - 03.04 Prince
Rupert Bay (Portsmouth, Dominica)
Dominica. 750 Km2 groot met 74.000 inwoners. Het wordt ook wel het 'Nature
island of the Caribbean' genoemd. De hoogste toppen liggen op zo'n 1200 m en
er zijn diverse watervallen op het eiland te bewonderen. Er wonen nog Caribs
(oorspronkelijke (indianen-)bewoners van de Cariben, maar de meeste wel in
een reservaat. De gemiddelde temperatuur bedraagt 24-30 graden het jaar rond
en de vochtigheidsgraad bedraagt ongeveer 65% in de droge periode. (febr-juni)
Hoofdstad van Dominica is Roseau, tweede 'grote' stad is Portsmouth.
Bij schemering lopen we Prince Rupert Bay binnen. De laatste uren hebben we
op de motor gevaren, aangezien de wind achter het eiland (ondanks dat we
toch erg ver buiten het eiland waren gegaan) bijna helemaal wegviel. Het is
een ruime baai, omgeven door heuvels. Er is een steiger voor cruiseschepen
en er liggen wat wrakken van de diverse orkanen die over Dominica zijn
heengegaan. Aan de baai ligt het stadje Portsmouth, met kleine winkeltjes en
veel kerken. Een leuk eiland en een leuk stadje. Op Dominica hebben ze
vanwege de vele regen voldoende drinkwater en veel fruitbomen in tuinen,
plantages maar ook gewoon langs de weg. In Portsmouth zijn ze begonnen met
het aanleggen van een trottoir en verharde weg. Langs de weg staan kranen
waar iedereen water kan halen. Wij hebben onze jerrycans er gevuld om mee te
douchen.
We maken een tocht op de Indian River. We vragen Martin Carriere (roepnaam
op de VHF
'Providence'), die aanbevolen
wordt in de pilot en waarvan Holly en Marco ook aangegeven hebben dat hij
het leuk doet, als gids. Hij pikt ons bij de boot op en samen met vier
Amerikanen varen we met zijn boot naar de rivier. De rivier op en af roeit
Martin, gebruik van de buitenboordmotor is niet toegestaan en ook niet
mogelijk op sommige plaatsen. Onderweg geeft hij uitleg over wat we allemaal
zien.
Boven het water hangt een nest, waarin de vogel die zit te broeden nog net zichtbaar
is.
We zien kolibries, reigers en mooie planten. Ook zien we een ijsvogel die
voor ons uitvliegt en telkens op ons wacht.
We gaan door totdat we vastlopen omdat de rivier er te ondiep wordt. Daar
stappen we uit en legt Martin uit hoe we een kokosnoot kunnen pellen en
kraken en we drinken en eten ervan. Ook maakt hij een kokosnoot klaar voor ons die
we later op de boot kunnen
opeten/-drinken door hem met een hamer
open te tikken.
In de baai zien we de Drifter liggen, die we nog kennen uit Domburg,
Suriname. Leuk om ze weer te zien en ervaringen uit te wisselen.
Op maandag komen er vaak cruiseschepen aan op Dominica. Om te voorkomen dat
we met hele horden toeristen tegelijk aankomen, besluiten we zondag naar
de Trafalgar Falls te gaan met de maxi-taxi's die op het eiland rijden.
Wat we alleen niet door hadden was dat het palmzondag was. De heenweg hebben
we drie busjes gehad en een lift van een stel dat ons herkende van de baai,
waar zij ook met hun schip liggen. Een van de busjes was geen maxi-taxi maar
een busje van een kerk die kerkgangers wegbracht die ver weg woonden. Terug
hebben we een stuk gelopen, een maxi-taxi genomen en een heel dure taxi.
Zo ziet Roseau, de hoofdstad van Dominica, eruit op Palmzondag. Uitgestorven. Gelukkig konden we in een
hotel nog wat te
drinken krijgen, voor de rest was
alles dicht.
Maar we hebben de Trafalgar Falls gezien en er viel heel veel water!!! Er
zijn twee watervallen, een warme en een koude.
We hebben een tijdje langs de watervallen geklauterd en in zowel de warme (sulfer-)pooltjes gelegen als onder de koude waterval gezeten.

27.03 - 29.03 Fort de
France (Martinique)
In een halve dag zeilen we van St. Lucia naar Martinique. Vlak voordat we
bij Fort de France zijn, zien we nog een walvis en in de verte een groep
dolfijnen.
Onze pilot, die toch van 2006-2007 is, geeft aan waar customs zou moeten
liggen. We lopen een tijdje rond en vragen het aan vriendelijke man, in ons
beste frans. Hij geeft aan te weten waar we moeten zijn. Of we met hem mee
lopen. We doorkruisen de halve stad, de man op zijn hielen volgend, om
vervolgens ergens te worden achtergelaten waar we absoluut niet moeten zijn.
We vragen het opnieuw aan een politieman en die geeft aan dat we bijna goed
waren de eerste keer, alleen een klein eindje verder hadden moeten
lopen. Goed, wij weer terug.
Daar aangekomen vinden we een gebouw met een groot bord 'Douane'. Dan moeten
we goed zitten! Een vriendelijke meneer begroet ons en weer doen wij ons
verhaal. (in 't Frans, want de man geeft aan geen woord Engels te spreken
noch te verstaan)
Hij vraagt om onze scheepsdocumenten en begint met zijn tong te klakken.....ze
zijn in 't Engels! (duh!)
Daar kan 'ie niks mee. Hij geeft ons een adres een stuk de andere kant op
('t is inmiddels tegen 12 uur en zo'n 35 graden...de stemming zit er goed
in). Op dat nieuwe adres aangekomen blijkt het een chandlery te zijn,
waarvan de verkoper goed engels spreekt en die ook het in- en uitklaren
verzorgt. Gelukkig kunnen we hier meteen in- en uitklaren op hetzelfde
moment.
Op de ankerplaats bij Fort de France liggen we te rollen op de golven van de
diverse ferries die daar vertrekken en aankomen. We gaan de stad in en
verbazen ons over de westerse winkels en mensen daar. Alles wat je in
Frankrijk vindt, vindt je ook hier en daar doen we ons tegoed aan. We
blijven twee nachten in Fort de France en vertrekken de 29e bijtijds naar
Dominica (66 Nm).
22.03 - 27.03 Rodney Bay
(St. Lucia)
De eerste nacht gaan we voor anker in de luwte van Pigeon Island, om de dag
erna naar Rodney Bay Marina te gaan.
We hebben wat klussen te doen, de was van een maand en de preekstoel moet
(RVS-)gelast worden. Ook willen we KLEF veilig aan een steiger hebben liggen
als we een dag het eiland gaan bekijken met een auto. En misschien kan het
geen kwaad als we weer eens onder een (warme!!!) douche gaan staan....
We bekijken het fort
(of de hooppies stenen die daar van over zijn) en het uitzicht van Pigeon
Island.
Onderweg komen we
langs waanzinnig mooie baaitjes, bananen- en palmbooomplantages en rijden we
door regenwoud. Uiteraard zien we de Pitons, landmark van St. Lucia. Op zoek
naar een waterval (jawel...weer geen water!) rijden we kilometers over
een bijna onbegaanbare weg tussen bananenplantages en beekjes door. Het
eiland is ongeveer 45 bij 20 km. groot en vrij heuvelachtig. De hoogste piek
(Mt Gimie) ligt op 980 meter.
Tegen de tijd dat de zon
ondergaat staan we bij d' Estrees Point, bij de vuurtoren (Vigie Lighthouse). De man die de
radarpost bemant spreekt op dat moment met zowel de uit Castries
vertrekkende cruiseschepen als met de vliegtuigen die willen landen op
George FL Charles Airport.
De cruiseschepen kunnen namelijk de landingsbaan blokkeren...
In de baai, maar ook in de haven, komen mannen in bootjes langs die fruit,
groenten of brood verkopen. Deze groente- en fruitman heeft wel een heel
mooi versierd bootje.
20.03 - 22.03 Admiralty
Bay (SVG) - Wallilabou (SVG) - Marigot Bay (St. Lucia)
In nog geen drie uur varen we van Admiralty Bay, het eiland Bequia, naar
Wallilabou Bay op het eiland St. Vincent. Dit is de baai waar 'Pirates of
the Caribbean' is opgenomen. Bij binnenlopen worden we al tegemoet gevaren
door een jongen die graag onze wallijn aanneemt en aan de wal vastmaakt aan
een (palm)boom (tegen betaling uiteraard). We hadden verwacht dat het er mudvol zou
liggen en we last zouden hebben van de boatboys, maar het valt allemaal heel
erg mee.
Uiteraard zijn we even de restanten van het decoor gaan bekijken.
's ochtends lopen we een mijl landinwaarts om de in de pilot aangeprezen
waterval te gaan bekijken (zwembroek aan, want je kunt eronder zwemmen!).....maar
blijkbaar is er sinds het samenstellen van de pilot iets veranderd, want er
komt nog een beetje water naar beneden zetten van een meter hoog en de poel
eronder is klein en smerig....helaas!
Daarna hebben we een heerlijke oversteek naar St. Lucia, Marigot Bay. De
eerste uren waren wat rommelilg, aangezien de wind nogal variabel is achter
het eiland. Zodra we echter voorbij de noordpunt van St. Vincent kwamen
liepen we gemiddeld ruim 9 knopen (SOG). En om het feest helemaal compleet
te maken, hebben we zo'n uur uit de kust van St. Lucia beet! Onze eerste
mahi-mahi/dorade.
En eerlijk is eerlijk...deze keer was ik aan de beurt om 'em schoon te maken.
's Avonds aangekomen in Marigot Bay (waar het overigens wel heel druk is,
maar je moet er geweest zijn!)
gaat de halve mahi-mahi op de BBQ.
15.03 - 20.03
Admiralty Bay, Bequia (SVG)
De 'oversteek' van de Tobago Cays naar Bequia wordt een heerlijke zeildag
(29 Nm). Goede wind en een kalme zee. We gooien de vislijn uit maar als we
hem bij Bequia weer binnenhalen zijn het
nepvissie (ex-Yum Yum tijdperk) en het stuk RVS draad (tussen nylon lijn
en nepvissie) foetsie. Helaas.
De laatste mijlen zeilen we nog even
een 80ft Wally gek met een stel Italianen erop ;-)....
In Admiralty Bay zien we de Jezebel weer liggen, die een paar uur eerder dan
wij aangekomen waren vanaf Mayreau. Ze vertellen dat ze naast de wijn ook
een dankbericht hebben uit doen gaan over VHF kanaal 68. (Dat is een soort
netwerk waar in de verschillende baaien op diverse eilanden het weer en
andere informatie over wordt gegeven en mensen vragen kunnen stellen of
spullen aanbieden etc.)
Een avond gaan we aan de rum-punch. Eerst in een bijna verlaten bar,
maar op aanraden van de barman komen we terecht op een leuk feessie met een
live-band. Daar komen we aan de praat met wat mensen die nog naar een club
gaan als het feest is afgelopen. Natuurlijk gaan we even mee.....Afijn,
nadat we ergens 's nachts de boot weer hebben gevonden en de vissen hebben
gevoerd.......zijn we de volgende dag compleet kwijt met slapen en in de
kuip vegeteren (zo min mogelijk in de zon en zo min mogelijk bewegen).
Venijnig goedje, die rum-punch, maar wel een goede avond gehad!
We huren mountainbikes om het eiland te gaan bekijken. Onderweg zien we veel
mooie baaitjes en een paar kleine, armoedige dorpjes. Na zo'n vijf uur
hebben we het hele eiland gezien en zijn we kapot van het beklimmen van die
toch wel steile heuvels...
(zie ook 'film vd maand maart')
We gaan naar de 'Old Hegg Turtle Sanctuary'. Dhr. King neemt
schildpaddeneieren van het strand en laat die uitkomen. Vervolgens verzorgt
hij de schildpadden tot ze vier jaar oud zijn en meer overlevingskans hebben.
Dan zet hij ze weer terug op het strand. Je betaalt een kleine vergoeding om
de schildpadden te mogen zien. De vergoeding wordt gebruikt om de
schildpadden te verzorgen.
Een vrouwtjesschildpad komt voor het eerst terug naar het strand om eieren
te leggen als ze 15-20 jaar oud is. De eerste schildpad die dhr. King
terugzette is nu 12 jaar oud. Op 1 schildpad na heeft hij dus nog geen
enkele schildpad teruggezien. Die ene schildpad blijft elke keer terugkomen
en is een soort huisdier geworden.
Sommige soorten, als de 'hawksbill', worden gedood door stropers (sinds 1970
is het al verboden eieren of jonge schildpadden te vangen/verhandelen)
voordat ze de eieren hebben kunnen leggen, of de eieren worden geroofd.
Daardoor is de soort bijna uitgestorven. Hopelijk kan dit op deze manier
worden voorkomen.
Bequia heeft nog een actief traditioneel whalingstation. Legaal mogen de
vissers vier walvissen per jaar vangen. Sommige jaren echter vangen ze er
niet een. Er zijn nog maar een paar mensen die weten hoe je de dieren kunt
vangen met een open boot en harpoens die met de hand worden geworpen. De
zeldzame momenten dat een walvis wordt gevangen wordt die geslacht op
Semplers Cay, het eiland op de foto.
De walvissen zouden rond deze eilanden te vinden zijn van februari tot en met april.
12.03 - 15.03 Tobago
Cays (SVG), via Hillsborough, Clifton en Mayreau
Maandag de 12e vertrekken we bijtijds
naar Hillsborough, Carriacou. Edo blijft op de boot terwijl ik boodschappen
doe, e-mail check en bij de douane uitcheck. Eenmaal terug aan boord zie ik
dat de Jezebel (zie ook Tyrrel Bay) er ook ligt. We maken ons klaar voor een
kort zeiltochtje aan de wind naar Clifton, Union Island, om daar weer in te
checken voor Saint Vincent & the Grenadines. Bij vertrek varen we dicht
langs de Jezebel om even gedag te zeggen.... Maggie wenkt ons in plaats van
terug te zwaaien, met een wit weggetrokken bezweet hoofd. Ze roept iets als
"We're
taking on water and
John is onshore...pump doesn't work..." .
Edo springt in de dinghy (zonder brommuh en zonder peddels, maar gelukkig is
het dichtbij genoeg) en helpt Maggie met het zoeken naar het lek en met
pompen (met de handpomp vanuit de kuip, want de automatische bilgepomp
blijkt het niet te doen). Samen met een man die van een andere boot is komen
helpen ontdekken ze dat er water naar binnen stroomt waar de schroefas door
de boot naar buiten gaat. Er missen twee schroeven op een ring die de
opening afdicht. Ondertussen komt John met de dinghy terug van uitchecken
aan wal.
Maggie had voordat Edo aan boord kwam een bericht over de VHF verspreid met
de vraag of iemand kon helpen. Daarop was uiteraard iemand van de werf aan
Tyrrel Bay afgekomen. Hij sleepte de boot terug naar Tyrrel Bay om e.e.a. te
fixen en wij gingen alsnog op weg naar Clifton.
(Inmiddels (15.03) hebben we vernomen dat de schroeven gevonden zijn,
teruggezet en in Admiralty Bay, Bequia, zagen we de Jezebel weer liggen)
In Clifton, Union Island, checken we in, halen we 80 liter water bij een
vriendelijke rasta in een bloemenpak en gaan vier mijl verder in Salt
Whistle Bay, het eiland Mayreau, weer voor anker. Salt Whistle Bay is mooi, maar
iets te druk. Er liggen zo'n vijftig schepen waarvan er ongeveer vijf geen
charterschepen zijn.
De volgende dag vertrekken we naar de Tobago Cays, weer maar drie mijl
verder, om in de luwte van Baradel Island voor anker te gaan. Vlak voor ons
ligt het Horseshoe Reef en om ons heen kleine onbewoonde eilandjes die samen
de Cays vormen. Nadat we geankerd hebben en alle zeilspullen hebben
opgeborgen, duiken we in het turkoise water om met duikbrillen op te checken
of het anker zich heeft ingegraven.. Onder KLEF zien we een schildpad
zwemmen en een rog.
We zijn twee dagen gebleven. Om het rif te beschermen hebben ze dinghy
moorings geplaatst, waar je je dinghy aan vastlegt en daarvandaan gaat
snorkelen, waanzinnig mooi!. We zien heel veel mooie vissen, koraal,
schildpadden en barracuda's.
We hebben kennisgemaakt met Carolien en Ben (v.d. Blue Spirit, vertrekkers
2006. http://bluespirit.kactus.nl) die samen met hun kinderen Nils en Mira
ongeveer hetzelfde traject aflegden als wij. De hele dag varen lokale
verkopers met hun speedboot langs om je water, brood of verse vis te
verkopen. Ben sluit een goede deal met een van de vissers die langoustines
verkoopt. De tweede avond eten we bij hun aan boord heerlijke langoustines,
waarbij Ben ons uitlegt hoe je ze klaarmaakt en hoe je de poten en het lijf
moet breken om het vlees eruit te krijgen.
Achter ons ankert een huurboot, waarvan de opvarenden in de dinghy stappen
en ons een fles wijn komen geven. Het blijkt de andere man te zijn die
Maggie eerder in Hillsborough te hulp was gekomen. Hij heeft de Jezebel nog
gezien in Clifton en kreeg twee flessen wijn als dank voor zijn hulp. Hij
meende dat Edo er ook een verdient....
St. Vincent & the Grenadines algemeen
St Vincent & the Grenadines (SVG) bestaat uit 32 eilanden, in totaal 390 km2
met 118.000 inwoners. Hiervan neemt St Vincent 105.000 inwoners voor haar
rekening. Veel van de eilanden zijn onbewoond. Rond de eilanden veel
koraalriffen en helder blauw water. Er wordt voornamelijk Engels gesproken.
09.03 - 12.03 Sandy
Island
Als we vrijdag om een uur of tien 2 mijl na vertrek uit Tyrrel Bay het anker
uitgooien bij Sandy Island zijn we de enigen. Dat blijft echter niet lang zo,
in de loop van de dag komen er nog zo'n 6 boten bij en er gaan er weer een
paar weg. Sandy Island is een klein zandeiland (duh!) met wat palmboompjes
en veel koraal. Je kunt er goed snorkelen.
We zien naast heel veel mooie gekleurde koraalvissen een murene en een
schildpad en 's avonds
zien we fluorescerende deeltjes in het water. Dit keer anders dan wat je bij
bijvoorbeeld het nachtzeilen ziet. We pakken 'de pit' (onze 1.000.000 candela
grote zaklamp, waarmee we eventueel in het zeil kunnen schijnen om andere
schepen op onze aanwezigheid te wijzen) erbij en schijnen erop. Het blijken
kleine wormpjes te zijn die ook nog iets afscheiden wat groen oplicht in het
water (fluorescerend poepen?). Ze zwemmen als gekken naar de lichtbundel op het water toe en als we
de pit uitdoen verschijnt een paar seconden later een 'explosie' van
fluorescerende wormpjes die wegschieten en een vlek oplichtend groen
achterlaten die langzaam dooft.
Nog nooit gezien!
Zaterdag voor zonsondergang zijn we weer de enigen op 'ons eiland', heerlijk!
06.03 - 09.03 Tyrrel
Bay, Carriacou
Voor de oversteek van Grenada naar Carriacou hadden we het grootzeil
tweemaal gereefd en de kotterfok gehesen. We verwachtten hetzelfde weer als
tijdens de crossing naar Grenada. Dat viel echter wel mee en toen we
ingehaald werden door een Duitse 60 ft X-Yacht (niet heel raar..) hebben we snel
de kotterfok verwisseld voor de HA en zijn achter ze aan gestoven.
Langs de Sisters, Diamand Rock en 'Kick-em-Jenny', een onderwatervulkaan
waar je geacht wordt niet overheen te varen (oeps).
Aangekomen in Tyrrel Bay hadden we de motor nog niet afgezet, of er kwam al
een man in een roeiboot langszij, Robert, die ons graag oesters wilde
verkopen. Aangezien wij al plannen met de BBQ hadden hebben we twee dozijn
besteld voor de dag erna. Om de 'deal' te bezegelen wilde hij wel een glas
rum krijgen. Toen Edo hem een glas had gegeven roeide hij weg, het glas
zouden wel krijgen als wij de oesters en hij het geld zou krijgen...hmmmmm.
Nog geen vijf minuten later 'Hey Mister, how you're doin'?' Dit keer was het
Simon, die in de pilot genoemd wordt en die wijn verkoopt. We hebben 1 fles
gekocht, voor bij de BBQ en om te proberen. We riggen de BBQ op en
hebben een feestmaal.
De dag erop komt de Jezebel binnen vlak voor zonsondergang en ook de
Sabbatical (ook een van de vertrekkers 2006).
Robert komt met de oesters (en
zowaar ook met ons glas) en maakt ze ter plekke open en legt ons uit hoe en
met wat we ze moeten eten. We hebben besloten dat oesters (als deze) niet
aan ons besteed zijn....gelukkig hebben we nog blikjes tonijn en kunnen we
met wat brood en tonijnsalade de vieze smaak een beetje wegkrijgen.
De oesters komen uit de swamp naast Tyrrel Bay. Met de brommuh varen we er
heen.
Van Simon kopen we een doos van die lekkere wijn die we eerder van hem
kochten. Bij het uitpakken echter bleek het een andere (gelukkig ook lekkere)
wijn te zijn...toch weer bedonderd!
Lopend zijn we naar Paradise Beach gegaan (en we waren er weer de enigen).
Van daar keken we op Sandy Island, onze volgende bestemming.
02.03 - 06.03 Prickly
Bay, Grenada
En zo kwam het dus dat we in plaats van 's morgens bij zonsopkomst al om
02:00 uur het anker lieten vallen in Prickly Bay, Grenada.
De oversteek van Trinidad naar Grenada was best pittig, 25-30 knopen
wind uit het oost-noord-oosten en flinke golven. We zien onderweg nog wel
het Hibiscus platform. Vlak voor Prickly Bay staat de stroom tegen de wind
in en krijgen we te maken met een woeste zee terwijl de diepte langzaam
oploopt tot 7 meter..... Gelukkig liggen er rood en groen knipperende tonnen
(nieuw want ze staan niet in onze pilot) die een vaarweg vormen richting
Prickly Bay Marina waar een mega-zeiljacht ligt met verlichte masten, dat
maakt een onbekende, donkere en drukke baai invaren iets gemakkelijker. Wel
maken we nog even licht contact met een rif, we voelen het niet maar het
diepte-alarm begint te piepen en als we het onderwaterschip inspecteren in
Tyrrel Bay (07.03) zitten er krassen op de kiel.
's Morgens bleken ook de Jezebel (van John & Maggie, onze buren in
Chaguaramas) en de Hafskip (Joost & Ilse, zie ook in Spanje en Portugal en
www.janharing.nl) in deze baai te
liggen. Leuk, bijgekletst en met beiden geborreld. De Hafskip vertrekt de
volgende dag richting Venezuela, ABC eilanden, Panama etc.
We zijn op een middag de omgeving van Prickly Bay gaan verkennen, lopend
(!). We zijn tot een baai verder gekomen, True Blue, erg mooi en lekker om
in de schaduw van een parasol te genieten van het uitzicht...
Met een maxi-taxi zijn we een dag naar St George gegaan, de hoofdstad van
Grenada. In 2004 is orkaan Ivan over het eiland gegaan en heeft veel
verwoest. Veel van die schade is nog niet hersteld. De stad heeft verder
niet veel te bieden, het ligt aan een mooie baai met even verderop een mooi
strand, Grand Anse; wit zand, helder turkoise water en cocospalmen. De
hotels en andere bebouwing aan de baai mogen allemaal niet hoger worden
gebouwd dan de hoogste cocospalm en er lag geen mens aan het strand. Erg
mooi.
Grenada en Carriacou algemeen
Totaal oppervlak bedraagt 340 km2 en totale bevolkingaantal
100.000, waarvan 90% (land en bevolking) voor Grenada opgaat en de rest voor
de kleinere eilanden. Grenada is bekend om de nootmuskaat en de inval van
Amerika in 1983. Het is het kleinste onafhankelijke land op het westelijk
halfrond. Carriacou is het tweede eiland in omvang en telt 9000 inwoners.
Het eiland is 11 km lang.
In het hele caribisch gebied dat wij aan zullen doen vanaf Grenada, met
uitzondering van Martinique, kunnen we betalen met de Eastern Caribbean
Dollar (EC$).
27.02 - 01.03 Scotland Bay, Trinidad
Bij het uitchecken kregen we nadrukkelijk uitleg dat we na uitchecken binnen
24 uur de territoriale wateren moesten hebben verlaten. Als je je daar niet
aan zou houden zou een flinke boete volgen. We wilden nog een nacht in
Scotland Bay blijven, maar zouden dan dus wel vroeg weg moeten. We hadden
bedacht dat we die regels niet te nauw hoefden te nemen....we wilden pas aan
het einde van de middag vertrekken, i.p.v. 12 uur 's middags, om bij
daglicht in Grenada aan te komen.
Scotland Bay is een mooie baai, net 'om de hoek' bij Chaguaramas. Aan
bakboord waren enkele schildpadden baantjes aan het trekken. Aan stuurboord
hoorden we de brulapen in het bos tegen de heuvels op brullen...Een heel
indrukwekkend geluid en ook onwerkelijk, net of iemand Jurrassic Parc iets
te hard afspeelt.
In een haven liggen en kunnen douchen is lekker, maar voor
anker liggen (zonder buren) en zo overboord kunnen springen toch ook
wel! Toen we echter de tweede dag om een uur of twee lekker aan het zwemmen
waren, kwam de boot van de douane voorbij en noteerde alle namen van de
schepen in Scotland Bay.... We hebben besloten om toch maar weg te gaan (pokpokpok?!).
19.02 - 27.02 Chaguaramas, Trinidad.
De 19e vertrekken we om 04:00 uur in de morgen, op weg naar Trinidad. (jawel...en
dat in de vakantie!) Omdat de wind afneemt in de loop van de ochtend, zetten
we de bolle jan (de tweede, met rare pils reklame) erbij. We genieten van
het lichte weer en 'zwemmen' achter de boot. Maar als de wind op een gegeven
moment onder de 4 knopen is werkt ook die niet meer en gaat de motor aan. 'Gelukkig'
slaat het weer om in de loop van de middag en begint het weer te waaien (en
regenen) voordat we bij Boca de Monos zijn.
De motor kan uit en op het zeil ronden we de noordwestpunt van Trinidad.
De oost- en noordkust van Trinidad zijn mooi groen en ruig. Dichter bij
Chaguaramas staan er huizen langs de kust in allerlei pasteltinten met mooie
riante steigers ervoor. Chaguaramas kent meerdere marina's. Voordat je
echter ook maar ergens denkt te kijken naar een ligplaats moet je je weer
melden bij customs en immigration. Die zijn wel bijna naast elkaar gevestigd,
vlakbij de 'customs-pier'.
Gelukkig was ik bij allebei snel klaar en konden we op zoek naar een
ligplaats (aan een steiger! dat was in La Gomera voor het laatst)
Bij Coral Cove Marina vonden we een plek. Na een korte kennismaking met onze
Engelse buren wisten we niet hoe snel we moesten gaan checken hoe de douches
zijn!.....koud dus, maar verder prima.
Carnaval begint in Trinidad op zondagavond.(met voorbereidingen en nasleep
duurt het twee maanden) Dan drinkt iedereen eerst in en gaat dan rondrennen
door de stad, besmeurd met verf. Iedereen die niet onder de verf zit wordt
net zolang omhelsd o.i.d. totdat dat wel zo is en kleren worden van het lijf
gescheurd. De kleur geeft aan bij welke groep je hoort. Maandag en dinsdag
zijn er optochten in de straten en shows.
Wij wilden hier natuurlijk wel wat van meekrijgen, dus gingen we maandag na
het eten een biertje drinken in de stad, Port of Spain. Met een taxibusje (dat
je op straat aanhoudt, net als in Suriname en Kaapverden) gingen we op weg
naar het centrum. Het centrum hebben we nooit bereikt, want de straten
bleken verstopt met muziekwagens en dansende mensen. We zijn ergens achter
een stoet uitgestapt in de veronderstelling dat we er waren... Op die twee
wagens waar we achter reden na gebeurde er echter weinig. Mensen 'hingen wat'
op straat. Dat noemen ze hier trouwens 'liming'....en dat doen ze hier veel,
ook tussen het feesten door met carnaval.
Na twee uur door St James (wijk van Port of Spain) te hebben geslenterd,
waar wel veel mensen op straat waren maar geen feest was, besloten we terug
te keren naar de hoofdweg en een taxi(-bus) terug te proberen te krijgen.
Dat was een minder goed plan. Na alle verhalen over criminaliteit in
Trinidad is het niet slim om te verdwalen in achterafstraatjes waar je echt
de enige witte bent....
Nadat we langs het kerkhof richting hoofdweg gingen riep een taxichauffeur
ons vanaf de tegenoverliggende rijbaan..niet te lang discussieren over de
prijs, wegwezen hier!
Ondanks dat we inmiddels onze twijfels hadden over carnaval in Trinidad
stapten we de dag erop om 07:15 weer in een taxibusje om naar de
streetparade te gaan in de straten van Port of Spain. Deze keer hadden we
ons echter aangesloten bij de groep engelsen en amerikanen uit de haven die
zich door 'Jesse James' laat informeren en vervoeren. Je betaalt meer, maar
deze -overigens zeer zakelijke en slimme- vent is betrouwbaar en zet je af
waar je wezen moet en pikt je daar ook weer op. Als je op de afgesproken
tijd niet aanwezig bent wacht hij en belt je of gaat zoeken als je niet
opdaagt.
Van 08:00 - 14:00 uur hebben we dansende en verklede mensen voorbij zien
komen, allen onder begeleiding van hun eigen 'vrachtwagen' met
(steelpan-)band of DJ. We hebben ons tegoed gedaan aan broodjes haai (wat
geen haai is..) en heel veel water. Met tutende oren zijn we daarna in de
dip-pool (je kunt het geen zwembad noemen, maar 't is heerlijk!) gaan 'limen' in de haven.

Voor een impressie van de 'muziek' die tijdens de parade uit alle boxen op
de vrachtwagens schalde, maar ook uit elke autospeaker klinkt op de weg en
parkeerplaatsen:
http://www.toronto-lime.com/music/2007/jumbie_mejustik_roadmix.htm
Verder hebben we veel geklust en genoten van de douches, 220V en zoet
(drink-)water in onbeperkte hoeveelheden van de steiger.
Van de koelkast doet nu ook het tweede systeem het (compressor aangedreven
door hoofdmotor ipv. 12V), waardoor we veel minder stroom gebruiken en toch
koude drankjes hebben (!). We hebben nieuwe kunststof busjes laten
maken voor de Harken leuvers van het grootzeil en we hebben weer teveel
gekocht bij de chandleries die hier zijn.
De brommer had toch iets meer zout water gekregen dan
goed voor 'em is bij mijn actie in de branding op Tobago.....gelukkig kreeg
Edo 'em weer aan de praat.
In Suriname hadden we al gehoord dat 'de Rob' in de buurt moest zijn. Dat is
de boot van Gaston, ex vriend van de zus van Edo, die samen met zijn
vriendin al ruim 7 jaar aan het varen is. We hadden af en toe al om ons heen
gekeken, maar geen Rob gezien. Totdat we een boot nog met zeil op zijn anker
uit zagen gooien op de ankerplek bij Chaguaramas die er wel veel op
leek....Edo is met de dinghy gaan kijken en jawel, het was de Rob.
Grappig om elkaar na zoveel jaar hier weer te zien en dan allebei met je
eigen boot.
We hadden bedacht dat we ook nog iets van het eiland moesten zien, niet
alleen klussen en carnaval....We gingen dus 's ochtends bijtijds op pad naar
Edith Falls, een waterval in Chaguaramas Natural Park. Onderweg zouden we
een maxitaxi aanhouden. Helaas reden er op die weg die dag geen maxitaxis...dus
hebben we de bijna 10 km heen en 10 km terug gelopen (in ruim 35 graden...hmmm).
Voor een waterval die uiteindelijk alleen in het regenzeizoen stroomt! Maar
op zich was het een leuke wandeling/klim.
We zouden de 26e vertrekken, maar op het laatste moment kreeg Edo nog een
oud collega uit Bakuh aan de telefoon die in Trinidad woont. We hebben nog een nacht
bijgeboekt en afgesproken. Jeffry en zijn vrouw Anita zijn ons op komen
halen in de haven om ergens anders aan het water te gaan eten. Edo en Jeffry
hebben herinneringen opgehaald en bijgekletst. Was erg gezellig, volgende
keer bij ons!
16.02 - 19.02 Store Bay, Tobago
16 februari check ik uit bij customs en vertrekken we voor de wind zeilend
naar Store bay, 12 Nm verderop. Customs is in principe 24 uur per dag
aanwezig, maar de goede man moest wel voor Carnaval naar de kapper, dus of
ik even een half uur wilde wachten....daar ben ik inmiddels goed in, geen
probleem!
Na een kleine twee uur zeilen draaien we om Crown Point en Sandy Point heen,
naar het Noorden en zien we voor ons Pigeon Point liggen. Een witte strook
zand, met overhangende kokospalmen onder een strakblauwe lucht met daarvoor
een turkoise zee. Dat was waar we naar op zoek waren! De baai ligt
behoorlijk vol, met voornamelijk Nooren. Af en aan varen 'glass bottom
boats' tussen de voor anker liggende schepen door van het strand naar het
verderop gelegen rif, uit de megaboxen die op het dak staan.....soca en
calypso.
's Middags gaan we met de dinghy naar het strand om eens te kijken wat er in
Store Bay te doen is. 1 biertje....We komen terecht in een bijna lege bar,
waar een Europeaan uitleg geeft aan de barman. We komen aan de praat en even
later zijn we druk aan het drinken en kletsen met Robert en Kevin. Robert is
van oorsprong Duitser en werkt voor de Development Bank in Barbados. In die
functie adviseert hij de bar waar we in zitten bij het verbeteren van de
marketing (en verminderen van de verliezen). Kevin werkt als barman maar
geeft in de loop van de avond aan dat hij bezig is met een eigen bedrijf en
dus niet lang zal blijven...
Als de bar sluit (de bazin komt geld tellen en afsluiten) gaan we naar een
andere kroeg. Wij haken af voordat we echt dronken worden en lopen in het
donker terug. We nemen blijkbaar een verkeerde weg, want we worden nogal
aggressief benaderd door een stel honden....volgende keer lopen we om!
Gelukkig zetten ze er een bord bij. Langs het strand staan 'Manchineel
Trees', waarvan de vruchten giftig zijn. Het sap dat uit de boom loopt kan
blaren veroorzaken of tijdelijke blindheid. Niet onder gaan zitten als het
regent en niet als brandhout gebruiken!
Ook hier weer apen....
We zijn met de dinghy naar het rif gevaren en hebben er gesnorkeld. Zoals al
in de gids was aangegeven is het koraal ernstig beschadigd door
overbevissing en toerisme. Toch was het leuk. Op de terugweg ging ik
verkeerd met de dinghy door de branding, waardoor we op het strand
aangekomen konden hozen....dat ging nog net niet helemaal fout!
's Avonds belanden we na wat omzwervingen in de strandtent tegenover de
boot. Lang zijn we ook hier niet met zijn tween, want een dreadlock-kralenkettingverkoper
wil graag bij ons zitten. Hij gaat uiteraard niet snel weg. Toch is iemand
die je een 'angel' noemt beter dan die mannen die vanuit hun auto naar je
roepen dat ze je sizes wel zien zitten....(Ze hebben er hier absoluut geen moeite mee om van alles tegen je te zeggen...dat is even
wennen.)
Om in Trinidad aan wal te kunnen gaan, moesten we eerst uitklaren in
Tobago....(jawel, ook al is het 1 land, in elke plaats moet je in- en
uitklaren!). Edo is met de taxi terug naar Scarborough gegaan en naar
immigration op het vliegveld om dit voor elkaar te krijgen.
14.02 - 16.02 Scarborough, Tobago
Ik ga meteen inklaren, daar zijn ze hier nogal strikt in hebben we gehoord.
Helaas blijkt het zo strikt, dat alle crewmembers erbij moeten zijn. We
moeten dus KLEF alleen laten. Enerzijds niet fijn, omdat we allemaal
negatieve verhalen hebben gehoord over criminaliteit en anderzijds omdat we
net geankerd hebben en dan is het voor je gevoel goed om even aan te kijken
hoe het anker houdt. Gelukkig heeft de betreffende ambtenaar uitzicht op de
haven vanuit zijn kantoor.
Onderweg naar en van immigration wordt er uit auto's van alles naar me
geroepen en raak ik al aardig op de hoogte van de populaire muziek hier,
soca en calypso. Ook Bob Marley is nog helemaal hot hier. (we hebben net
zo'n twintig songs van hem gedeleted van de Ipod omdat we er gek van werden..)
Op straat vooral creolen. Hier en daar een enkele chinees of javaan.
's Middags nemen we een duik en checken het onderwaterschip. Dat ziet er top
uit; geen aangroei te zien, alleen de anodes moeten wel tzt vervangen worden!
Tegen de avond legt
een zandschip aan tegen de kade waar wij vlakbij liggen. De hele nacht
rijden vrachtwagens af en aan om het zand af te voeren. Leuk om een tijdje
naar te kijken vanuit de kuip en commentaar te leveren. We merken er niks
meer van als we liggen te pitten.
De volgende dag gaan we op pad om naar Fort King George te lopen. Een steile klim
van een dik halfuur, maar ons is fantastich uitzicht beloofd in de lonely
planet. En dat was het! Onder een grote boom met uitzicht op de baai konden
we goed bijkomen en opdrogen.
's Avonds zijn we op het terras gaan zitten van een ijssalon/cafe. Op straat
zwervers en dansende mensen. Uit alle auto's, die overigens allemaal glimmen
en voorzien zijn van glimmende of zelfs lichtgevende extra's, komt
knetterharde soca.
Op de heenweg hadden we het niet gezien, maar op de terugweg zagen we dat
deze palm wel heel speciaal is...
Af en toe regent het even heftig. De luchtvochtigheid zou hier rond deze
tijd 75% bedragen volgens de gids, maar kan ook zomaar hoger liggen.
Trinidad & Tobago algemeen
Officiele naam: Republic of Trinidad & Tobago, West Indies. Totaal oppervlak
is ruim 5100 km2, waarvan Tobago 300 km2 bedraagt.
Hoofdstad is Port of Spain, op Trinidad. Gesproken talen: Engels, Creools,
Hindi en Spaans. Mensen van Trinidad worden Trinidadian of Trini genoemd,
mensen van Tobago Tobagonian of Trinbogonian. T&T hebben 1.3 miljoen
inwoners.
Trinidad & Tobago zijn bekend om de olie- en gasvelden en carnaval. Toerisme
is nog niet erg ontwikkeld. Er is veel verschil tussen een kleine groep
rijken en een grote groep armen. Onder zeilers gaan veel negatieve
verhalen rond over berovingen en erger, vooral over Trinidad.
Populaire muziekvormen zijn calypso, soca en steel band/steel pan.
Calypso: de voormalige slaven mochten niet roddelen/praten tijdens het werk.
Daarom zongen ze over lief/leed en hun overheersers tijdens het werk.
Soca: Ontstaan uit calypso, maar met meer beat. Sinds 1970 zeer populair,
vooral onder jongeren en vooral heel erg hard gespeeld.
Steel pan/band: voorheen speelden bands op bamboestokken van verschillende
lengte en dikte of alles waar men op kon drummen.
Toen in WWII de afrikaanse drums werden verboden, ging men trommelen op
biscuitblikken en later op door de amerikanen achtergelaten oliedrums...en
dat is zo gebleven.
Tobago is relaxed en heeft met name mooie stranden en watersport te bieden.
Trinidad biedt regenwoud en feesten.
11.02 - 14.02 Suriname -
Trinidad & Tobago
Vlak voordat de zon ondergaat, de
eerste avond, valt 't op dat het water opeens heel vlak is en tegelijkertijd
begint het vreselijk te stinken. We kijken om en zien een grote dode
schildpad achter ons langsdrijven.
De eerste
nacht is het spannend...blijft de autopilot 't gewoon doen? We raken er langzaam aan gewend dat 'ie het
fantastisch doet....De
eerste 24 uur zien we geen enkel schip. We lopen lekker en inclusief een
knoopje stroom mee leggen we 195 Nm af op de HA met grootzeil twee keer
gereefd. De tweede 24 uur hebben we iets minder wind maar leggen toch nog
174 mijl af. De derde ochtend komen we 'te vroeg' aan bij Scarborough op
Tobago. Het is nog donker, dus we maken een extra klapje om pas bij daglicht
de haven binnen te lopen.
We ankeren in een kleine kom (vier plezierjachten en wat vissersbootjes en
't is vol) van de haven waar ook ferry's en cruiseschepen aanmeren. Op de
pier twee pelikanen en op de kant veel harde muziek. 'T is hier een uur
vroeger dan in Suriname; acht uur 's morgens.
30.01 - 11.02 Domburg
De 30e zitten we 's morgens nog wat bij
te komen en foto's te bekijken als we buiten een korjaal met hoge snelheid
horen aankomen en vaart minderen. "Edo, Marieke; wakker worden, aankleden!".
Kathleen en Alexandra gingen op dagtocht naar Jodensavannah
en kwamen even gedag zeggen. Leuk! We hebben even de boot laten zien en
koffie gedronken en toen zijn zij weer verder gegaan.
Nog geen twee uur nadat ze verder waren gegaan werd er opeens geroepen van
de kant. Het waren Jorien en Wolter, waarmee we in Awarradam zaten, die
langs kwamen in Domburg. Ontzettend leuk natuurlijk, dus we hebben snel de
dinghy te water gelaten en ook zij zijn even aan boord geweest.
's avonds hebben we geborreld en gegeten met Alex en Ket bij 't Vat in
Paramaribo. Om 12 uur was ik jarig en werd er op zijn Surinaams 'lang zal ze
leven' gezongen (denk ik) door de jazzband die die avond speelde.
De 31e hebben we na een heerlijk pannekoekenontbijt een stapel nieuwe boeken gekocht en een Elsevier van
november 2006 en op het terras gezeten, 's middags en 's avonds. We hebben
met Alex en Ket met twee vrienden van hun, Saskia en Paul, heerlijk Indisch/Javaans
gegeten.
We zijn met een watertaxi naar Laarwijk geweest en hebben daar rondgekeken.
De korjaals naar Laarwijk vertrekken vanuit Domburg, dus dat was makkelijk.
In Laarwijk was het voornamelijk heerlijk stil en heel erg warm. Voor ons
schoten een dikke hagedis en andere beesten over de weg. In een van de bomen
zagen we een aap zitten. Laarwijk is een voormalige plantage.
Op alle winkeltjes langs de weg is reclame geschilderd, dat wil zeggen; de
producten zijn nageschilderd op de muur!
We hadden een nieuwe drive unit voor de autopilot besteld, via inernet. Deze
zou door FedEx bezorgd worden op het vliegveld van Paramaribo, Zanderije. We
belden naar FedEx, waar aangegeven werd dat het pakketje op het kantoor in
Paramaribo kon worden opgehaald. We hebben een auto gehuurd (op advies van
Andre, de vriend van Jorien en Wolter, hadden we een adresje in Paramaribo.
Edo had gevraagd of het te lopen was. Andre gaf aan dat hij wel eens
Nederlanders zag lopen....Wat hij er niet bij vermeldde is dat die
nederlanders gek zijn dat ze dat klereeind gaan lopen!!).Bij FedEx
aangekomen echter bleek er een misverstand te zijn....het pakketje lag op
het vliegveld en we moesten eerst naar de havendienst, maar die was al dicht.
De volgende ochtend zijn we dus om 9 uur bij de havendienst, na vier
formulieren volledig ingevuld te hebben, wilden ze kopieen hebben van die
formulieren. Die maken ze echter niet zelf, die moet je zelf gaan maken. (hadden
we kunnen weten, dat was bij het verkrijgen van het visum al net zo) Edo is
bij de douane (een gebouw verder) gaan kopieren. Daarna snel weer in de auto
en naar de douane op het vliegveld. (sluiten namelijk om 13:00 uur)
Daar aangekomen zie je drie loketten. Een voor afhalen van pakketten, een
voor betalen en een voor de douane. Wij hebben de betreffende formulieren
ingeleverd bij de douane. (ze wilden graag een kopie van Edo's paspoort, wat
hij gelukkig bij de overburen, loket ' afhalen', kon laten maken) De
douanier gromde dat we plaats moesten nemen op een van de banken en wachten.
Het was toen ongeveer half 11.
Om half 1 begonnen we ons toch wat zorgen te maken....Edo ging navraag doen
of het ging lukken voor 13:00 uur.
Opeens kwam er beweging in! We moesten opslagkosten betalen nadat we het
pakketje hadden gezien dat iemand uit de opslag ging halen. Vervolgens moest
Edo bij de meneer achter het loket 'afhalen' formulieren invullen en het
betalingsbewijs (van het loket ernaast) laten zien.
Omdat wij niet in Suriname blijven, maar weer doorgaan, hoeven we geen
invoerbelasting te betalen (we zijn 'in transit'). Dat was nogal moeilijk....
Om er zeker van te zijn dat wij die drive unit niet doorverkopen, moet een
medewerker daadwerkelijk toezicht houden op het installeren van het apparaat!
Er ontstond enige discussie tussen de aanwezige ambtenaren...en Michael werd
door zijn baas aangewezen als de 'gelukkige'.
Hij moest bij ons in de auto en Edo moest hem dan na afloop naar huis (!)
brengen. (Zanderije is zeker een uur rijden van Domburg)
Wij zagen dat niet echt zitten, maar gelukkig Michael ook niet! Hij zat nog
niet in de auto, of hij gaf aan dat de plannen gewijzigd waren.
Wij moesten hem maar bij zijn moeder afzetten, in een buitenwijk van
Paramaribo, en dan was alles oke. Hij heeft een notitie op de bon gemaakt
dat hij erbij stond toen het apparaat aan boord en op zijn plek ging en that
was it!. (hebben we ook eens voordeel van 'het systeem')
We zijn met de watertaxi naar Nieuw Amsterdam 'overgestoken', vanaf xxxx.
Het systeem van de watertaxi is net als bij de taxibusjes; ze gaan pas varen
als ze minimaal 20SRD bij elkaar krijgen. Iedereen betaalt 2 SRD, dus pas
bij 10 man gaat 'ie varen. Na een half uur wachten met 6 man werd er door de
wachtenden voorzichtig aan ons gevraagd of wij niet het restant bij konden
leggen...We hebben het restant verdeeld (wij iets meer dan zij) en daar
gingen we! Terug ging er naast ons helemaal niemand meer met de watertaxi
naar de overkant, dus betaalden we alsnog de volle mep....
Zoals in de toeristengids al vermeld staat, is het openlucht museum in Fort
Amsterdam meer lucht dan iets anders....maar de wandeling was leuk.
We zijn met de huurauto naar Marienburg gegaan, over de brug naar Tamanredjo
en dan bij Alkmaar linksaf (leuk die hollandse namen). Daar werden we al
voordat we geparkeerd hadden 'opgevangen' door Jesse, de gids. Jesse heeft
zelf op de fabriek gewerkt als technische ondersteuning. In de fabriek werd
suiker gemaakt, voor de export en voor verwerking tot rum. De overheid heeft
op een gegeven moment besloten om suiker te gaan importeren, aangezien dat
goedkoper was. De fabriek is daarom gesloten.
De medewerkers zijn met een fooi afgescheept en het terrein is opgekocht
door de overheid. Alle koper en ander bruikbaar materiaal is van de
apparaten gesloopt. Er staan nog restanten van grote stoommachines en Jesse
vertelt hoe het proces in zijn werk ging. Het is een triest verhaal en Jesse
is er nog steeds erg kapot van.
Zaterdag wilden we vertrekken als de stroom in de goede richting zou draaien.
Bij het lichten van het anker dat we aanvullend bij de (te lichte) mooring
hadden gelegd, liepen we 'wat' vertraging op.......na vier uur kregen we
eindelijk de ketting in beweging! Er bleek een grote boomstam in de
ankerketting gewikkeld te zijn!
Inmiddels waren we doodop en zou de stroom niet lang genoeg meer in onze
richting zijn...we besloten zondag weg te gaan. Dan konden we ook mooi nog
het feestje van Sander meemaken, bij het strandje van HolSu.
Edo en Jan Willem op het feestje van Sander, waar een band en DJ waren en
een braai (BBQ).
Zondag zijn we op tijd vertrokken, nadat JanWillem en Petra nog een keer
afscheid (tijdelijk, waarschijnlijk komen we ze nog tegen in de carieb.)
waren komen nemen. Ze hadden zelfs een cadeautje! Een pikhaak (onze vorige
had ik in Mindeloo overboord laten vallen en die was gezonken).Top!
We werden uitgezwaaid door de opruimploeg bij HolSu (of waren dat de laatste
feestgangers?) en kwamen voor het laatst langs de brug, de Goslar,
Paramaribo, Torarica en Fort Nieuw Amsterdam. En om een uur of 5 verdween de
kust van Suriname achter de horizon. Een mooi land en leuke ervaring!
26.01-29.01 Awarradam
Van de Nederlanders in Domburg hadden we een naam en telefoonnummer gekregen
van mijnheer Twist. Hij heeft een busje en met hem kun je een trip
samenstellen naar waar je maar naartoe wilt. We hebben hem gesproken. Hij
heeft van alles voorgerekend en geschrapt, maar doordat we maar met zijn
tweeen zijn kwam ons tripje met hem alsnog op bijna dezelfde prijs als een
georganiseerde tour van Touroperator Mets, waar dan ook een vliegreis bij
zat, wat we zo graag wilden.
We hebben daarom besloten om ons aan te melden voor de georganiseerde trip
van 4 dagen naar Awarradam.
Donderdagmiddag meldden we ons aan bij de touroperator in Paramaribo en
vrijdagochtend om 10 uur moesten we ons melden bij het vliegveld Zorg en
Hoop (Paramaribo). In de tussentijd moesten we natuurlijk onze tas inpakken
en kijken of we de boot ergens wat veiliger achter konden laten. Helaas
gaven ze bij Holsu BV (waar we langszij een viskotter zouden kunnen liggen) aan dat er
andere viskotters thuis konden komen dit weekend en
die zouden dan rakelings (of net niet.?) langs onze boot gaan bij het
aanleggen.... tevens werd gezegd dat de 'jongens' nog niet zo ervaren zijn
met aanleggen. Ok, dan maar niet. We hebben besloten om Klef aan de mooring te laten, met een
extra anker. Andre heeft de sleutel gekregen en we hebben iedereen gevraagd
een oogje in 't zeil te houden. Echt ontspannen waren we dus niet toen we
vertrokken....
In de 'vertrekhal' hebben we kennisgemaakt met Alexandra en Kathleen uit NL.
We hadden gehoopt naar dezelfde lokatie te gaan, maar zij gingen naar
Palumeu (nog iets verder de jungle in, bij Indianen ipv Creolen). We hadden
toen afgesproken om dinsdag in Paramaribo te gaan eten om ervaringen uit te
wisselen.
We vlogen met een Twin Otter (erg oud, twee turboprops, 20 personen) van Paramaribo parallel aan de
Surinamerivier landinwaarts naar Kajana, waar de Gran Rio en de Pikin Rio
samen komen en de Boven Suriname Rivier vormen. Vandaar gingen we nog een halfuur met een
korjaal over de Gran Rio naar een eilandje aan de voet van de Awarradam
stroomversnelling.
Awarradam ligt nog een half uur varen verder het Amazoneregenwoud in, vanaf
de laatste dorpen langs de rivier van de Saramaccaners, afstammelingen van
de weggelopen slaven. (Creolen/bosnegers) Onderweg zag de Kulaman (de man
voorop de korjaal die aanwijzingen geeft over obstakels e.d. en die helpt bij
het manouvreren van de korjaal met een peddel) een kaaiman en we zijn
dichterbij gevaren om te kijken. Verder gaf Rodney, onze gids, af en toe
toelichting op de vogels die we zagen en geluiden die uit het bos kwamen.
De groep bestaat uit 13 mensen in totaal, waaronder voornamelijk mensen die
ouder zijn dan wij, tot en met een echtpaar van achter in de 70.
Er is nog 1 stel van onze leeftijd bij.
Aangekomen in Awarradam werden we hartelijk ontvangen en kregen we ons hutje toegwezen. We
hebben hutje nummer 6, genaamd Bosi (betekent 'kus'). Binnen twee bedden met
klamboe, toilet en douche (koud water rechtstreeks uit de rivier....was even
slikken, we hadden natuurlijk stiekum gehoopt op een luxe warme douche..).
Ons eigen balkon had twee hangmatten met uitzicht op de stroomversnelling en
rivier. Top!
Na een heerlijke lunch konden we even relaxen in onze hangmatten voordat we
met de korjaal naar de stroomversnelling verderop gingen om daar te zwemmen.
Heerlijke kennismaking met het regenwoud.
In het dorp is alleen stroom (van zonnecellen) in de eetzaal. Verder heb je
licht van petroleumlampen. Het personeel is Saramaccaans en woont deels op
het eiland en deels aan de overkant van de rivier in het dorpje Sindofiti.
Awarradam (uitgesproken als Awaadan' (ze spreken geen r uit)) ligt in het
deel van de rivier dat lokaal bekend staat als 'Langu'. In Langu liggen 8
dorpen: Bendiwata (waar de rivier buigt), Kuututen, Ligolio, Kajana (waar de
airstrip is en waar de middelbare school en kliniek staan), Deboo, Godowata
en Stonhuku (waar stenen liggen). Ligolio is het enige christelijke dorp, de
rest wordt op traditionele manier bestuurd. Elk dorp heeft een trap naar de
rivier met 'aanlegplaats', een toegangspoort (Azanpau) die kwade
invloeden buiten het dorp moet houden. (bestaande uit een poort van houten
takken met daaraan hangend bamboebladeren. Als je daaronderdoor loopt gaan
die bladeren over je heen, waardoor de kwade bedoelingen worden 'weggewuifd/-geveegd').
In elk traditioneel dorp zagen we een offerplaats. De mensen zijn om
allerlei redenen niet dol om gefotografeerd worden en zaken die met geloof
te maken hebben zijn verboden te fotograferen. Daar hebben wij ons netjes
aan gehouden, dus hiervan geen foto's. De mannen werken vooral in
Paramaribo, Frans Guiana, op kostgrondjes of bij de goudzoekers. We zagen
daarom vooral verlaten huizen en alleen maar vrouwen en kinderen.
De eerste avond werd door de gids na het eten heel geheimzinnig gedaan en
gevraagd of er mensen waren die geinteresseerd waren in een
vogelspinnenjacht....Edo en Diek staken als enige hun handen op. Edo is snel
stevige schoenen aan gaan trekken en de zaklamp gaan halen.
Hij gaf aan dat als hij niet terug zou komen, de boot voor mij zou zijn.....
Uiteindelijk besloot ik toch om mee te gaan...we zouden niet ver gaan
volgens Rodney en vogelspinnen zijn niet gevaarlijk...
De eerste boom naast de eetzaal werd beschenen....geen vogelspin. De tweede
boom dan...en jawel!
Het was natuurlijk allemaal vooropgezet. Hij was getipt dat er een nest zat
met spin...en de spin heeft niet bewogen zolang wij daar waren.
Toch was het (voor mij althans) nog best indrukwekkend om te zien.
We hebben een boswandeling/jungletocht gemaakt, waar Eddy (onze bootsman en
tevens lokale gids/vertaler en barman in Awarradam) en Rodney ons
toelichting gaven op de diverse bomen en planten en waarvoor die door de
lokale bevolking worden gebruikt; medicijnen, bouwmateriaal etc. Ook zagen
we bullet ants (reuzenmieren), draagmieren (heten in NL parasolmieren?),
megavlinders en hoorden we apen in de verte.
De dorpswandeling viel behoorlijk in het water, letterlijk. We begonnen in
Ligolio en liepen via het woud door een paar andere dorpen waar we in het
laatste dorp, Kosindo, een maaltijd kregen en een performance van de
plaatselijke dans- en zanggroep.
(dubbelklikken op laatste afbeelding voor geluidfragment) Dans en zang (
later ook begeleid met muziek, eerste foto) werden onder een afdak getoond,
met enkele petroleumlampen voor de verlichting. Vandaar dat het filmpje met
geluid zo donker is... We hebben meerdere tenendansen en heupdansen gezien
en ook een stokkendans (tweede foto).
Het regende bijna de hele wandeling waardoor we op een gegeven moment recht
op ons doel zijn afgegaan. Dat maakte echter de wandeling wel heel spannend,
de bodem werd snel blubberig en glibberig...Onderweg in de dorpen kregen we
wat demonstraties van de lokale bevolking van rijst stampen om de vliesjes
eraf te krijgen, cassave bewerken totdat er meel ontstaat waarvan brood kan
worden gebakken (foto) en het maken van pindakaas. Wat ons betreft hadden
alle demonstraties achterwege kunnen blijven maar al met al ook weer een
leuke dag.
BBQ'en/hangmatteren bij de stroomversnelling.
(dubbelklikken op de afbeelding) De ritjes per korjaal voor en na de diverse
activiteiten waren volgens ons net zo leuk als de activiteiten zelf.
Onderweg zagen we ijsvogels, kaaimannen, toekans, en aasgieren. Ook hoorden
we capucijneraapjes (die we van heel ver weg door de bomen zagen gaan). We
kwamen langs dorpjes waar de vrouwen bezig waren met de (af)was. Soms werd
er gestopt om post of pakketjes af te geven of mee te nemen.

Elke ochtend kreeg je om 06:30 uur heet water in een thermosfles op een
plankje buiten de deur van je hut. Daarmee kon je koffie maken en in je
hangmat wakker worden bij oerwoudgeluiden en watergekletter. Om 08:00 was er
dan ontbijt en begon het programma om een uur of negen.
De laatste ochtend maakte Edo de koffie en had de thermos gepakt met zijn
slaapdronken hoofd.
Nadat we met koffie in de hangmat waren bijgekomen van de nacht en gedoucht
hadden deden we onze slippers aan bij de deur en wilden naar de eetzaal gaan.
Ik zag echter iets liggen op dat plankje voor de thermosfles en ging iets
beter kijken.
Gelukkig keek ik deze keer met mijn ogen....het was namelijk een slang(etje)!!
Hij lag opgerold te slapen. Edo heeft de camera gepakt en om een betere foto
te maken hebben we met een bezem de slang wat opgepord.(!)

In de eetzaal aangekomen hadden we natuurlijk een goed verhaal en hebben we
ook aan Eddy gevraagd wat voor slang dat kon zijn.
Eddy zei toch even te willen kijken....Even later stonden het halve
personeel en alle andere gasten bij ons hutje. De slang werd verwijderd en
in de rivier gegooid waar hij wegzwom. Het bleek een makka sneki (ook wel
bushmaster genoemd) te zijn, zeer giftig. In de beschrijving staat dat je
hem vooral met rust moet laten en moet maken dat je wegkomt...
21.01 - 26.01 Domburg
Vanuit Domburg gaan we een paar keer naar Paramaribo. We relaxen en maken
kennis met Petra en Jan-Willem, van de Witte Raaf (vertrekkers 2004). Zij
liggen hier nu twee jaar en zijn bezig met de verbouw van een huis in Boxel
(dorp naast Domburg) dat ze hebben gekocht. Ze willen dit als hun basis
gebruiken en hier de hurricaneseizoenen 'schuilen' tussen het zeilen door.
Ook ontmoeten we Arnold en Coby, die begin februari na 4,5 maand Domburg
weer doorgaan met hun wereldreis, richting Tobago.
De eerste nacht liggen we voor anker, maar dat wordt hier afgeraden vanwege
de sterke stroming en de drijvende eilanden en bomen die voorbij komen. We
pakken daarom de tweede dag snel de laatste mooring op. Kost 3,50 euro per
nacht, te betalen aan Andre, die hier al een paar jaar ligt*....We kunnen
gratis water halen bij het vissersbedrijf Holsu (jawel van Holland-Suriname,
met twee friezen als directeuren)
even verderop.
We maken een wandeling in de omgeving van Domburg, tussen de buien door...(het
is kleine regentijd, wat inhoudt dat bijna elke dag een paar flinke buien
vallen)
* De Nederlanders die hier liggen, liggen er al jaren of i.i.g al meerdere maanden. Sommige gaan wel weer verder, anderen blijven. Wij willen hier
ook zeker nog even blijven...maar niet zo lang!

Langs de weg allerlei soorten fruit.
We gaan met de bus naar Paramaribo, wat meteen een leuke rit oplevert.
Liftend gaan we terug. (Min of meer noodzakelijk,
aangezien we de verkeerde bus pakten en halverwege Paramaribo-Domburg werden
afgezet. Vervolgens kwam er geen bus
meer...) Op de markt in Paramaribo kopen we weer lekker vers fruit in....
En we hebben als echte toeristen Fort Zeelandia bezocht. Dit is het enige
museum waarin iets wordt verteld over verre (slavernij) en nabije
geschiedenis (decembermoorden) van Suriname.
Bussen rijden niet volgens een schema/planning. De busjes zijn van
particulieren. De bus vertrekt wanneer er
voldoende passagiers zijn. Tegen de avond (5 uur) zijn er weinig passagiers
meer en stopt de bus ermee (of niet...). Als de bus vol is heb je pech. Op
de bus zelf is het tarief aangegeven van begin- tot eindpunt. Dat is wat je
betaalt, waar je ook opstapt. Sommige van de passagiers menen minder te
moeten betalen omdat ze maar voor de helft van de rit meegaan....ook geen
probleem! De rit van Domburg naar Paramaribo duurt een klein halfuur en kost
ongeveer 0,60 eurocent.
Edo probeert vanuit Domburg via telefoon en e-mail een nieuwe driveunit voor
de autopilot te
laten opsturen. Het begint voorspoedig, maar helaas is de tweede dag het
postkantoor dicht (dat gebeurt, als de mevrouw achter de balie geen zin
heeft of er komen teweinig klanten...gegege) waar hij moet internetten. Op
naar Paramaribo dan maar weer!
Al het eten hier wordt gecombineerd met kip. We hadden al opgegeven om naar
iets anders op zoek te gaan en gingen kip kopen.
Na een uur door de stad sjouwen gaf ik het op. Terwijl ik bij Torarica
wachtte is Edo verder gaan zoeken. Hij kwam bij een supermarkt, gerund door
een chinees. (er is weinig in Suriname dat niet van een chinees is...)
Na eerst in Nederlands, Engels en Frans om kip gevraagd te hebben keek de
vriendelijke man hem niet begrijpend aan. Edo ging over op gebarentaal. Even
dacht 'ie dat de man hem begreep toen hij, wapperend met zijn ellebogen met
zijn armen als vleugels, 'pokpokpok' kakelend in de winkel stond......maar
dat bleek teveel verwacht toen de man blij "aha dlink!" antwoorde, terwijl
hij een denkbeeldige beker naar zijn mond bracht... Een zoektocht in de
vriezers van de winkel heeft uiteindelijk een overjarige diepgevroren hele
kip opgeleverd, met nog enkele restanten van veren en haar...Na Suriname
even geen kip meer voor ons!
20.01 Surinamerivier,
van Paramaribo naar Domburg
De hele rit van Paramaribo naar Domburg
hebben we op de autopilot gevaren, slingerend en alle mogelijke rare bochten
varend om te testen of het blijft werken.
De Jules Albert Wijdenboschbrug (tegenwoordig genaamd 'de brug'). De 1e
vaste brug
die wij met Klef namen sinds we haar hebben.
De brug is meer dan 55 meter hoog, om de bauxietschepen doorgang te bieden.
Gebouwd door Ballast Nedam.
Vlakbij de brug moet je om het wrak heen varen van de Goslar. Dit Duitse
vrachtschip ligt sinds 1940 in de rivier, door de eigen bemanning tot zinken
gebracht. Het verhaal gaat dat in de nacht van 10-11 mei (Duitse inval in
Nederland) alle Duitse mannen zich moesten melden bij Fort Zeelandia, om
geinterneerd te worden. De toenmalige politiecomissaris van Beek gaf de
bemanning een half uur tijd om de spullen bij elkaar te pakken en dat bleek
voldoende om het schip tot zinken te brengen. Het wrak wordt ook wel het
'Van Beek-eiland' genoemd.
Vlnr: Fort Zeelandia en het presidentieel paleis/ Twee foto's: de waterkant
van Paramaribo/ drie foto's: onderweg tussen Paramaribo en Domburg
komen we langs oude troep en dure huizen (van 'poederjongens' zoals die hier
genoemd worden...)
Bij Domburg liggen nog zo'n zeven schepen, waaronder meerdere Nederlanders.
(die er al wat langer liggen, leren wij later)
Domburg is niet zo groot. Er liggen wat restaurantjes, een markt en een
opstapplaats voor de veerboot naar Laarwijk aan
een open plek aan de rivier...heel sfeervol!
16.01
- 20.01 Paramaribo
Foto's resp: het presidentieel paleis, Torarica, Klef voor
anker bij Paramaribo
en een boot vol koeien.
's Morgens zitten we bij te komen van een heerlijke nacht niet schommelen en
kijken wat om ons heen. We liggen vlak bij een steiger van een hotel of
restaurant en iets verder weg liggen politieboten (dat zal de steiger van de
MAS zijn, bedenken we). Aan de ene oever Paramaribo, aan de andere oever
oerwoud. Er komt een boot voorbij met koeien achter tralies.....
Er komt een politieboot naar ons toe en een vriendelijke man met zwemvest en
zuidwester op en politieoverall aan vraagt of hij even een paar minuten aan
boord mag komen. Natuurlijk.
Onder het genot van een kop koffie noteert hij onze paspoortnummers en de
reden en duur van ons verblijf in Suriname.
Hij heet ons hartelijk welkom in Suriname en vraagt wat we gaan doen. Op
onze eerste reactie ' Lekker eten!' legt hij trots uit dat Surinamers niet
zo'n vast schema hebben van koffie- en etenstijd als wij Hollanders en dat
Surinamers graag ' huilen bij het eten'. (dus als er pittig op de kaart
staat is het dat ook).
Hij legt uit dat we na het inklaren beter naar Domburg door kunnen varen,
daar is het rustiger liggen en het water is er schoner (het is hier bruin en
er drijft van alles in, van kokosnoten, autobanden tot vuilniszakken). Er
zouden wel piranha's zijn, maar die zijn meestal niet aggressief....
Hij vraagt ons wel Klef iets te verleggen tot die tijd, want we liggen te
dicht bij het presidentieel paleis...
Voor het inklaren moet ik opschieten geeft hij aan, want overheidsfuncties
stoppen er om 1400 uur mee. Ik schiet in mijn kleren en hij zet me af bij
een steiger vlak bij het onafhankelijkheidsplein. Onze eerste indruk van
Surinamers is zeer goed!
Ik ren naar het kantoor waar ik visa zou kunnen krijgen, van het Ministerie
van Buitenlandse Zaken. Het is er opvallend leeg.....gelukkig zit er een
mevrouw op een stoel in de lege ruimte die me kan vertellen dat het kantoor
verhuisd is....Gelukkig is het nieuwe kantoor niet ver.
Op de juiste plek aangekomen sluit ik aan in de rij en wacht tot het mijn
beurt is. Ik heb alle benodigde papieren en pasfoto's bij me...dacht ik.
Ik krijg tweemaal vier pagina's formulier om in te vullen, over onze
geboortedatum tot en met ons beroep en vooropleidingen en waar we het geld
vandaan hebben waarmee we de reis betalen. Bij terugkomst bij het loket, 5
minuten voordat ze voor de lunch sluiten (10 uur) blijkt dat ik van ons
paspoort en de scheepspapieren meerdere kopieen had moeten maken. Gelukkig
hebben ze een deal met het reisbureau ertegenover dat ik daar mag kopieren.
Helaas heb ik natuurlijk nog geen Surinaams geld, maar de portier is zo
vriendelijk om me een munt mee te geven waarmee het moet lukken.
Om 1 uur mag ik terugkomen om alles terug te krijgen. Zo gezegd, zo gedaan.
Bij terugkomst krijg ik te horen dat ik, in afwijking op het hetgeen de
vriendelijke politieman me vertelde, eerst naar de Militaire Politie moet
en dan pas naar de vreemdelingenpolitie.
Bij de Militaire Politie krijg ik van een norse dame stempels in ons
paspoort en wordt weer alles genoteerd. Dan mag ik naar de
vreemdelingenpolitie aan de andere kant van de stad. Ik vraag een
taxichauffeur om me erheen te brengen.
De taxichauffeur, Rohan, blijkt in eerste instantie politieagent te zijn en
om bij te verdienen op de taxicentrale van zijn broer te werken....
Vriendelijke vent die precies weet waar ik heen moet.
Bij de vreemdelingenpolitie aangekomen echter blijkt dat de stempel van de
MP niet juist is. Die moet eerst door de MP ongedaan gemaakt worden en dan
mag ik weer terugkomen....hmmmm en ze sluiten over 5 minuten.
Goed, met Rohan spreek ik de volgende ochtend af om hetzelfde ritje nog eens
te doen.
De volgende ochtend om een uur of twaalf zijn we klaar met inklaren en
kunnen we de toerist gaan uithangen.
Edo pikt me met de dinghy op bij de steiger waar ik met een eerste
meeneem-roti sta te wachten.
Edo heeft ondertussen bezoek gekregen van de broer van de overbuurvrouw van
zijn moeder. (!) Hij woont al 19 jaar in Suriname. Met een korjaal kwam hij
langszij met mango's en cassavechips (op verzoek van Edo's ma...gegege).
Wederom 'Welkom in Suriname'!


De
dagen erop hebben we
gebruikt om de toerist uit te hangen. We hebben de was (21 kilo!)
weggebracht en weer schoon teruggekregen.
De eerste dagen zijn we aan land gegaan bij de steiger van de MAS. Daar lag
een motorboot van twee Nederlanders, de familie Beuker. Zij komen al 12 jaar
elke winter naar deze plek en konden ons wat tips geven.
Ons werd op een gegeven moment verteld door de wachten bij de poort van het
terrein dat we wel toestemming moesten vragen bij de directie....en die
kregen we niet. We mochten niet meer over het terrein. Voor de resterende
twee dagen die we nog in Paramaribo wilden blijven liggen hebben we gebruik
gemaakt van het steiger van Torarica, het hotel aan de oever, tegen betaling.
Maar dan mochten we wel gebruik maken van de pool en van de douches (en dat
is lekker, na ongeveer zes weken met zout water douchen in de kuip....!!)
Tegelijk met Jeroen Krabbe overigens (!).
We hebben uren geinternet, op terrassen gezeten en.....bitterballen gegeten!
We hebben Chinees gegeten, Javaans gegeten en pannekoeken en poffertjes
gegeten.... (ja, die kilo's die we evt. kwijt waren komen er hier gewoon
weer aan!)
En natuurlijk heeft Edo de hele autopilot uit elkaar gehaald. Toen hij de
electromotor van de 'drive unit' uit elkaar
haalde bleek er het een en ander gesmolten te zijn en een van de koolborstels was niet
oke. Na het schoonmaken ervan leek het wel of 't weer werkte....
Suriname/Paramaribo algemeen
Paramaribo is het dichtsbevolkte gebied in Suriname** en vormt het
administratieve centrum van het land. In het centrum witte, houten huizen,
brede lanen met mahoniebomen en een rustige, bijna dorpse, sfeer.
De Surinaamse bouwstijl toont veel invloeden van buitenaf. Engelsen,
Duitsers en Nederlanders die vroeger heersten in Suriname hebben alle hun
stempel gedrukt op de architectuur. Er zijn meerdere stadsbranden geweest
(vooral in de 17e eeuw) waardoor ook bouwstijlen uit verschillende perioden
naast elkaar zijn te onderscheiden. En daarnaast leeft in Suriname een mix
van culturen naast elkaar, die elk hun eigen bouwstijlen neerzetten.
** Suriname is het dunstbevolkte land in Zuid-Amerika.
De grootste bevolkingsgroepen in Suriname zijn de Creolen, de Hindostanen en
de Javanen. Daarnaast zijn er nog de inheemsen, bosnegers, joden, Chinezen,
Libanezen en afstammelingen van de Nederlandse boeren, de Boeroes. De
verschillen tussen deze groepen zijn groot, maar gemengde huwelijken of
samenwerkingsverbanden komen steeds vaker voor. Het product van 'gemengde
huwelijken' (halfbloed) wordt de echte surinamer genoemd, de moksi.
(betekent 'gemengd' of ' meerdere soorten' ) (Blanke-) Nederlanders worden
hier Bakra's genoemd. (maar Edo werd ook nageroepen met 'hee moan, oewitte pier!')
Naast Nederlands, de officiele taal, wordt in Suriname Sranan Tongo
gesproken. Sranan Tongo wordt door alle bevolkingsgroepen gesproken en is
daarmee het belangrijkste communicatiemiddel. (voor ons echter
onbegrijpelijk en het is ook best leuk om zover van huis je sinds lange tijd
je eigen taal te kunnen gebruiken!)
Je betaalt met Surinaamse dollars (SRD). Grote bedragen voor reisjes, maar
ook vastgoed en bijvoorbeeld in de duurdere restaurants, gaan echter in
USdollars (USD).....Wat niet altijd aangegeven staat.....Oudere mensen
hanteren nog steeds de bedragen van vroeger in guldens, wat ook voor
verwarring zorgt. (1 SRD = 100 oude guldens/3,5 SRD = 1 euro)
15.01 De Surinamerivier op tot Paramaribo
De 15e zijn we bijtijds vertrokken richting de monding van de Surinamerivier.
We worden opgeroepen door een man die bezig is met bergingswerkzaamheden:
welkom in Suriname! Hij is oorspronkelijk van Belgische afkomst en geeft ons
aanwijzingen over hoe we Paramaribo en later Domburg gaan bereiken over de
rivier. Onderweg kwamen we hele rare vissen (zwart/gele meervallen?) tegen
en een bruin/paarse kwal met een soort opblaasbaar zeiltje boven water met
een roze randje............ Hier gaan we voorlopig niet zwemmen!
Om een uur of vier gingen we de rivier op. Wat een bijzondere ervaring. Om ons heen oerwoudgeluiden, boven ons vliegt een groep
rode ibissen en overal zien we blauwe en witte reigers. Langs de oever staan
hutjes en liggen allemaal bontgekleurde vissersbootjes. Het wordt langzaam
donker. Onderweg hebben we de MAS (Maritieme Authoriteit Suriname)
opgeroepen die ons meldde dat we bij boei J9 stuurboord uit moesten en dan
aan de oever het anker uit moesten gooien. Om 1900 uur wordt het licht
uitgedaan en even later gooien we het anker uit. Geen idee hoe het er om ons
heen uitziet...maar dat zien we morgen wel.
31.12.2006 -
14.01.2007 De oversteek van Cabo Verde naar Suriname
Het was zover. Hierover
hadden we zo vaak gesproken en van gedroomd. Samen de Atlantische Oceaan
oversteken.
De 31e vertrokken we in de middag vanuit Mindelo, relaxed en met goede zin.
Rond 12 uur zouden we de eerste 50 mijl gehad hebben.
De zee was als verwacht en vanwege de acceleratie-zone tussen Sao Vicente en Sao
Antao (wat naast Sao Vicente ligt en waardoor weer van die windvlagen
ontstaan in het open stuk tussen de twee eilanden) hadden we het grootzeil
twee maal gereefd en de kotterfok gehesen.
De golven waren hoog en kwamen van zowel stuurboord als bakboord achterop en
de wind was harder dan voorspeld, zo'n 28 knopen. We liepen zo'n 7 knopen.
Om een uur of 10 begon de autopilot te piepen; 'Drive Stopped' was het
bericht. Dit hadden we al een keer eerder gehad maar toen hield het na een
paar keer resetten op en Edo had in Palmeira de bedrading nagelopen en een en
ander vernieuwd. Sindsdien had 'ie het weer als een godje gedaan.... De rest
van de nacht echter bleef hij dienst weigeren en hebben we handmatig
gestuurd. Dit was een iets andere oud en nieuw dan we verwacht hadden, maar
toch 'Happy New Year'!
De dag erna was de zee te ruw om in de bakskist te kruipen en te kijken
wat er aan de autopilot moest gebeuren/aan de hand was. We hebben overlegd
of het beter was om terug te gaan naar Mindelo, maar besloten door te zeilen
en als het beter werd de autopilot te fixen. Teruggaan betekende namelijk
tegen die nare golven en harde wind in boksen, waar we zeker twee dagen mee
bezig zouden zijn.
De middag van de tweede hele dag is Edo in het achteronder gekropen. Na het
vervangen van de bedrading tussen de aandrijfmotor en de course computer werkte 'ie weer! ;-)
We hebben die dag zoveel mogelijk gerelaxed, zo min mogelijk gedaan en zeker
niet aan de verkeerde kant van het roer gezeten. Bij elke schuiver die de boot op
een golf maakte wachtten we met spanning af wat er ging gebeuren......Het
onderwerp 'de autopilot doet 't weer' was nog wel even taboe om hardop uit
te spreken.....
En helaas.....we waren inmiddels
meer dan 200 mijl van Mindelo verwijderd, net na het eten begaf de autopilot het
(en nu voorgoed bleek later).
Of het nu de juiste keuze is geweest of niet, we hebben besloten door te
gaan. De dagen erna hebben we om beurten gestuurd. Als je niet stuurde sliep
je of zorgde voor eten en drinken. Het was verschrikkelijk zwaar en
natuurlijk niet zoals we het ons hadden voorgesteld. De eerste helft was het
fysiek zwaar omdat de zee en wind ruw waren en de boot alle kanten op wilde,
de tweede helft werden zee en wind milder, waardoor het sturen minder
inspanning vergde. Daarnaast was het zwaar omdat je de hele tijd op moest
blijven letten of je de juiste koers hield, of de wind in de zeilen bleef
(we zeilden pal voor de wind met de fok uitgeboomd aan bakboord en het
grootzeil aan stuurboord). Het besef dat je zo moe was en alles pijn deed en
dat je er nog lang niet was maakte dit soms zeer zwaar.
Toen we over de helft waren werd gelukkig alles beter. Tuurlijk moesten we
nog steeds sturen, maar het werd minder zwaar en we konden de dagen aftellen.....
Onderstaand een kort verslag per dag:
(ter info, een Nm (nautical mile) is ongeveer gelijk aan 1,8 km / een knoop is
een mijl per uur)
Totale afgelegde afstand 1932 mijl - 6.1 kn gemiddeld
1 januari
146 Nm afgelegd. Strakblauwe lucht en zeer ruwe zee. Klef rolt de hele dag
van de ene toerail (buitenrand op dek) naar de andere.
We sturen de hele dag om en om. Het is zoeken om een goede houding te vinden
om zo lang achtereen te sturen. Je kunt nergens tegenaan leunen, waardoor
onze ruggen gaan protesteren.
2 januari
124 Nm afgelegd. Het is de hele dag bewolkt. Beide zijn we moe en gespannen.
's middags kruipt Edo de bakskist in en na enig speurwerk besluit hij de
kabel van de autopilot naar de motor te vervangen. De rest van de dag blijft de autopilot
het doen! We douchen aan dek en lezen wat. Helaas is het 's avonds weer uit
met de pret....
3 januari
147 Nm afgelegd. Het is nog steeds bewolkt en de zee is zeer ruw. De swell
en de golven kruisen* elkaar en komen van beide zijden achterop, waardoor de
kont van de boot continu opgepakt wordt en heen en weer beweegt.
* ook wel 'kruiszee' genoemd. We krijgen windstoten van F6, over het
algemeen is de wind F4-5. Edo slaapt in de kuip om snel bij het roer te
kunnen zijn als ik het niet houdt. Elke ochtend vinden we veel vliegende
vissen aan dek. We hebben een bericht van Karin op de Iridium! Happy New
Year!
4 januari
135 Nm afgelegd. Vannacht hebben we in de verte een vrachtschip gezien. En
we hebben wat spetters over gekregen (het mag de naam bui nog niet hebben,
de druppels bleven apart zichtbaar op het teak), de eerste regen sinds Las
Palmas, lekker!
We luisteren elke ochtend met ons wereldontvangertje naar meteo France, voor
de weersvoorspelling die dag. We horen ook Wateraap en Dalliance met elkaar
praten over de SSB. Ze praten voornamelijk over het weer, wat handig is want
ze ontvangen nauwkeuriger weerberichten (weerfaxen en GRIB files via SSB)
voor de komende drie dagen....Leuk om Marco weer te horen, helaas kunnen we
niks van ons laten horen.
Aan het einde van de middag passeren we opeens op minder dan 2 meter (midden
op zee, al 4 dagen niemand of niets gezien) een boei met een antenne erop!
Deze boei ligt vast aan de grond ('t is hier 5 km diep) en geeft
waarschijnlijk informatie over golfslag en stroming.
5 januari
131 Nm afgelegd. De dag begint zonnig en heet, zou het beter weer gaan
worden?
We vervangen de kotterfok door de HA, die we uitbomen. Later in de middag
neemt de wind toe.
's nachts wordt ik 'aangevlogen' door een vliegende vis....best schrikken
als je denkt helemaal alleen te zijn en opeens krijg je een tik tegen je (gelukkig)
been. Je zou er maar een tegen je hoofd krijgen! En vervolgens is het een
uitdaging om met een hand aan het stuur met je andere hand die glibberige
vis te pakken en weer terug te gooien....
6 januari
153 Nm afgelegd. Edo zit er vanochtend helemaal doorheen. Nadat ik het om 11
uur van hem heb overgenomen slaapt hij tot tegen 2 uur.
's middags bakken we een brood. Dit keer gebruiken we het brooddeeg dat we
in Engeland hebben gekocht.....het brood mislukt! @#$%^&*
Om een uur of vijf zien we overal om de boot heen de tonijnen boven water
springen (geen visserslatijn!) Snel gooien we onze squid over boord.
En jawel.....tegen zeven uur hebben we beet! Het is een joekel van een vis
en Edo heeft een gevecht om hem binnen te halen. Normaal zou je dat samen
kunnen doen natuurlijk, maar er moet er een sturen.
Voordat we hem binnen halen giet ik van achter het stuur wat jenever in zijn
keelgat, waardoor de vis tijdelijk wat minder heftig tegensputtert...
Zowel de lure (nepvissie) als de haspel waaromheen we de lijn wikkelen zijn
gestorven in de strijd, maar deze vis is binnen!
Het blijkt een makreel (King Cero/Spaanse makreel) te zijn van ongeveer 1.40
meter en Edo schat dat 'ie 15-20 kilo weegt. We snijden er 30 cm uit en
gooien de rest weer terug. Wel zonde, maar we kunnen er niets mee.
Zoals altijd krimpt de wind tegen de avond en ons waypoint (aanloopboei
Surinamerivier) is niet meer bezeild. We zijn te moe om de zeilen weer om te
zetten en laten het zo. Die nacht nemen de wind en zee weer toe in
heftigheid. Ik kan niet meer, ben kapot en wil niet meer. Edo slaapt in de
kuip (althans probeert).
7 januari
145 Nm afgelegd. 's Nachts hebben we weer een groot vrachtschip gezien. Bij
zonsopkomst wordt het weer beter en de zee rustiger.
Edo slaapt bij tot in de middag en als hij weer een paar uur aan het roer
zit, bereiken we ons midwaypoint.
We zitten naast elkaar achter het roer met een fles champagne; glaasje voor
ons, scheut voor Neptunus. We zijn halverwege!!!
Nadat Edo even naar binnen is gegaan, komt hij met een grote smile op zijn
gezicht weer naast me achter het roer zitten....Ik krijg een kettinkje met
een walvissestaart van hem en hij vraagt of ik met hem wil trouwen!!!! Ja
natuurlijk!
Even vergeten we de pijn in onze rug en handen en het feit dat we nog eens
zo ver moeten sturen als dat we al hebben gedaan.
Midden op de oceaan, 940 Nm uit de kust op 10˚28.9'N
en 40˚01.1'W
ten huwelijk gevraagd....
Met de Iridium bellen we beide moeders op en hebben een feestmaal met ons
zelfgevangen beest. We denken, aan de hand van de omschrijving in het boek
dat we van Inez kregen (top, hebben we al veel aan gehad!), dat het een King
Cero/Spanish mackerel is.
De nacht is weer pittig, maar een stuk beter te doen dan de nacht ervoor.
8 januari
163 Nm afgelegd. Als ik 's morgens wakker wordt vertelt Edo dat hij een
schildpad naast de boot had.
Als ik alle vliegendevissenlijken op ga ruimen die aan dek zijn gekomen
vannacht, tel ik er 86!!
's nachts slaapt Edo weer in de kuip. Over zijn hoofd heen vliegt een vis
door de companionway de kajuit in....overal schubben en stinken!
9 januari
165 Nm afgelegd. Ik zit er helemaal doorheen. De hele dag rollen er tranen
over mijn wangen....ik kan niet meer! Maar we moeten door. Edo stuurt het
merendeel van de dag. Op een gegeven moment ziet hij een walvis, niet ver
voor de boot. Ik zie hem nog net onderduiken...spannend, zo dichtbij.
Gelukkig gaat het 's nachts weer beter met me en kan ik Edo wat langer laten
slapen...
10 januari
168 Nm afgelegd. Jiehoe! 't is mooi weer! We douchen uitgebreid in de kuip,
de truien kunnen uit en we draaien hard muziek over de speakers in de kuip.
Ook de nacht verloopt rustig.
11 januari
147 Nm afgelegd. Ook vandaag is het mooi weer. Plots zien we een school
tonijnen zenuwachtig heen en weer schieten en boven water springen....er
zitten walvissen, overal om de boot heen! Zo indrukwekkend, reuzen zijn het
in vergelijking met ons schip....Een tijdje zien we her en der ruggen boven
water komen en spuiten water.
12 januari
146 Nm afgelegd. 's Nachts neemt de wind steeds verder af, tot 4 knopen. In
de ochtend hijsen we eerst het complete grootzeil, zonder rif, maar later
laten we het zakken en starten we de motor. Het is zwaarbewolkt en af en toe
spettert het wat. Als de zon door de wolken prikt branden we weg. En zo
zitten we dus op de oceaan, varend op de motor onder een gespannen zeiltje
tegen de zon in de regen te sturen...
Gelukkig komt de wind weer opzetten tegen de avond en kunnen we de zeilen
weer hijsen.
13 januari
117 Nm afgelegd.
's Morgens vind ik bij mijn opruimrondje een hele rare vis.....zo hebben we
die nog niet gezien.
's Morgens geeft de dieptemeter aan dat we 110 meter water onder de kiel
hebben. (was tot nu toe 4 of 5 km, dus gaf 'ie niks aan).
Tot laat in de middag zien we nog geen land. Het is inmiddels (1600 uur
lokale tijd) wel nog maar 10 meter diep.
Om 1800 uur zien we met de verrekijker een heel plat streepje land in de
verte. Om 1900 besluiten we, net voor het heel erg donker wordt, ons anker
uit te gooien vlakbij de Wia Wia bank. Het is nog maar 4 meter diep en we
zien nog nauwelijks meer land dan een uur geleden. We zitten nog een paar
mijl uit de kust.
We zijn er! Doodmoe kruipen we -eindelijk weer samen- in bed...
14 januari
Vandaag blijven we hier liggen. We gaan vandaag niet meer sturen! (wat de
foto betreft; die dichtgetimmerde ogen en wallen zijn inmiddels (d.d. van
dit schrijven, 19.01) wel weggetrokken)
In de loop van de ochtend hebben we een heerlijke brunch en drinken
champagne uit de Klef glazen (met dank aan Willem en Inge). Deze keer gaat
de fles helemaal op. Het regent de hele dag door maar dat is helemaal niet
erg. De boot wordt lekker zoet, dat saharazand wat overal op en in zit wordt
lekker weggespoeld en wij liggen wat te vegeteren onder het dekzeiltje in de
kuip.